Een overeenkomst van 3 maanden wordt volgens de wet en de algemene voorwaarden stilzwijgend verlengd naar een overeenkomst voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van een maand.

  • Home >>
  • Sport en Beweging >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Sport en Beweging    Categorie: Algemene voorwaarden    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 113182

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 15 maart 2017 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van de gelegenheid om gebruik te maken van de sportfaciliteiten van de ondernemer tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 71,21 per kwartaal.

Tussen partijen is een contractstermijn van een kwartaal overeengekomen.

Het geschil betreft de vraag welke opzeggingstermijn geldt na het verstrijken van de oorspronkelijk overeengekomen termijn.

De consument heeft op 20 september 2017 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft op 20 september 2017 aan de ondernemer te kennen gegeven dat hij zijn abonnement wil beëindigen met een opzegtermijn van één maand. De ondernemer geeft aan dat een abonnement echter alleen per drie maanden opzegbaar is.

De consument heeft aanvankelijk een abonnement voor drie maanden afgesloten. Na de eerste abonnementsperiode wordt dat omgezet naar een contract voor onbepaalde tijd, waarbij een opzegtermijn van één maand geldt.

De ondernemer heeft de opzegging niet geaccepteerd met verwijzing naar de algemene voorwaarden. Volgens de consument zijn de algemene voorwaarden als die afwijken van de opzegtermijn van één maand in strijd met de wet.

De consument verlangt alsnog acceptatie van de opzegging en terugbetaling van het teveel betaalde abonnementsgeld.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft een lidmaatschap voor drie maanden vanaf 15 maart 2017. Dit lidmaatschap is op 15 juni 2017 en 15 september 2017 verlengd voor telkens weer drie maanden.

Op 20 september 2017 heeft de consument aangegeven dat hij zijn abonnement opzegt per 20 oktober 2017.

De consument had echter tijdig voor het einde van de termijn van drie maanden moeten opzeggen. Nu eindigt de overeenkomst op 15 december 2017. De consument heeft ook niet aan de bel getrokken bij de verlenging in juni.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Geen van de partijen heeft de door de ondernemer gehanteerde algemene voorwaarden aan de commissie toegezonden.

De consument heeft gesteld dat in de algemene voorwaarden bepaald is:

Tenzij dit anders is overeengekomen dient de overeenkomst te worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van 1 maand tegen het einde van de abonnementsduur. Als er niet wordt opgezegd dan wordt de overeenkomst na de overeengekomen periode voor onbepaalde tijd vervolgd. Een overeenkomst voor onbepaalde tijd kan te allen tijde worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van 1 maand. De overeenkomst dient schriftelijk opgezegd te worden.
 
De ondernemer heeft niet weersproken dat deze bepaling in de door de ondernemer gehanteerde algemene voorwaarden is opgenomen.

De inhoud van deze bepaling stemt ook overeen met de algemene voorwaarden zoals die door NL Actief (voorheen Fit!Vak) aan de aangesloten ondernemingen worden geadviseerd en is in overeenstemming met het bepaalde in artikel 6:236 onder j BW:

Bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt als onredelijk bezwarend aangemerkt een in de algemene voorwaarden voorkomend beding
(…)
j. dat in geval van een overeenkomst tot het geregeld afleveren van zaken, elektriciteit, warmte en koude daaronder begrepen en dag-, nieuws- en weekbladen en tijdschriften niet daaronder begrepen, of tot het geregeld doen van verrichtingen, leidt tot stilzwijgende verlenging of vernieuwing in een overeenkomst voor bepaalde duur, dan wel tot een stilzwijgende voortzetting in een overeenkomst voor onbepaalde duur zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de voortgezette overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand;
(…)
Deze wettelijke bepaling is van dwingend recht, contractspartijen kunnen niet contractueel van deze bepaling afwijken.

Tussen de consument en de ondernemer is aanvankelijk een overeenkomst gesloten voor de duur van drie maanden. Deze overeenkomst is vervolgens stilzwijgend verlengd. Uit de inhoud van de algemene voorwaarden en van de wet volgt dan dat na die verlenging sprake is van een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Een dergelijke overeenkomst kan vervolgens worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van één maand.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

De consument heeft via een doorlopende incasso betaald voor een abonnement van 15 september 2017 tot 15 december 2017, 91 dagen. De consument heeft onweersproken aangegeven dat waarbij het daarbij gaat om € 71,21.

De consument heeft opgezegd tegen 20 oktober 2017. De consument heeft derhalve recht op terugbetaling van het abonnementsgeld over de periode van 20 oktober 2017 tot 15 december 2017, 56 dagen.

De consument heeft derhalve recht op terugbetaling van (€ 71,21 : 91) x 56, zijnde € 43,82. De ondernemer dient dit bedrag dan ook aan de consument terug te betalen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument € 43,82. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelings-kosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Sport en Beweging op 23 februari 2018.