Commissie: Ambulancezorg
Categorie: Schadevergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1308854/1312320
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt zegt dat zijn horloge is kwijtgeraakt tijdens het vervoer met de ambulance. Hij stelt dat een ambulanceverpleegkundige het horloge heeft afgedaan en later weer heeft omgedaan, maar dat het daarna verdwenen was. De zorgaanbieder zegt dat niet duidelijk is of de cliënt het horloge droeg en dat niet kan worden vastgesteld waar het verlies heeft plaatsgevonden. De commissie kan niet vaststellen wat er precies is gebeurd en dus ook niet dat de ambulancedienst een fout heeft gemaakt. Daarom wordt de klacht ongegrond verklaard en krijgt de cliënt geen schadevergoeding.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)Gemachtigde[naam] (hierna te noemen: klager)
en
Stichting Regionale Ambulancevoorziening Limburg, gevestigd te Ittervoort
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft een verlies van een horloge in de ambulance.
Standpunt van cliënt
Voor het standpunt van cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.
Op 26 december 2024 is cliënt in kritieke toestand per ambulance vervoerd van zijn woonadres naar het ziekenhuis. De ambulance kwam in opdracht van het ziekenhuis na een oproep via de huisartsenpost. Tijdens de rit heeft de ambulancebroeder tegen cliënt gezegd: “Meneer, ik ga uw horloge afdoen omdat ik een infuus moet inbrengen.” Enkele momenten later zei de broeder: “Meneer, ik ga uw horloge weer omdoen, het lukt mij niet om een infuus in te brengen.”
Na aankomst in het ziekenhuis is cliënt opgenomen en meer dan een week op de afdeling gebleven.
De dag na de opname constateerde zijn vrouw dat zijn horloge ontbrak. De dochter van cliënt heeft dit direct gemeld bij de balie van de eerste hulp. Daar werd haar verteld dat er geen gevonden voorwerpen waren afgegeven. Vervolgens is zij verwezen naar de beveiliging, waar dezelfde mededeling werd gedaan.
Op verzoek heeft zij een formulier ingevuld voor vermiste voorwerpen. Dit is op 30 december 2024 ingeleverd bij mevrouw [naam], hoofd van de eerste hulp. Zij gaf aan vijf dagen nodig te hebben voor onderzoek in zowel het ziekenhuis als bij de ambulancedienst en daarna contact met cliënt op te nemen. Dat contact bleef echter uit. Ondanks meerdere pogingen (telefonisch en later per e-mail) heeft cliënt geen reactie ontvangen.
Pas drie maanden later is de betreffende ambulancebroeder bevraagd. Begrijpelijkerwijs kon hij zich de situatie toen niet meer goed herinneren. Zowel Ambulancezorg Limburg als het ziekenhuis wijzen naar elkaar en nemen geen verantwoordelijkheid.
De zaak is uiteindelijk overgedragen aan de verzekeringsmaatschappij van het ziekenhuis. Deze heeft de claim van cliënt afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld waar de vermissing precies heeft plaatsgevonden. Men was wel bereid om een coulancevergoeding uit te keren, maar het ziekenhuis heeft hiermee niet ingestemd. Daarmee is cliënt als leek van het kastje naar de muur gestuurd en uiteindelijk met lege handen blijven staan.
Cliënt stelt dat de Ambulancezorg Limburg onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij het tijdelijk in bewaring nemen van zijn horloge. Er is onvoldoende en niet tijdig onderzoek gedaan naar de vermissing.
Er is gebrekkige communicatie geweest richting cliënt en zijn familie (geen opvolging van afspraken, geen terugkoppeling). Er zijn geen inspanningen gedaan om camerabeelden uit de ambulance te bekijken, terwijl dit mogelijk helderheid had geboden.
De afhandeling door Ambulancezorg Limburg, in samenspraak met het ziekenhuis en diens verzekeraar, heeft ertoe geleid dat cliënt als patiënt tussen instellingen is komen te staan zonder dat iemand verantwoordelijkheid heeft genomen.
Cliënt stelt Ambulancezorg Limburg aansprakelijk voor het verlies van zijn horloge en verzoekt de commissie om een bindende uitspraak te doen waarin Ambulancezorg Limburg gehouden wordt hem schadeloos te stellen.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.
Ontvankelijkheid:
De zorgaanbieder verzoekt de commissie cliënt niet ontvankelijk te verklaren in zijn klacht. Ten eerste heeft cliënt nimmer een officiële klacht bij de zorgaanbieder ingediend. Ten tweede heeft de klacht van cliënt niet zo zeer betrekking op de verleende zorg (zijnde het vervoer per ambulance), maar is hij van mening dat de zorgaanbieder beter op zijn horloge had moeten letten. In de optiek van de zorgaanbieder strekt de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (verder: Wkkgz) zich niet uit tot een dergelijk (vermeend) nalaten.
Inhoudelijk:
Bij gebrek aan wetenschap moet de zorgaanbieder weerspreken en/of ontkennen dat:
1. cliënt rechthebbende is (geweest) van het horloge;
2. cliënt het horloge droeg op het moment van vervoer naar het ziekenhuis;
3. het horloge is kwijtgeraakt door toedoen van de zorgaanbieder;
4. de schade € 3.300,- bedraagt.
Direct na het moment waarop bericht binnenkwam van de vermissing van het horloge van cliënt, heeft de zorgaanbieder onderzoek laten uitvoeren naar deze vermissing en heeft hij per mail met cliënt gecorrespondeerd.
De zorgaanbieder heeft de twee ambulanceverpleegkundigen van de bewuste rit gevraagd of zij hebben waargenomen dat cliënt een horloge om had. Geen van beide (ervaren, vertrouwensvolle) ambulanceverpleegkundigen kon zich herinneren dat cliënt een horloge om had en/of dat aan cliënt is gezegd dat het horloge zou worden afgedaan en daarna dat het weer zou worden omgedaan.
Normaliter wordt een horloge afgedaan bij het prikken met een venflon. Bij het afdoen wordt een horloge om de andere pols geschoven of in een broekzak/vest van de cliënt geplaatst. In een ambulance is ook altijd een safety-bag aanwezig. Indien waardevolle spullen niet aan de andere arm of in kleding kunnen worden gestopt, gaan de spullen in deze tas. Op het ritformulier en de beschikbare gegevens van die dag staat niet beschreven dat er een horloge werd gedragen en/of is aangetroffen en/of in een safetybag is geplaatst. Het ligt dan ook veel meer in de rede dat het horloge (mocht het in de bewuste periode reeds zijn zoekgeraakt) is verdwenen gedurende het verblijf in het ziekenhuis. Er worden geen camerabeelden in de ambulance gemaakt.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft te oordelen of de zorgaanbieder heeft gehandeld volgens professionele standaard, zoals die is verwoord in het Landelijk Protocol Ambulancezorg (hierna: het Protocol).
De commissie dient te oordelen of de zorgaanbieder heeft gehandeld in strijd met haar zorgplicht tot het veiligstellen van het horloge van cliënt.
Ontvankelijkheid:
De zorgaanbieder heeft primair de commissie verzocht client niet in zijn klacht te ontvangen daar cliënt niet zelf een klacht bij de zorgaanbieder heeft ingediend en de commissie niet bevoegd is om over dit geschil te oordelen daar de Wkkgz niet ziet op vermissing van persoonlijke eigendommen.
De commissie heeft vastgesteld dat cliënt niet zelf een klacht heeft ingediend bij de zorgaanbieder maar dat de procedure in gang is gezet nadat het ziekenhuis een vermissingsformulier aan de zorgaanbieder heeft doen toekomen. Vervolgens heeft de zorgaanbieder onderzoek gedaan naar de vermissing van het horloge en cliënt van het resultaat van dit onderzoek op de hoogte gesteld en daarbij aangegeven dat de zorgaanbieder niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de vermissing van het horloge.
De commissie is van oordeel dat gezien de inspanningen en de afwijzing van de aansprakelijkheid door de zorgaanbieder na ontvangst van het vermissingsformulier en de correspondentie met cliënt hierover, niet met terugwerkende kracht kan worden gesteld dat er geen klacht bij de zorgaanbieder is ingediend.
De zorgaanbieder stelt dat een klacht over een vermeend gestolen voorwerp niet een klacht over een gedraging in het kader van de zorgverlening betreft zoals opgenomen in artikel 14 Wkkgz. Naar het oordeel van de commissie kan ook een klacht over het verdwijnen van eigendommen in een ambulance worden opgevat als een klacht over een gedraging in de zorgverlening. Cliënt had immers om dat moment een behandelingsovereenkomst met de zorgaanbieder om cliënt naar het ziekenhuis te vervoeren. De wijze waarop in de ambulance wordt omgegaan met problemen rond persoonlijke eigendommen van een cliënt, zoals schade of zoekraken, is in dat kader op te vatten als een gedraging in de zorgverlening.
De commissie acht zich bevoegd om de klacht van de cliënt te behandelen en verklaart cliënt ontvankelijk in zijn klacht.
Inhoudelijk:
De commissie stelt vast dat, op grond van de overgelegde stukken en de verklaringen die ter zitting zijn afgelegd, niet kan worden vastgesteld wat er daadwerkelijk met het horloge van cliënt is gebeurd tijdens de ambulancerit naar het ziekenhuis op 26/27 december 2024.
In het vragenformulier heeft cliënt verklaard dat het horloge door de ambulanceverpleegkundige is afgedaan om een infuus in te brengen. Omdat het inbrengen van een infuus niet lukte zou de ambulanceverpleegkundige hebben gezegd dat hij het horloge weer om zou doen. Cliënt heeft voorts de zorgaanbieder verweten dat deze niet voortvarend heeft gehandeld door pas drie maanden na de vermissing het onderzoek naar de vermissing uit te voeren en dat de zorgaanbieder gebrekkig met cliënt heeft gecommuniceerd.
De zorgaanbieder heeft ter zitting aangegeven dat hij direct na ontvangst van het vermissingsformulier een onderzoek heeft ingesteld. Dat tussen de vermissing van het horloge en het onderzoek enige tijd is verstreken kan de zorgaanbieder niet worden verweten omdat hij pas later door het ziekenhuis van de vermissing op de hoogte is gebracht. De zorgaanbieder heeft cliënt na het onderzoek direct op de hoogte gebracht.
Normaliter wordt voor het inbrengen van een infuusnaald het horloge afgedaan en aan de andere arm omgedaan. Als dit niet mogelijk is wordt het horloge in een safetybag gestopt en overgedragen in het ziekenhuis. Er is echter geen infuusnaald ingebracht en er is geen safetybag gebruikt, zoals blijkt uit het ritformulier en de beschikbare gegevens van die dag. Dit zou betekenen dat cliënt het horloge om had toen hij bij de afdeling spoedeisende hulp aankwam. Er hangt geen camera in een ambulance.
Het is vaste jurisprudentie van de commissie in gevallen als deze waarbij de feitelijke gang van zaken niet kan worden vastgesteld, dat het verwijt van cliënt op het desbetreffende onderdeel niet gegrond kan worden bevonden. Dit oordeel berust niet op het uitgangspunt dat het woord van cliënt minder geloof verdient dan dat van de zorgaanbieder, maar op de omstandigheid dat voor een oordeel of onzorgvuldig is gehandeld door de zorgaanbieder eerst moet worden vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. Deze feiten kan de commissie niet vaststellen, immers niet kan worden vastgesteld dat cliënt zijn horloge in de ambulance is kwijtgeraakt.
Nu de commissie, op basis van de beschikbare informatie en hetgeen tijdens de zitting aan de orde is gekomen, niet tot het oordeel kan komen dat sprake is van verwijtbaar handelen door de zorgaanbieder zal de klacht niet gegrond worden verklaard.
Omdat een toerekenbare tekortkoming van de zorgaanbieder niet kan worden vastgesteld, zal ook de vordering tot schadevergoeding worden afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart cliënt ontvankelijk in zijn klacht;
– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst het anders of meer gevorderde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ambulancezorg, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer P. Haasbeek, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr.
W. Hartong van Ark, secretaris, op 15 december 2025.