Geen oorzakelijk verband vast te stellen tussen de ziekenhuisopnames van cliënte en de wijze van het bijhouden van vochtinnamelijsten door de zorgaanbieder, klacht is ongegrond

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: Verpleeghuiszorg    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 111276

De uitspraak:

In het geschil tussen

Cliënte, vertegenwoordigd door klaagster en Stichting Omring, gevestigd te Hoorn (verder te noemen: de zorgaanbieder)

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de
Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is ter zitting behandeld op 13 september 2017 te Alkmaar.

Cliënte heeft zich tijdens de zitting laten vertegenwoordigen door klaagster.

De zorgaanbieder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door [directeur Wonen en Zorg] en [locatieverantwoordelijke].

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de kwaliteit van de zorg. Klaagster is van mening dat deze tekort schiet, als gevolg waarvan cliënte, haar moeder, tot twee keer toe opgenomen moest worden in het ziekenhuis.

Standpunt van klaagster

Het standpunt van klaagster luidt als volgt.

Voor het standpunt van klaagster verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken. Kort samengevat betreft het de volgende punten.

Cliënte woont al enkele jaren in het verzorgingshuis van de zorgaanbieder. Klaagster vindt dat de zorg aan cliënte op meerdere punten tekort schiet. Ter zitting heeft klaagster desgevraagd verklaard dat het voornaamste punt van zorg het bijhouden van de vochtinnamelijsten van cliënte is. Cliënte heeft een vochtbeperking van 1000 cc per dag. Er dient door het verzorgend personeel goed bijgehouden te worden wat cliënte door de dag heen aan vocht binnen krijgt. De vochtlijst wordt echter ondanks herhaalde verzoeken van klaagster hiertoe nog steeds niet goed ingevuld. Klaagster brengt dagelijks een bezoek aan cliënte en houdt volgens afspraak met het verzorgend personeel gedurende de tijd van haar bezoek tot ongeveer 15.00 uur zelf de vochtlijst van cliënte bij, maar buiten haar bezoektijden gebeurt het bijhouden van de vochtlijst niet naar behoren. Het verzorgend personeel heeft verklaard dat wel bekend is wat cliënte aan vocht inneemt per dag. Dat klopt niet. Als gevolg van de gebrekkige registratie van de vochtinname is cliënte in augustus 2015 en juli 2016 in het ziekenhuis opgenomen als gevolg van natriumtekort en uitdroging. Klaagster heeft al in augustus 2015 aan de locatiemanager gerapporteerd dat de vochtbalans van cliënte niet goed werd bijgehouden. De locatiemanager heeft toegegeven dat er dingen niet goed zijn gegaan in het bijhouden van de vochtbalans van cliënte en heeft hiervoor verbeterpunten geformuleerd, maar tot nu toe is het resultaat niet bevredigend voor klaagster.
Klaagster wil met haar klacht bereiken dat de waarheid boven tafel komt en dat de zorgaanbieder erkent dat er dingen niet goed zijn gegaan in de zorgverlening aan cliënte, met name in het bijhouden van haar vochtbalans.

Standpunt van de zorgverlener

Het standpunt van de instelling zoals dat blijkt uit de door de commissie ontvangen stukken en uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.

Klaagster klaagt erover dat de zorgverlening aan cliënte niet goed is. Als voorbeeld dat de verzorging van cliënte niet goed is wordt onder andere het bijhouden van de vochtlijsten genoemd, als gevolg waarvan cliënte tot twee keer toe opgenomen diende te worden in het ziekenhuis.
In juli 2015 heeft cliënte via de huisarts een antibioticakuur gekregen in verband met een urineweginfectie. Op 19 juli 2015 bleek de urine nog niet helemaal goed te zijn en de huisarts heeft hierop een nieuwe antibioticakuur voorgeschreven. Op 23 augustus 2015 gaf cliënte aan dat zij zich niet lekker voelde en toonde vermoeid. Urineonderzoek gaf geen afwijkingen op dat moment. Er is toen afgesproken dat er de volgende dag bloed geprikt zou worden en met klaagster is afgesproken dat de huisarts ingeschakeld zou worden als het toestandsbeeld van cliënte zou veranderen. Enkele minuten later bleek de huisartspost door klaagster gebeld. Cliënte is door een waarnemer van de huisartsenpost bezocht. Deze kon geen afwijkingen vinden. Desondanks is na overleg met klaagster besloten om cliënte in te sturen naar het ziekenhuis. In een evaluatie tussen de zorgmedewerker en de huisarts is besproken dat uit uitgebreid laboratoriumonderzoek bleek dat het bloed van cliënte toch niet helemaal in orde was. De huisarts gaf echter aan dat de medewerkers van de zorginstelling geen fouten hadden gemaakt. Cliënte heeft verdere behandeling in het ziekenhuis gekregen en is daarna teruggekeerd naar de zorginstelling.
Ongeveer een jaar later, op 14 juli 2016 begon cliënte met hoesten. Op 21 juli 2016 is gestart met een antibioticakuur. Een dag later kreeg cliënte verwardheidsverschijnselen. De huisarts van de huisartsenpost duidde de verschijnselen als mogelijke bijwerkingen van de kuur. Besloten werd dat cliënte thuis mocht blijven maar dat zij als de situatie zou veranderen, opgenomen diende te worden in het ziekenhuis. Op 25 juli 2016 is naar aanleiding van een bloedonderzoek besloten tot opname van cliënte in het ziekenhuis. Cliënte bleek een natriumtekort te hebben en pneumonie. In augustus 2016 kreeg cliënte een vochtbeperking van 750 cc per dag. Later is dit opgehoogd tot 1000 cc per dag. De diëtiste gaf aan dat begeleiding niet nodig was aangezien cliënte zich uit eigen beweging goed aan de vochtbeperking kon houden.
Tussen en na de beide ziekenhuisopnames zijn gesprekken gestart met klaagster, cliënte, de teamcoach en de locatiemanager. Hierbij zijn afspraken gemaakt. Feit is dat het bijhouden van de vochtbeperking in de opstartfase niet altijd adequaat is opgepakt door de medewerkers en aandacht behoeft. Het formulier dat de zorgaanbieder standaard gebruikt is hierop aangepast voor cliënte. De medewerkers zijn hierover geïnstrueerd. Op de werklijst staat dat de vochtinname van cliënte bijgehouden moet worden en er wordt elke dag een verantwoordelijke aangewezen die deze lijst moet bijhouden. Er zijn wisselingen van verzorgend personeel geweest. Echter, nieuwe medewerkers zijn allen geïnstrueerd en er is een eerst verantwoordelijke verzorgende (EVV) aangesteld. Deze is evenwel niet elke dag de hele tijd beschikbaar. Het gaat nu voor 90% goed met de registratie van de vochtinname van cliënte. Klaagster is elke dag aanwezig en vult ook vochtlijsten in, hetgeen soms voor verwarring zorgt. Sinds de tweede ziekenhuisopname van cliënte in augustus 2016 is haar toestandsbeeld stabiel. De huisarts heeft naar aanleiding van een bloedonderzoek bepaald dat het bijhouden van de vochtlijst kan worden opgeheven en de frequentie van het bloedprikken kan worden verlaagd. Er is afstemming tussen de specialist ouderengeneeskunde van de zorgaanbieder en de huisarts.
Klaagster heeft rond augustus 2016 ook een melding gedaan bij de inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ). De vragen die de IGZ heeft gesteld zijn door de zorgaanbieder beantwoord. De IGZ is van oordeel dat er sprake is van een zorgvuldig onderzoek met voldoende maatregelen.
De zorgaanbieder is van mening dat het beeld dat cliënte vertoond in overeenstemming is met haar gevorderde leeftijd en betwist dat er een relatie zou bestaan tussen het bijhouden van de vochtinnamelijsten van cliënte en haar twee opnames in het ziekenhuis. Ondanks de toegenomen professionalisering in de zorgverlening kan een ziekenhuisopname niet altijd voorkomen worden. Er kunnen ook meerdere oorzaken zijn waardoor het toestandsbeeld van een cliënt verslechtert. De zorgaanbieder is van mening dat de veiligheid en de kwaliteit van de zorg op orde zijn binnen de zorginstelling en geen bedreiging vormen voor het welzijn van cliënte.

De zorgaanbieder verzoekt de commissie de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het door partijen over en weer gestelde overweegt de commissie het volgende.

Klaagster heeft zich beklaagd dat de vochtinnamelijsten van cliënte door het verzorgend personeel niet naar behoren zijn bijgehouden als gevolg waarvan cliënte twee keer opgenomen moest worden in het ziekenhuis met een onbalans in de natriumspiegels.
Naar de commissie heeft begrepen uit hetgeen ter zitting door klaagster is verklaard en door de zorgaanbieder is bevestigd zijn in het verleden zaken met betrekking tot het bijhouden van genoemde vochtinnamelijsten niet goed gegaan. Door de zorgaanbieder is – onweersproken – verklaard dat het bijhouden van de vochtinnamelijsten eerder onderwerp van gesprek is geweest in een klachttraject met klachtenfunctionaris en later de klachtencommissie. Daarbij zijn verbeterpunten geformuleerd en maatregelen genomen om dergelijke fouten in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. Naar de zorgaanbieder heeft verklaard gebeurt het bijhouden van de vochtinnamelijsten nu voor 90% correct en is het toestandsbeeld van cliënte stabiel. De commissie ziet geen reden hieraan te twijfelen.

Uit hetgeen in de stukken en ter zitting door partijen is aangedragen is het oorzakelijk verband tussen de genoemde ziekenhuisopnames van cliënte en de wijze waarop haar vochtinnamelijsten werden bijgehouden niet vast komen te staan. Het is de commissie bekend dat er meerdere oorzaken ten grondslag kunnen liggen aan een verslechterd toestandsbeeld van een cliënt dat een ziekenhuisopname geboden kan maken.
 
Op grond van het voorgaande komt de commissie tot de conclusie dat de klacht ten aanzien van het bijhouden van de vochtinnamelijsten in alle onderdelen ongegrond is.

Beslissing

De commissie;
– verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.

Aldus beslist op 13 september 2017 door de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Geboortezorg.