Commissie: Makelaardij
Categorie: Kwaliteit dienstverlening
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
705093/804421
De uitspraak:
Waar gaat het over?
Op 6 september 2017 is een opdracht tot bemiddeling bij de verkoop van een appartement tot stand gekomen tussen de consument en de makelaar. De bemiddeling is geslaagd en de consument heeft de courtage betaald. De consument stelt dat er sprake is van belangenverstrengeling, omdat de makelaar zowel voor de koper als de verkoper zou hebben opgetreden. Daarnaast heeft de makelaar zonder medeweten van de consument een brief aan de koper geschreven, waarin werd gesteld dat de consument de kosten van een liftinstallatie had verzwegen. De consument wil dat de makelaar de kosten van rechtsbijstand vergoedt die zijn gemaakt vanwege de procedure die de koper tegen hem heeft aangespannen. De makelaar ontkent belangenverstrengeling en stelt dat hij niet voor zowel de verkoper als de koper heeft opgetreden. De brief van 27 oktober 2022 is te goeder trouw geschreven omdat de consument onwaarheden over de makelaar verkondigde. De commissie heeft vastgesteld dat de vordering van de koper door de kantonrechter is afgewezen omdat de koper niet kon aantonen dat hij schade had geleden. De consument had de koper moeten informeren over de aanstaande investering in de lift, wat blijkt uit de besluitenlijst van de vereniging van eigenaren. De kosten van rechtsbijstand worden niet toegewezen aan de consument, omdat de noodzaak tot procederen aan de consument zelf te wijten is. De makelaar had de consument moeten informeren voordat hij de brief van 27 oktober 2022 verstuurde, maar dit leidt niet tot vergoeding van de rechtsbijstandskosten. Er is geen bewijs voor belangenverstrengeling door de makelaar. De klacht van de consument is ongegrond verklaard.
Volledige uitspraak:
Onderwerp van het geschil
Op 6 september 2017 is een opdracht tot bemiddeling bij verkoop van het appartement van de consument tot stand gekomen tussen partijen. De bemiddeling is gelukt en de consument heeft de courtage betaald.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer. De consument stelt dat sprake is van verstrengeling van belangen. Zo zou de makelaar destijds zijn opgetreden voor zowel de koper als de verkoper. Bovendien heeft de makelaar zonder de consument ervan in kennis te stellen een brief van 27 oktober 2022 aan de koper geschreven ten behoeve van zijn claim dat de consument als verkoper de kosten van een liftinstallatie zou hebben verzwegen waardoor de koper voor onverwacht hoge kosten kwam te staan. De consument wil dat de makelaar de kosten van rechtsbijstand die de consument maakt in het kader van de door de koper jegens hem gemaakte procedure vergoedt.
Standpunt van de makelaar
Voor het standpunt van de makelaar verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer. Er is geen sprake van belangenverstrengeling want hij heeft niet opgetreden voor zowel verkoper als koper bij de aankoop van het appartement. Hij heeft te goeder trouw de brief van 27 oktober 2022 geschreven omdat de consument onwaarheden over hem verkondigde (als zou hij hebben geweten van de kosten voor de liftinstallatie maar dat hebben verzwegen).
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op de zitting heeft de commissie aan de consument verzocht om het vonnis van de kantonrechter en de advocatendeclaraties aan het dossier toe te voegen. Dat heeft de consument gedaan en de makelaar heeft een week de gelegenheid gekregen daarop te reageren.
Uit het vonnis, waarvan volgens de consument de koper in hoger beroep is gekomen, volgt dat de vordering van de koper is afgewezen, kort gezegd, omdat de koper de kantonrechter er niet van heeft weten te overtuigen dat hij daadwerkelijk schade heeft geleden. Wel is overwogen dat de consument ten onrechte niet aan de koper heeft medegedeeld dat de investering in de lift er aan zat te komen. Dat blijkt namelijk uit de besluitenlijst van de vereniging van eigenaren die bij de consument bekend was. Uit het vonnis blijkt niet dat de brief van de makelaar van 27 oktober 2022 is gebruikt voor de motivering. Uit de declaraties, in combinatie met het vonnis, volgt dat de consument kosten van rechtsbijstand heeft gemaakt.
Deze kosten zal de commissie echter niet aan de consument toewijzen. Duidelijk is immers dat hij aan de koper had moeten mededelen dat de investering in de lift eraan zat te komen door middel van de vragenlijst die aan de verkoop voorafgaat. Dan was er geen misverstand ontstaan en evenmin een noodzaak tot procederen. Dat de koper een procedure tegen de consument is begonnen kan dus aan de makelaar niet worden verweten maar is de eigen schuld van de consument. Wel kan worden gezegd dat van de makelaar had mogen worden verwacht om, voordat hij de brief van 27 oktober 2022 zou hebben verzonden, dit voornemen kenbaar te maken aan de consument. Per slot van rekening was de consument zijn opdrachtgever en mocht de consument er zonder meer op rekenen dat de makelaar als zorgvuldig opdrachtnemer hiermee om zou gaan. Door dat niet te doen is er irritatie bij de consument ontstaan die had kunnen worden voorkomen. Dat leidt er echter niet toe dat hij kosten van rechtsbijstand moet vergoeden omdat het causale verband tussen die brief en deze kosten ontbreekt.
De consument stelt nog dat sprake is van dubbele petten bij de verkoop van zijn appartement. De makelaar betwist dat echter. De consument heeft hiervan geen bewijs in het geding gebracht zodat de commissie ook dit verwijt ongegrond acht.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De klacht is ongegrond.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij, bestaande uit de heer mr. A.J.J. van Rijen, voorzitter, de heer J.B. Boerman en de heer mr. drs. M.J. Ziepzeerder, leden, op 21 februari 2025.