Gedeeltelijke vergoeding bij motorschade door gebroken distributieketting

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: Herstel    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: deels gegrond   Referentiecode: 336219/407277

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument had zijn VW EOS in onderhoud bij de ondernemer en sloot een Longlife onderhoudscontract af. Kort na een dashboardmelding voor onderhoud viel de motor uit, waarna bleek dat de distributieketting was gebroken en ernstige motorschade had veroorzaakt. De reparatiekosten liepen op tot ruim €6.000. De consument stelde dat de ondernemer hem had moeten waarschuwen voor het bekende risico van kettingproblemen bij dit type motor, zeker gezien de hoge kilometerstand en het feit dat de ketting nooit eerder was vervangen.

De ondernemer verweerde zich door te stellen dat controle van de ketting geen onderdeel is van het officiële onderhoudsschema en dat er geen vervangingstermijn voor bestaat. Hij had uit coulance de nota al verlaagd en bood aan de kosten van de ANWB-hulp te vergoeden.

De commissie oordeelde dat de ondernemer, gezien zijn kennis van het voertuig en de onderhoudshistorie, de consument wél had moeten adviseren over het risico van kettingbreuk. Dat valt onder de zorgplicht, zeker bij een langdurige klantrelatie. Tegelijkertijd achtte de commissie het redelijk dat de consument zelf ook verantwoordelijkheid draagt voor schade aan een oudere auto met hoge kilometerstand.

Daarom werd het te betalen bedrag van €5.342,28 verlaagd met €1.250. De consument moet €4.092,28 betalen, te verrekenen met het eerder gestorte depotbedrag. De klacht werd gedeeltelijk gegrond verklaard.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 30 januari 2024 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van opgedragen werkzaamheden, tegen de door de consument te betalen prijs van € 5.342,28.

De overeenkomst is uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 16 februari 2024 voorgelegd aan de ondernemer.

De consument heeft een bedrag van € 5.342,28 niet betaald en bij de commissie in depot gestort.

 

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument kocht de auto op 26 juni 2017 met een kilometerstand van 70.000 km. Sindsdien is de auto, een VW EOS steeds in onderhoud geweest bij een officiële merkdealer, sinds 4 jaar bij de ondernemer. De kilometerstand bedraagt thans 188.250 km. De consument heeft bij de ondernemer een Longlife onderhoudscontract afgesloten, met meer zekerheid en extra controle. De auto geeft aan wanneer een onderhoudsbeurt noodzakelijk is. Ook houdt de ondernemer dat in de gaten. Op 12 januari 2024 verscheen een melding op het dashboard dat een onderhoudsbeurt moest plaatsvinden. Daags daarna reed de consument naar de ondernemer om een afspraak te maken. Het was zaterdag en dat was niet mogelijk. De consument zou de maandag daarop terugkomen en rijdt naar huis. Aldaar slaat de motor af en is niet meer aan te krijgen. Starten met startkabels lukte niet. De VW Hulpdienst kwam niet, omdat het onderhoudsinterval van 30.000 km met 115 km was overschreden. Uiteindelijk betaalde de consument zelf de kosten van het transport van de auto naar de garage van de ondernemer, kosten € 199,-.

Uit de door de ondernemer gestelde diagnose en reparatie is naar voren gekomen dat de distributieketting is gebroken met ernstige motorschade tot gevolg. De kosten zijn inmiddels opgelopen tot € 6.200,-. Het oprekken en breken van de distributieketting komt bij dit type motor wel vaker voor. De consument verwijt de ondernemer dat deze bekend is met dit euvel, dat de ondernemer de onderhoudsgeschiedenis van de auto kent en geen advies heeft gegeven voor tijdige vervanging van de ketting. De ondernemer heeft onvoldoende zorg jegens de consument betracht en behoort om die reden de kosten van de reparatie te dragen.

Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

Na de vorige onderhoudsbeurt is de consument in juni 2023 bij kilometerstand 155.000 bij de ondernemer geweest voor een kleine reparatie, te weten het vervangen van de schroefveren. Noch bij de laatste onderhoudsbeurt, noch bij die reparatie heeft de consument van de ondernemer een signaal ontvangen dat de ketting moest worden vervangen. Normaal geeft de auto eerder een signaal dat een onderhoudsbeurt noodzakelijk is en niet pas in zo’n laat stadium. Van de ondernemer had hij evenmin een oproep ontvangen. De consument heeft geen enkel signaal gezien of opgemerkt. De consument is bereid de kosten voor het vervangen van de ketting en spanners te betalen. De meerschade wijt hij aan de ondernemer.

 

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Uit de correspondentie met de consument blijkt van het standpunt van de ondernemer.

Het verzoek tot kwijtschelding van de reparatienota kan de ondernemer niet honoreren. Ondanks dat sprake is van een bekende reparatie is bij de in de auto gemonteerde TSI motor. De ondernemer is niet aansprakelijk, omdat de controle van de distributieketting geen onderdeel uitmaakt van het onderhoudsschema van de auto. Evenmin heeft de fabrikant een vervangingstermijn vastgesteld voor de distributieketting waardoor deze niet preventief of volgens schema dient te worden vervangen. De ondernemer is gehouden om het onderhoudsschema van de fabrikant strikt uit te voeren. Uit goodwill heeft de ondernemer de nota verlaagd van € 6.200,- naar € 5.541,28. Ook is de ondernemer bereid de kosten die de ANWB aan de consument in rekening heeft gebracht, omdat de interval van 30.000 km na de laatste beurt was overschreden te vergoeden. Er resteert dan een te betalen bedrag van € 5.342,28.

De ondernemer betreurt het dat de auto niet eerder een signaal gaf, maar de eigenaar/gebruiker blijft steeds verantwoordelijk voor het tijdig laten uitvoeren van onderhoud.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De kettingen kunnen op allerlei momenten knappen. Er is geen staat op te maken. Op verzoek van de commissie heb ik in de computer gekeken of er storingsmeldingen zijn binnengekomen in de periode van 155.000 – 185.000 km. Er is 1 storing zichtbaar, te weten op 23 januari 2024 van een motortoerental sensor. Dat was 3 km voordat de auto bij de ondernemer op de brug stond. De ondernemer is de consument al aanzienlijk tegemoet gekomen. Er is geen advies gegeven om de ketting te vervangen. Er zat meer dan 30.000 km tussen de beurt en het breken van de ketting.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

In het onderhavige geschil klaagt de consument over het breken van de distributieketting daags na een melding op het dashboard dat een onderhoudsbeurt noodzakelijk was. Op dat moment was net iets meer dan 30.000 km met de auto gereden na de vorige onderhoudsbeurt. Het breken van de ketting heeft tot aanzienlijke motorschade geleid en een hoge reparatienota.

De consument is van mening dat de schade is te wijten aan de ondernemer die hem niet heeft geadviseerd om de ketting te vervangen, wetende dat bij dit typemotor de ketting kan uitrekken en kan breken en dat dit tot grote motorschade kan leiden. Bovendien was de ondernemer op de hoogte van de onderhoudsgeschiedenis van de auto en wist hij dat de ketting niet eerder was vervangen.

De ondernemer voert verweer.

De commissie volgt deels het standpunt van de consument.

Naar het oordeel van de commissie kan het argument van de ondernemer dat de distributieketting tijdens een onderhoudsbeurt niet wordt gecontroleerd omdat dit net in het betreffende onderhoudsschema staat niet worden gevolgd. Er bestaat immers toch geen bezwaar tegen dat ook een dergelijk onderdeel met enige reputatie ook wordt gecontroleerd, met name op rekken. De commissie ziet dan ook geen goede reden voor deze in haar ogen al te strikte werkopvatting van de ondernemer. Het volgen van die opvatting zou ook kunnen meebrengen dat indien en voorzover de betreffende onderhoudsmonteur een ratelend geluid hoort afkomstig van de distributieketting, hij daaraan voorbij moet gaan. Dat is onwenselijk en niet acceptabel.

Het is niet duidelijk geworden waarom de ondernemer, bij een eerdere beurt of bij de reparatie in juni 2023 om gelet op de hoge kilometerstand en de reputatie van de ketting, de consument niet heeft geadviseerd om de ketting te laten vervangen. Wel staat vast dat dit niet is gebeurd. Aldus bleef het risico bestaan dat de ketting op enig moment zou breken met alle gevolgen van dien. De commissie is van oordeel dat nu men beschikte over de volledige onderhoudsgeschiedenis, de consument al jaren klant was en sprake was van een hoge kilometerstand, het van de ondernemer had mogen worden verwacht bij gelegenheid van de laatste onderhoudsbeurt dan wel bij gelegenheid van de tussentijdse reparatie om de consument te adviseren om de ketting te laten vervangen. Dit volgt uit de zorgplicht van de ondernemer, die mede voortvloeit uit de bestendige en langdurige relatie van partijen en de in dat kader aan de ondernemer toevertrouwde belangen.

Dit laat onverlet de eigen verantwoordelijkheid van de consument voor reparaties die inherent zijn aan het rijden in een wat oudere auto met een hoge kilometerstand, waarvan de waarde grotendeels is afgeschreven. Die omstandigheden rekent de commissie dan ook aan de consument toe bij het bepalen van het bedrag dat in de gegeven omstandigheden als een redelijke en billijke bijdrage in de reparatiekosten is aan te merken.

Het bovenstaand leidt ertoe dat de commissie naar billijkheid het door de consument voor de reparatie te betalen bedrag van € 5.342,28 vermindert met een bedrag van € 1.250,-, zodat de consument een bedrag van € 4.092,28 dient te betalen.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gedeeltelijk gegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De consument betaalt een bedrag van € 4.092,28 aan de ondernemer. De betaling van dit bedrag zal plaatsvinden door verrekening met het depotbedrag.

Het depotbedrag wordt als volgt verdeeld.

De ondernemer ontvangt uit het depot een bedrag van € 4.092,28; de consument ontvangt uit het depot een bedrag van € 1.250,-.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 127,50 aan hem te vergoeden en zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. P.B. Vos en R. Vlasveld, leden, op 9 augustus 2024.

Opslaan als PDF