Eigen risico bij schade onduidelijk

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: Betaling    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: deels gegrond   Referentiecode: 246027/250242

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument huurde op 31 maart 2023 een Mercedes Vito voor €1.212,41. In de offerte stond een verlaagd eigen risico van €350 vermeld. Bij het tekenen van het contract op 19 april 2023 stonden echter meerdere bedragen genoemd: €350, €600 en €1.500. Na een schadegeval bij achteruitrijden ontving de consument zes maanden later een factuur van €1.500. De consument vond dit onterecht en stelde dat het contract verwarrend was en dat zij mocht vertrouwen op het lagere bedrag.

De ondernemer verwees naar de BOVAG-voorwaarden, waarin staat dat schade door achteruitrijden valt onder uitzonderingen met een onverlaagbaar eigen risico van €1.500. Hij stelde dat de consument de schade niet correct had gemeld, waardoor hij geen invloed had op de afhandeling. De schade werd pas later via de verzekeraar bekend.

De commissie oordeelde dat het contract onduidelijk was en dat de consument redelijkerwijs mocht uitgaan van een eigen risico van €600. De vermelding van meerdere bedragen en het ontbreken van duidelijke uitleg over uitzonderingen zorgden voor verwarring. Volgens de Haviltex-maatstaf moet gekeken worden naar wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De commissie vond dat het hogere bedrag van €1.500 niet duidelijk genoeg was gecommuniceerd.

Omdat de consument de schade niet correct heeft gemeld, waardoor de ondernemer mogelijk extra kosten heeft gehad, werd het klachtengeld en de behandelingskosten voor de ondernemer gehalveerd. Het depotbedrag van €1.500 wordt verdeeld: €900 gaat terug naar de consument, €600 naar de ondernemer. De klacht is gedeeltelijk gegrond.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigverhuur

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 31 maart 2023 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht aan de consument een Mercedes Benz Type Vito te verhuren tegen een door de consument te betalen bedrag van € 1.212,41. De overeenkomst is op 19 april 2023 schriftelijk vastgelegd en door partijen getekend.

De overeenkomst is uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 1 november 2023 voorgelegd aan de ondernemer.

De consument heeft een bedrag van € 1.500,- betaald en bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De reservering van de huurauto is door de ondernemer op 31 maart 2023 per e-mail bevestigd. In het bericht staat uitdrukkelijk dat het verlaagde eigen risico € 350,- bedraagt. In de bijlage bij dit bericht staat ook omschreven dat het eigen risico per schadegeval € 350,- bedraagt. Onder het kopje “opmerking” wordt een eigen risico van € 600,- genoemd, hetgeen verwarrend is.

De huurovereenkomst is op 19 april 2023 door partijen getekend. De overeenkomst bevat de volgende bepalingen:

• Het niet te verlagen eigen risico bij bovenhoofdse schade bedraagt € 1.500,-;
• Let op! Schade bij achteruit rijden en parkeren onverlaagbaar maximaal € 1.500,-;
• Eigen risico per schadegeval € 1.500,-;
• Blijft ER € 600,- verlaagd % 60.00;
• Eigen risico € 600,- / € 350,- per ideal op 31-3.

Het uitgangspunt voor de bepaling van de hoogte van het eigen risico is het bedrag dat in het contract staat vermeld.

De consument mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat het eigen risico € 350,- bedroeg. Eventuele onduidelijkheden in het contract dienen voor rekening te komen van degene die het contract heeft opgesteld. Het vermelden van verschillende bedragen leidt ertoe op grond van artikel 6: 238 lid 2 BW dat de meest gunstige uitleg voor de consument moet worden gevolgd.

Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.

De consument zag helemaal geen schade bij de wederpartij. De consument verkeerde in de veronderstelling dat het contract in overeenstemming met de offerte zou zijn. De ondernemer kon de opgave van de schade niet meer achterhalen. Bij het tekenen van het contract is door de snelle gang van zaken de inhoud niet goed gecontroleerd. De consument vermoedt dat het schadeformulier via de verzekeraar bij de ondernemer is terechtgekomen. Na de aanrijding belde de consument met het noodnummer en kreeg te horen dat een schadeformulier moest worden ingevuld. Dat is gebeurd. De zoon van de consument, die de bus bestuurde, heeft met de ondernemer gebeld en diens aanwijzingen opgevolgd. Na zes maanden kwam er een factuur zonder nadere toelichting.

 

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In dit geval is achteruitrijdend schade aan een derde auto veroorzaakt. In dat soort gevallen bedraagt het eigen risico € 1.500,-. Dat is ook bepaald in de BOVAG-voorwaarden. Voor andere schade geldt het verlaagde eigen risico. Het is toeval dat het onverlaagde eigen risico ook € 1.500,- voor deze klasse bedraagt. Als het onverlaagde eigen risico € 1.200,- zou zijn geweest, dan is het eigen risico bij deze uitzonderingen nog steeds maximaal € 1.500,-. Om het duidelijker te maken, zijn de uitzonderingen op de voorzijde van het contract vermeld.

De ondernemer neemt aan dat het noodnummer is gebeld. De instructie is niet alleen om een schadeformulier in te vullen, maar ook om het aan de ondernemer te overhandigen bij het inleveren van de auto. Dat is niet gebeurd. In de auto heeft de ondernemer geen schadeformulier aangetroffen.

Het berekende eigen risico van € 1.500,- staat los van het eigen risico dat bij schade geldt die niet onder de uitzonderingen valt, te weten schade door achteruitrijden, in- en uitparkeren en bovenhoofdse schade.

De ondernemer trof bij het inleveren van de auto geen noemenswaardige schade aan en heeft toen de volledige borg aan de consument terugbetaald. Enige tijd later kreeg de ondernemer van zijn verzekeraar bericht over de schade en werd een getekend schadeformulier getoond. De ondernemer kon niet anders dan akkoord gaan met de afwikkeling van de schade. Later bleek dat het om een schadebedrag van meer dan € 2.500,- ging en werd de consument een factuur gestuurd met het bedrag van het contractuele eigen risico van de consument. Als de consument tijdig had gemeld dat er een aanrijding was geweest met zeer geringe schade had de ondernemer zich veel geld kunnen besparen.

Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.

Bij het bepalen van het toepasselijke eigen risico heeft de ondernemer de toepasselijke BOVAG-voorwaarden toegepast. De brief met de schadeopstelling heeft de ondernemer niet eerder dan vandaag aan het dossier toegevoegd. Als de consument verteld had wat er was gebeurd, zou wellicht geen eigen risico in rekening zijn gebracht. De ondernemer heeft na ontvangst van de claim van de verzekeraar geen contact met de consument opgenomen. Het bedrag van € 600,- dat op het contract staat is te wijten aan het betreffende softwareprogramma. De zoon van de consument, de bestuurder, was jonger dan 24 jaar en dan gelden andere eigen risico’s. Het bedrag van € 600,- heeft met die leeftijd te maken. De zomerkorting staat los van het eigen risico.

 

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument klaagt in deze zaak over de hoogte van het eigen risico dat de aanbieder aan haar in rekening heeft gebracht. De consument beroept zich op de offerte en de bevestiging daarvan waarop een bedrag van het eigen risico van € 350,- staat vermeld. Zij wijst ook op de onduidelijkheden van het schriftelijke contract waarop meerdere bedragen staan vermeld, die voor onduidelijkheid zorgen.

Volgens de ondernemer is het contract duidelijk en in overeenstemming met de BOVAG-voorwaarden opgesteld.

De commissie stelt vast dat de offerte en de bevestiging niet boven het schriftelijke door partijen getekende contract van 19 april 2023 gaan en het schriftelijke contract de basis vormt voor de uitleg van hetgeen door partijen is overeengekomen. Het is wel opmerkelijk dat de bedragen op de offerte en het contract verschillend zijn.

Met de consument is de commissie van oordeel dat het onderhavige contract onduidelijk is en dat daaruit niet zonder meer is op te maken welk eigen risico geldt in het geval van schade bij achteruitrijden en parkeren, waarvan in dit geval sprake is. Ook wordt op het contract vermeld dat sprake is van een verlaagd eigen risico tot 60%. Het is geenszins duidelijk dat deze verlaging niet ziet op de schade door achteruitrijden, maar slechts op het algemene eigen risico. Daarbij komt dat ingevolge de BOVAG-voorwaarden het eigen risico voor de onderhavige schade is beperkt tot een maximaal bedrag van € 1.500,-, zodat een verlaging van dit bedrag tot de mogelijkheden behoort.

Een redelijke uitleg van het contract dient aan de hand van de maatstaf van het Haviltex-arrest van de Hoge Raad van 13 maart 1981 plaats te vinden.

De Hoge Raad overwoog:

“De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijk kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.”

De commissie is van mening dat een dergelijke uitleg in dit geval meebrengt dat de consument een eigen risico van € 600,- mocht verwachten en niet van € 1.500,-.

Het beroep van de consument op artikel 6: 238 lid 2 BW faalt, nu die bepaling ziet op de inhoud van (onduidelijke) Algemene Voorwaarden waarvan hier geen sprake is.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument dan ook gedeeltelijk gegrond.

De commissie acht termen aanwezig om de door de ondernemer te betalen kosten als bedoeld in artikel 21 van haar reglement te matigen tot 50%, nu de consument de aanrijding niet op de juiste wijze heeft gemeld en de ondernemer daardoor mogelijk (extra) schade heeft geleden.

Beslissing

De commissie stelt vast dat het door de consument te betalen eigen risico € 600,- bedraagt.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien is de ondernemer gehouden om 50% van het door de consument betaalde klachtengeld van € 77,50 aan haar te vergoeden en zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage ter grootte van 50% van de verschuldigde behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Het depotbedrag van € 1.500,– wordt als volgt verdeeld. De consument ontvangt een bedrag van € 900,-; de ondernemer ontvangt een bedrag van € 600,–.

Het depotbedrag van € 1.500,– wordt als volgt verdeeld. De consument ontvangt een bedrag van € 900,-; de ondernemer ontvangt een bedrag van € 600,–.

 

 

Opslaan als PDF