Diagnose frozen shoulder is juist gesteld, behandeling is zorgvuldig uitgevoerd

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 45035/52287

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënt klaagt over de behandeling bij de zorgaanbieder door de orthopedische chirurg. Volgens de cliënt is hij bejegend en is er een verkeerde diagnose gesteld. Naar aanleiding van de diagnose heeft de cliënt meerdere injecties gehad, maar dit heeft volgens de cliënt niet geholpen aangezien de pijn bleef bestaan. De cliënt vindt dat de zorgaanbieder onzorgvuldig heeft gehandeld. De zorgaanbieder stelt dat er niet onzorgvuldig is gehandeld. De diagnose ‘frozen shoulder’ is juist gesteld en het behandelbeleid was volgens de richtlijnen. De commissie oordeelt dat het klachtonderdeel over de bejegening gegrond is. De orthopedisch chirurg heeft de cliënt hiervoor excuses aangeboden. Daarnaast oordeelt de commissie dat de diagnose ‘frozen shoulder’ juist is geweest. De orthopedisch chirurg heeft aanvullende onderzoeken laten verrichten om andere mogelijkheden uit te sluiten. Dat de cliënt geen baat heeft gehad bij de injecties neemt niet weg dat de diagnose juist was. De behandeling is zorgvuldig uitgevoerd.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Cliënt], wonende te [woonplaats]

en

Stichting Sint Antonius Ziekenhuis, gevestigd te Nieuwegein
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 26 april 2021 te Utrecht.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht. De cliënt werd bijgestaan door [naam]. Namens de zorgaanbieder is verschenen [naam], orthopedisch chirurg (hierna te noemen: de orthopedisch chirurg), bijgestaan door [naam], juridisch adviseur.

Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de behandeling bij de zorgaanbieder door de orthopedisch chirurg.

Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De orthopedisch chirurg heeft de verkeerde diagnose gesteld en zeer slecht gecommuniceerd.

Als gevolg hiervan is de cliënt blijvend arbeidsongeschikt geworden en heeft hij enorm veel pijn en schade aan zijn schouder.

De orthopedisch chirurg bleef vijf maanden onterecht bij zijn conclusie ‘frozen shoulder’, ondanks dat andere specialisten openlijk aan hem hun twijfel hebben geuit. De orthopedisch chirurg heeft in totaal zes maal een injectie in zijn schoudergewricht gezet of laten plaatsen door andere specialisten. Die injecties gaven allemaal geen resultaat, maar het gewricht heeft vermoedelijk wel extra schade daardoor opgelopen.

Na herhaaldelijke verzoeken om meer onderzoek liet de orthopedisch chirurg een elektromyografie (EMG) maken, waaruit hij de diagnose zenuwontsteking trok. Tot grote verbazing van de cliënt werd dit vier dagen later met klem tegengesproken door de neuroloog die dit onderzoek had verricht. Ook liet de orthopedisch chirurg een MRI maken waarop hij geen afwijking zag, alleen wat vocht. Tijdens een second opinion bij het [naam ander ziekenhuis] werd op dezelfde MRI een labrumscheur gezien en daaraan is de cliënt ook geopereerd.

Na al deze onvolkomenheden heeft de cliënt de klachtencommissie van de zorgaanbieder ingelicht. Tijdens de zitting kwam de klachtencommissie tot de conclusie dat een onafhankelijke expertise nodig was. Deze expertise werd gedaan door [naam opsteller expertise rapport] van [medisch expertise bureau]. Later bleek dat dat de opsteller van dit expertise rapport door [naam opsteller expertise rapport] geschreven was en dat deze specialist absoluut niet onafhankelijk kon zijn, omdat hij en de huidige behandelaar van de cliënt regelmatig conflicten hebben gehad. Dit werd ook duidelijk toen [naam opsteller expertise rapport] de behandelingen bekritiseerde van [naam huidige behandelaar], zonder hoor en wederhoor van laatstgenoemde.

[Naam opsteller expertise rapport] heeft zijn conclusies gebaseerd op de aanname ‘frozen shoulder’ van de orthopedisch chirurg, zonder dit onderzocht te hebben. De eindconclusie ‘zenuwontsteking’ van de orthopedisch chirurg heeft [naam opsteller expertise rapport] volledig genegeerd. Vervolgens heeft de klachtencommissie van de zorgaanbieder al deze (verkeerde) conclusies gebruikt in hun eindoordeel en heeft die klachtencommissie zelfs aangegeven dat de conclusie zenuwontsteking correct was, ondanks dat ze in het bezit zijn van de testresultaten en ondanks de protesten dat de expertise berust op onwaarheden. Ook oordeelt de klachtencommissie dat de orthopedisch chirurg weliswaar niet goed heeft gecommuniceerd, maar omdat hij zich op dat punt gaat verbeteren is het geen gegronde klacht, terwijl dit wel gegrond dient te worden verklaard.

Door al wat gebeurd is heeft de cliënt ook psychische schade opgelopen. De schade aan de schouder bleek achteraf nog veel erger, waardoor de cliënt nu helemaal niks meer kan door de pijn, die er vanaf het eerste moment was.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De orthopedisch chirurg is van mening dat hij niet onzorgvuldig heeft gehandeld. [Naam opsteller expertise rapport] is het daar mee eens. [Naam opsteller expertise rapport] heeft een onafhankelijk onderzoek verricht aan de hand van een zes-tal vragen. Hierover heeft [naam opsteller expertise rapport] op 31 oktober 2019 gerapporteerd.

[Naam opsteller expertise rapport] schrijft dat de orthopedisch chirurg de juiste diagnose stelde en dat deze is gesteld na verschillende lichamelijke onderzoeken. De frozen shoulder was secundair aan de operatie van de fractuur van het sleutelbeen ontstaan door het ongeval met de motor. Andere diagnoses zijn door middel van onderzoek uitgesloten. Het (conservatieve) behandelbeleid daarna was overeenkomstig de daarvoor geldende richtlijnen. Het beleid is doorgaans en ook in de situatie van de cliënt, om een frozen shoulder met rust te laten zodat deze zoveel mogelijk uit zichzelf kan herstellen.

De zorgaanbieder is het eens met het rapport van [naam opsteller expertise rapport]. De conclusie is dat er niet onzorgvuldig is behandeld en dat het ziekenhuis niet aansprakelijk is. Op grond daarvan is de zorgaanbieder niet gehouden ene schadevergoeding te betalen.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder vereist is dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de uitvoering van de zorgovereenkomst. De aanwezigheid van een fout of nalaten is een vereiste voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten en cliënte dient daarvan nadeel te hebben ondervonden.

Op 1 juli 2017 is de cliënt gevallen met en crossmotor waarbij hij zijn sleutelbeen heeft gebroken. Op 10 juli 2017 is hij hiervoor bij de zorgaanbieder geopereerd.

Eind augustus 2017 schoot er bij een bepaalde beweging een hevige pijn door de schouder, waarna de cliënt is teruggegaan naar de chirurg. Er is op 4 oktober 2017 neurologisch onderzoek met een EMG uitgevoerd, waaruit geen afwijkingen bleken. Door middel van een echo werd een slijmbeursontsteking gezien en een CT-scan vertoonde geen afwijkingen waarna de cliënt een injectie in de schouder kreeg toegediend. Vervolgens is de cliënt doorverwezen naar de orthopedisch chirurg. Deze stelde na de anamnese en lichamelijk onderzoek de diagnose ‘frozen shoulder’ en heeft de cliënt een injectie gegeven.
Op 31 oktober 2017 verwees de orthopedisch chirurg de cliënt door naar de pijnpoli, alwaar een injectie werd toegediend en later een zenuwblok werd geplaatst, een Tens-apparaat werd aangemeten en geadviseerd werd om Cannabis te gaan proberen te gebruiken.
Begin december 2017 werd op verzoek van [naam orthopedisch chirurg] een echogeleide injectie in de schouder voorgeschreven en door de radioloog toegediend.
Vanwege de ernstige pijnklachten werd op 16 januari 2018 een MRI uitgevoerd waarop geen abnormale afwijkingen werden gezien. Op 6 februari 2018 is wederom een EMG gedaan, op basis waarvan de orthopedisch chirurg de diagnose zenuwontsteking vaststelde en vier tot zes weken totale rust met de arm adviseerde.
De cliënt heeft zich vervolgens voor een second opinion gewend tot een ander ziekenhuis en is aldaar geopereerd. De pijn in de schouder bleef bestaan.

De orthopedisch chirurg heeft zijn excuses aangeboden voor de bejegening die door de cliënt als grievend is ervaren. Het klachtonderdeel ten aanzien van de bejegening is gegrond.

Naar het oordeel van de commissie blijkt uit de stukken dat de diagnose ‘frozen shoulder’ correct is geweest en dat de behandeling leges artes is uitgevoerd. De orthopedisch chirurg heeft aanvullende onderzoeken laten verrichten om andere mogelijkheden uit te sluiten.

Gezien de symptomen die de cliënt had is de diagnose ‘frozen shoulder’ een logische. De ziektegeschiedenis en lichamelijk onderzoek is voldoende om de diagnose frozen shoulder te kunnen stellen. Een frozen shoulder is een ernstig zeer pijnlijk ziektebeeld met een vaak langdurig verloop dat tot wel 2 jaar of langer kan duren. Het valt te betreuren dat de cliënt geen baat heeft gehad bij de diverse behandelingen en de injecties. Dat neemt niet weg dat de door de orthopedisch chirurg gestelde diagnose juist was.

Dat [naam opsteller expertise rapport] en de orthopedisch chirurg elkaar kenden komt de commissie, gelet op de kleine wereld van medisch specialisten in Nederland, niet vreemd voor. Dat zij daarvan misbruik hebben gemaakt is de commissie niet gebleken. De inhoud van het rapport van [naam opsteller expertise rapport] – daar waar het ziet op de diagnose – is naar het oordeel van de commissie juist en wordt door de commissie gevolgd.

De zorgaanbieder is naar het oordeel van de commissie niet tekort geschoten in de uitvoering van de zorgovereenkomst. Van een fout of nalaten is geen sprake.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht voor wat betreft de bejegening gegrond is dat de klacht voor het overige ongegrond is. De door de cliënt verlangde schadevergoeding wordt afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

Verklaar de klacht over de bejegening gegrond.

Verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer dr. H. Mencke, de heer J. Donga, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. L. Kramer, secretaris, op 26 april 2021.