Expert krijgt waarschuwing voor onzorgvuldige schadevaststelling bij aspergeteelt

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Tuchtcommissie NIVRE    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Uitspraak   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1009187/1089903

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

In deze zaak heeft een agrarisch ondernemer een klacht ingediend bij de Tuchtcommissie van het NIVRE over een expert die een rapport opstelde over vermeende schade aan een aspergeperceel. De expert was ingeschakeld door een maatschap die beweerde dat de klager schade had veroorzaakt door mechanische onkruidbestrijding. Volgens de klager was het rapport onzorgvuldig, niet goed onderbouwd en misleidend. Hij vond dat de expert zonder bewijs tienduizenden euro’s schade aan hem toeschreef, zonder hem om zijn kant van het verhaal te vragen. De commissie oordeelde dat de expert in strijd had gehandeld met meerdere gedragsregels van het NIVRE. Zo had hij geen hoor en wederhoor toegepast, geen eigen onderzoek gedaan naar de oorzaak van de schade, en was het rapport grotendeels gebaseerd op aannames en informatie van de opdrachtgever. Ook had hij geen gebruik gemaakt van gangbare normen voor gewasschade, zoals de KWIN-normen, en was de schade niet ter plaatse beoordeeld. Daarnaast bleek uit het rapport niet duidelijk hoe de schade was berekend of hoe het verband met de werkzaamheden van de klager was vastgesteld. De commissie vond dat de expert niet had gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en zorgvuldig expert mag worden verwacht. Hoewel hij wel enige kennis van gewasschade had, was zijn deskundigheid in deze specifieke zaak onvoldoende. Daarom werd de klacht gegrond verklaard en kreeg de expert een officiële waarschuwing. Hij moet het klachtengeld van €50 aan de klager terugbetalen en een bijdrage van €2.500 aan de commissie betalen voor de behandeling van de klacht.

De volledige uitspraak

Onderwerp van de klacht

Beklaagde heeft in opdracht van [naam] (verder: de maatschap) een agrarische expertise uitgevoerd en daarvan op 25 april 2024 een rapport opgesteld. In het rapport staat vermeld dat schade is veroorzaakt aan een aspergeperceel van de maatschap als gevolg van een door klager uitgevoerde mechanische onkruidbestrijding.

De klacht behelst de door beklaagde uitgevoerde expertise bezien in het licht van de NIVRE-gedragsregels. Klager stelt dat sprake is van onzorgvuldig handelen door beklaagde vanwege schending van de gedragsregels.

Wat voorafging aan de klacht

De maatschap besluit in 2022 niet langer gebruik te willen maken van chemische bestrijdingsmiddelen tegen onkruid op de aspergepercelen en schakelt de hulp van een buurman (klager) in om tegen een onkostenvergoeding het onkruid bij de asperges mechanisch te bestrijden. Klager krijgt de opdracht een perceel asperges te behandelen en éénmaal te frezen. In 2023 blijkt sprake van een slechte aspergeopkomst. De maatschap spreekt klager aan vanwege het tegenvallende resultaat.

De maatschap en klager proberen tot een oplossing te komen, eerst via de verzekeraar, later onderling, helaas zonder resultaat. Er is verschil van mening ontstaan tussen klager en de maatschap over de uitvoering van werkzaamheden. De maatschap schakelt beklaagde per 28 september 2023 in teneinde de omvang van de schade aan het aspergeperceel vast te stellen. Beklaagde heeft op 25 april 2024 gerapporteerd.

Aangezien klager de door beklaagde vastgestelde schade niet aan de maatschap vergoedt, daar hij stelt geen schade te hebben veroorzaakt, wordt klager door de maatschap in rechte betrokken.

De vertegenwoordiger van klager heeft het rapport van beklaagde laten beoordelen door een expert van [naam expert], gespecialiseerd is gewastaxatie, tevens economisch specialist. Klager heeft aan de expert van [naam expert] opdracht gegeven een rapport op te maken van zijn bevindingen ten aanzien van het rapport van beklaagde. De deskundige van [naam expertise] heeft zijn rapport op 5 maart 2025 met klager gedeeld, hetgeen voor klager aanleiding is geweest op 12 maart 2025 een klacht over beklaagde bij de commissie in te dienen.

Standpunt van klager

Het standpunt van klager luidt als volgt.

De klacht gaat over de handelswijze van beklaagde bij het opstellen van een expertiserapport over vermeende schade aan aspergeplanten die klager zou hebben veroorzaakt op een perceel van de maatschap. Beklaagde wrijft klager zonder enige onderbouwing en kritische reflectie tienduizenden euro’s schade aan, terwijl elke grondslag daarvoor ontbreekt.

De beklaagde heeft met zijn rapportage in strijd met een groot aantal NIVRE-gedragsregels gehandeld.
Beklaagde heeft strijdig gehandeld met de regel van zorgvuldige en objectieve schadevaststelling (artikel 6.1 onder a) en niet op verantwoorde wijze onderzoek gedaan (artikel 5.1, onder a). Daarbij is beklaagde niet zorgvuldig, niet op kwalitatief hoog niveau en evenmin nauwgezet te werk gegaan (artikel 5.1 onder c, j en k).

Van (zorgvuldige) schadevaststelling is geen sprake geweest. Beklaagde heeft geen schade waargenomen en evenmin onderzoek gedaan naar de schadeoorzaak. De vermeende schade is enkel afgeleid uit de jaarrekeningen van de maatschap. Naar het oordeel van klager blijkt daaruit geen schade, nu uit de jaarrekening van 2023 niet valt op te maken dat ten opzichte van die van 2022 er fors minder omzet is geweest. Dat de maatschap tienduizenden euro’s schade heeft geleden vanwege gederfde inkomsten, volgt niet uit de stukken.

Bovendien blijkt uit het door [naam expertise] opgestelde rapport dat de gestelde schade aan de koppen en wortels van de asperges niet door klager kán zijn veroorzaakt, nu klager alleen de werkpaden en niet de aspergebedden zelf heeft gefreesd.

Naast het feit dat beklaagde geen schade heeft geconstateerd, geen onderzoek heeft gedaan naar de schadeoorzaak en een waslijst van mogelijke schadeoorzaken onbesproken laat, is de expertiseopdracht niet nauwgezet, niet op kwalitatief hoog niveau en niet zorgvuldig uitgevoerd. Zo legt beklaagde zonder enige onderbouwing causale verbanden en trekt hij volstrekt onjuiste conclusies.

Zonder enige onderbouwing stelt beklaagde dat weersomstandigheden, leeftijd van de aspergeplanten en bodemgesteldheid niet in causaal verband te brengen zijn met de door klager veroorzaakte schade. Deze uitspraken kan beklaagde in het geheel niet doen, nu hij geen onderzoek naar de schade heeft gedaan en geen verband heeft vastgesteld tussen het handelen van klager en eventuele schade. Dat dit verband uit de boekhouding/jaarrekeningen van de maatschap zou volgen, is onbegrijpelijk, ongeloofwaardig en getuigt van onzorgvuldig handelen.

Voorts heeft beklaagde zich niet fatsoenlijk en integer opgesteld jegens de betrokkenen, waaronder klager in het bijzonder (artikel 4 onder a). Er heeft op geen enkele wijze wederhoor plaatsgevonden, klager is op geen enkele wijze door beklaagde om zijn visie gevraagd. Klager heeft klakkeloos de visie van zijn opdrachtgever, de maatschap, overgenomen door er ten onrechte en zonder meer van uit te gaan dat klager de mechanische onkruidbewerkingsschade heeft erkend. Door dit zo in zijn rapportage te vermelden, heeft beklaagde onzorgvuldig, onfatsoenlijk en niet integer gehandeld, zodat van een betrouwbare en correcte dienstverlening niet kan worden gesproken.

Op grond van de NIVRE-gedragsregels heeft beklaagde tenslotte ten onrechte een opdracht aangenomen waarvoor hij de vereiste deskundigheid mist (volgt uit de artikelen 5.1 onder a en 7.1, onder a). Beklaagde staat in het NIVRE-register ingeschreven als deskundige op het gebied van opstal- en brandschade en niet als deskundige voor een specifiek soort gewasschade. De toelichting op dit punt door beklaagde, toont op geen enkele wijze zijn deskundigheid op het gebied van gewasschades aan. Om die reden had beklaagde zich ervan moeten onthouden de opdracht van de maatschap aan te nemen. Nu is een NIVRE-onwaardig rapport tot stand gebracht.

Samengevat heeft beklaagde op geen enkele manier gehandeld zoals van een redelijk handelende en redelijk bekwame deskundige mag worden verwacht (artikel 3) door in strijd met de gedragsregels van het NIVRE te handelen.

Klager verzoekt de commissie om gegrondverklaring van zijn klacht en om oplegging van een tuchtmaatregel aan beklaagde.

Standpunt van beklaagde

Het standpunt van de beklaagde luidt in hoofdzaak als volgt.

Klager was ervan op de hoogte dat beklaagde een rapport zou opmaken, omdat op verzoek van beklaagde de maatschap bij klager zijn verzekeringspolis heeft opgevraagd.

Het was de bedoeling dat de schade op deze polis zou worden gemeld, maar daarvoor bleek de verzekeringsdekking te beperkt. Vervolgens is ook nog overleg met klager geweest om de schade mogelijk te verhalen op de trekker of op zijn AVP onder vriendendienst. Klager heeft op dat moment niet aangegeven dat hij van mening was niet aansprakelijk te zijn voor de schade, zodat beklaagde in de veronderstelling mocht verkeren dat klager reeds aansprakelijkheid voor de gewasschade erkend heeft.

Dit werd onderstreept door de expertise opdracht van de maatschap aan hem om de omvang van de schade te bepalen. Wanneer klager de aansprakelijkheid niet zou hebben erkend, dan zou het in de rede hebben gelegen dat klager danwel zijn vertegenwoordiger hierover contact met beklaagde zou hebben opgenomen, eventueel via de maatschap. Beklaagde bestrijdt dat hij zich richting klager niet integer zou hebben opgesteld.

Beklaagde is door de maatschap benaderd om achteraf de schade te onderzoeken op basis van de voorhanden zijnde bewijsstukken, te weten de omzetcijfers uit de boekhouding. De omzetcijfers zijn terug te vinden in de jaarcijfers onder de post “Seelen”, door de boekhouder overgenomen van de veilingoverzichten. De maatschap heeft geen arbeidskosten, noch voor het steken dan wel voor het sorteren van de asperges, om reden dat zij deze werkzaamheden geheel zelfstandig uitvoeren zonder externe arbeidskrachten. In de boekhouding staat [naam] vermeld, nu de aspergelevering via [naam] aan de afzetorganisatie [naam organisatie] plaatsvindt. Dit had beter omschreven kunnen worden, echter iedereen in de aspergeteelt in en rond [plaatsnaam] weet hoe een en ander feitelijk is geregeld en in de boeken staat.

De manier waarop de schade door beklaagde in zijn rapport is berekend, is bij meerjarige teelt absoluut plausibel.

Het feit dat beklaagde de schade niet heeft kunnen waarnemen ten tijde van de daadwerkelijke openbaring van de schade doet hier niets aan af. Het was beter geweest als er foto’s voorhanden waren van de schade, maar diverse getuigen hebben ten tijde van de schade het perceel en de zeer slechte opkomst waargenomen en zullen bij een mogelijke rechtsgang als getuigen worden betrokken. Dat de gewasschade niet meer te velde te beoordelen was, had mogelijk wat explicieter in het rapport van beklaagde kunnen worden vermeld. Dat de schadeberekening plaats had kunnen vinden door het betreffende perceel te vergelijken met vergelijkende percelen, had gekund maar de gekozen afwijkende methode van berekening is daarmee nog niet onjuist.

[Naam expertise] geeft in zijn oordeel over de rapportage van beklaagde aan dat er ook andere schadeoorzaken zijn te bedenken dan de door beklaagde genoemde, zoals droogte, grondgeschiktheid en teveel en te lang doorgaan met het oogsten van de asperges. Hiervan is in onderhavige kwestie geen sprake, maar wellicht had beklaagde deze mogelijke oorzaken en het uitsluiten daarvan uitvoeriger in het rapport op kunnen nemen, echter dat verandert niets aan de conclusie en de schadeomvang.

Beklaagde stelt dat er schade in de aspergebedden aan de koppen en wortels van de asperges is ontstaan, ook al zijn de bedden waar de schade is opgetreden niet door klager behandeld. De smalspoor trekker rijdt weliswaar in de rij, echter de frees gaat iets breder dan de bandensporen, zodat bij één keer frezen de frees aan beide zijden ongeveer 5 cm van het bed meeneemt en deze grond verkruimelt. Nu klager de grond volgens de maatschap twee keer heeft gefreesd, heeft de frees het bed dieper en dus ook breder geraakt, daar waar de wortels en knoppen van de aspergeplant groeien. Het gevolg hiervan is de gesignaleerde schade.

Beklaagde is van mening dat hij naar eer en geweten en objectief volgens de NIVRE-gedragsregels heeft gehandeld. Dat hij staat ingeschreven in het NIVRE-register onder de branche brand, wil niet zeggen dat hij op het gebied van andere branches niet deskundig zou kunnen zijn. Het NIVRE laat maar één inschrijving toe. Beklaagde heeft niet in strijd met de NIVRE-gedragsregels gehandeld en geen klachtwaardig deskundigenrapport afgeleverd.

De beklaagde verzoekt de commissie de klachten in het kader van deze tuchtprocedure ongegrond te verklaren.

Beoordeling van de klacht

Ingevolge artikel 3. 1. van haar reglement heeft de commissie tot taak het behandelen van klachten over het handelen en/of nalaten van een beklaagde ten tijde van diens NIVRE-registratie of inschrijving in de Kamer van het NIVRE, dat mogelijk in strijd is met de gedragscode en/of Statuten en/of Reglementen van het NIVRE en/of met hetgeen overigens bij een goede beroepsuitoefening door de beklaagde betamelijk is. De commissie doet dit door een uitspraak te doen.

Voorop gesteld wordt dat een expert dient te handelen conform de Gedragsregels, de Statuten en Reglementen van het NIVRE, alsmede conform al hetgeen overigens bij een goede beroepsuitoefening betamelijk is. Zo dient men zich te gedragen, zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend expert betaamt, waarbij men dient te voldoen aan de eisen van betrouwbaarheid, professionaliteit, integriteit en collegialiteit, zoals nader omschreven in de gedragsregels van het NIVRE.

Deze gedragsregels zijn bedoeld, zo blijkt uit de inleiding daarvan, als een norm voor de verwachtingen die mensen hebben over het gedrag en de intentie van een NIVRE-geregistreerde. Het inhoudelijke werk van een expert staat in beginsel niet ter beoordeling van de commissie. Inhoudelijke geschillen, zoals die over de hoogte van een vergoeding voor geleden schade, dienen langs daartoe geëigende wegen beslecht te worden. Slechts indien en voor zover een expert een inhoudelijk standpunt heeft betrokken dat redelijkerwijze niet verdedigbaar is, kan dat strijd opleveren met de gedragsregels en tot een gegrondverklaring en/of tot een eventuele tuchtrechtelijke veroordeling leiden. Daarbij dienen alle omstandigheden van het geval betrokken te worden waardoor het mogelijk is dat, ook indien men achteraf/objectief gezien een (inhoudelijke) fout heeft gemaakt, daar niet automatisch uit volgt dat men tevens klachtwaardig gehandeld heeft.

Beklaagde was tijdens zijn handelen en/of nalaten, waarover in deze procedure wordt geklaagd, bij het NIVRE geregistreerd.

De door klager neergelegde klachten hebben in hoofdzaak betrekking op niet op verantwoorde wijze onderzoek doen en het niet zorgvuldig, op kwalitatief hoog niveau en nauwgezet te werk gaan bij het uitvoeren van de expertiseopdracht en bij het opstellen van het expertiserapport, of samengevat schending van de artikelen 4 sub a, 5 lid 1 sub a, c, f, j en k, 6 lid 1 onder a en 7 lid 1 onder a van de NIVRE- Gedragsregels.

BETROUWBAARHEID
Artikel 4
Een Bureau/NIVRE-geregistreerde draagt zorg voor een betrouwbare en correcte dienstverlening en handelt fatsoenlijk, integer en respectvol richting alle betrokkenen. Dit houdt in ieder geval in dat hij:
a. zich onthoudt van het geven van informatie waarvan hij weet, of behoort te weten, dat die onjuist of misleidend is/kan zijn;
b. ………

PROFESSIONALITEIT
Artikel 5
5.1 Een Bureau/NIVRE-geregistreerde:
a. zal niet zelfstandig opdrachten uitvoeren waarvan hij weet, of behoort te weten, dat hij voor de uitvoering daarvan de vereiste deskundigheid mist;
b. ……..
c. voert een aanvaarde opdracht zorgvuldig, discreet, op kwalitatief hoog niveau en naar beste weten en kunnen uit;
d. ………
e. ………
f. draagt zorg voor een voortvarende uitvoering van zijn opdracht, teneinde een snelle dossierafhandeling te bewerkstelligen;
g. ……..
h. ……..
i. ………
j. betracht nauwgezetheid en zorgvuldigheid ook in financiële en administratieve aangelegenheden;
k. verricht op verantwoorde wijze onderzoek.

HELDERHEID, COMMUNICATIE EN EFFICIENCY
Artikel 6
6.1 Een Bureau/NIVRE-geregistreerde:
a. draagt zorg voor een voortvarende, zorgvuldige en objectieve schadevaststelling of schaderegeling, gericht op een snelle, efficiënte en adequate dossierafhandeling;
b. …..

INTEGRITEIT
Artikel 7
7.1 Een Bureau/NIVRE-geregistreerde is zich te allen tijde bewust van de vertrouwenspositie die hij door de aard van zijn werkzaamheden inneemt en zal:
a. geen opdracht aanvaarden of uitvoeren waarbij sprake is van (een bepaalde mate van) sturing in de richting van een door de opdrachtgever gewenste uitkomst;
b. …..

De commissie beoordeelt met inachtneming van de hiervoor genoemde gedragsregels de door klager ingediende klacht als volgt, waarbij zij de door partijen ingediende stukken meeneemt, maar ook hetgeen partijen tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht laat meewegen.

Ter zitting heeft beklaagde aangegeven dat hij ten tijde van het aanvaarden van de expertiseopdracht in de veronderstelling verkeerde dat klager reeds aansprakelijkheid had erkend voor de onjuist uitgevoerde onkruidbestrijding en dat hij daarom een schikkingsvoorstel aan de maatschap zou hebben gedaan.

Om die reden heeft beklaagde zich voor de opdracht gesteld gezien de schade door onjuiste onkruidbestrijding vast te stellen. Hoewel het hier gaat om een rapport van een partijdeskundige, impliceert dat naar het oordeel van de commissie niet dat de deskundige volledig kan leunen op de informatie van zijn opdrachtgever. De NIVRE-gedragsregels stellen ook aan een partijrapport bepaalde eisen van objectiviteit en onafhankelijkheid waaraan een registerexpert zich dient te conformeren. Bovendien had het in het kader van hoor en wederhoor in de rede gelegen dat beklaagde bij klager navraag zou hebben gedaan naar eventuele erkenning van aansprakelijkheid. In ieder geval had beklaagde contact met klager op moeten nemen om te voorkomen dat het onderzoek niet objectief zou zijn en het enkel gestoeld zou zijn op informatie, voortvloeiend uit aannames en beweerdelijk gestelde informatie vanuit het standpunt van de opdrachtgever. Nu klager in het geheel niet bij het onderzoek betrokken is geweest, is hier sprake van een eenzijdig opgesteld rapport, hetgeen in strijd is met de NIVRE-gedragsregels 4 en 5 lid 1 sub c en 7 lid 1 inzake hoor- en wederhoor en zorgvuldig objectief onderzoek. Dat klager, zoals beklaagde in zijn verweer heeft gesteld, zelf contact met beklaagde op had moeten nemen, deelt de commissie niet. Van een registerdeskundige mag worden verwacht dat hij vanuit zijn professionaliteit zelf in gesprek met de betrokken partijen gaat.

Verder concludeert de commissie dat beklaagde bij de uitvoering van zijn opdracht geen zorgvuldig onderzoek heeft verricht nu hij de schade niet zelf heeft gezien, maar ook nu niet is gebleken dat beklaagde zich verdiept heeft in de oorzaak van de schade. Evenmin blijkt uit het rapport hoe de schade is bepaald en hoe het verband tussen de door klager uitgevoerde werkzaamheden en de gestelde schade is vastgesteld.

Zo had het in de rede gelegen dat beklaagde teneinde de kosten en opbrengsten van het aspergegewas te bepalen hij de voor gewasschade gebruikelijke KWIN-normen, als vertrekpunt had genomen. De aanname van causaliteit blijkt naar het oordeel van de commissie, voor zover zij heeft kunnen opmaken uit de stukken en ter zitting naar voren is gekomen, vooral gestoeld op veronderstellingen oftewel assumpties van beklaagde, dus zonder dat daarvoor aantoonbaar bewijs voorhanden is.

Het summier en onvolledig onderzoek naar de schade heeft bovendien geleid tot onjuistheden en onvolledigheden in het deskundigenrapport. Ter zitting is door beklaagde ook in zoveel woorden erkend, dat achteraf gezien beter onderzoek had kunnen worden gedaan. Zo laat beklaagde bijvoorbeeld onvermeld in het rapport dat hij zelf de schade niet heeft gezien, sluit hij schadeoorzaken uit zonder deze adequaat te weerleggen en mist derhalve kritische onderbouwing, omschrijft de post ‘Seelen’ uit de jaarrekening niet expliciet in zijn rapport, gaat zoals eerder reeds gezegd ten onrechte uit van aanvaarding van aansprakelijkheid door klager en vermeld in zijn rapport in plaats van de feitelijke grootte van het bewerkte aspergeperceel het dubbele aantal hectares.

Op grond van het voorgaande is voor de commissie genoegzaam komen vast te staan dat beklaagde de aanvaarde opdracht onvoldoende zorgvuldig, niet op kwalitatief hoog niveau en evenmin naar beste weten en kunnen heeft uitgevoerd. Het onderzoek is niet op verantwoorde wijze verricht en daarmee is door beklaagde in strijd met gedragsregel 5 lid 1 sub c, j en k gehandeld.

Tenslotte trekt klager de vereiste deskundigheid bij beklaagde in twijfel.

Zo staat beklaagde niet als gewasschade expert vermeld in het NIVRE-register, maar ook geeft zijn rapportage geen blijk van ervaring met gewasschade en is daarmee strijdig met regel 5 lid 1 sub a. Het feit op zich dat beklaagde niet in het register van schade-experts staat vermeld als gewasschade-expert, overtuigt de commissie onvoldoende om van een gebrek aan kennis over gewasschade bij beklaagde te kunnen spreken. De commissie twijfelt er, gezien de achtergrond van beklaagde, niet aan dat hij over enige kennis van gewasschade beschikt, dit laat echter onverlet dat de commissie er wel aan twijfelt of zijn kennis in onderhavige kwestie voldoende is geweest. Zeker nu beklaagde zelf geen onderzoek naar de schade heeft gedaan en als deskundige de KWIN-normen, die bekend staan als standaard voor het berekenen van kosten en opbrengsten in de akkerbouw, niet in zijn rapportage heeft meegenomen. De commissie neigt er hier dan ook naar het vermeende gebrek aan deskundigheid te onderschrijven. De klacht is dan ook gegrond.

De commissie komt gelet op het voorgaande tot het oordeel dat de beklaagde niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend expert mag worden verwacht door niet te voldoen aan de voornoemde gedragsregels van het NIVRE. Dat betekent dat de klacht van klager gegrond wordt verklaard.

Ingevolge artikel 13.2. van haar reglement kan de commissie bij het geheel of gedeeltelijk gegrond zijn van de klacht een sanctie opleggen. De commissie ziet gezien de ernst van de tuchtrechtelijk verwijtbare gedragingen aanleiding voor het opleggen van een waarschuwing.

De commissie heeft de klacht van klager gegrond bevonden en zal daarom beklaagde overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van het reglement van de commissie, aan klager het klachtengeld dat deze aan de commissie heeft betaald voor de behandeling van de klacht, geheel moeten vergoeden. Dit is een bedrag van € 50,–.

De commissie ziet aanleiding om te bepalen dat beklaagde, als bijdrage in de kosten van de behandeling van de klacht het door de commissie vastgestelde maximumbedrag van € 2.500, — aan de commissie verschuldigd is.

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– Verklaart de klacht gegrond;
– Legt aan beklaagde de sanctie van een waarschuwing op;
– Bepaalt dat de beklaagde binnen veertien dagen na de verzenddatum van deze uitspraak het klachtengeld van € 50,– aan klager dient te betalen;
– Bepaalt dat beklaagde als bijdrage in de kosten van de klacht het door De Stichting De Geschillencommissie voor 2025 vastgesteld bedrag aan de commissie dient te betalen;
– Wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Tuchtcommissie NIVRE, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer M. Hoek en de mevrouw mr. L. Schots-Smit, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter-Bijsterveld, secretaris, op 29 juli 2025.

Opslaan als PDF