Geen restitutie bij vertraging

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: Vervoer    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 226750/234864

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument had een treinreis met 30 minuten vertraging en vroeg geld terug via de regeling “Geld Terug Bij Vertraging” (GTBV). De ondernemer weigerde dit, omdat de consument een alternatieve route had gekozen die niet als “optimale reisroute” geldt volgens de reisplanner van de vervoerder. Ook had de consument niet opnieuw ingecheckt toen hij terugreisde richting het station van vertrek, wat volgens de voorwaarden verplicht is om een geldig vervoerbewijs te hebben. De consument vond dit onredelijk en diende een klacht in. De Geschillencommissie oordeelde dat de ondernemer terecht heeft gehandeld: de gekozen route was geen standaardroute en de consument voldeed niet aan de voorwaarden voor restitutie. Daarom is de klacht ongegrond verklaard en krijgt de consument geen geld terug.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Openbaar Vervoer

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een treinreis.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Consument reist vanuit [plaatsnaam] naar [plaatsnaam]. Consument doet dit via [plaatsnaam], zodat consument vanaf [plaatsnaam] meteen in de goede trein zit die naar [plaatsnaam] gaat. De consument heeft in april 30 minuten vertraging opgelopen, doordat vanaf [plaatsnaam] ineens de trein niet reed. De ondernemer wil geen restitutie uitkeren omdat de consument volgens hen niet de optimale route heeft gebruikt. Dan moet de consument nl van [plaatsnaam] eerst een sprinter naar [plaatsnaam] pakken om vervolgens in dezelfde trein te stappen die de consument in [plaatsnaam] zou pakken. Beide routes duren even lang. De consument heeft hier een klacht over ingediend bij de ondernemer. De ondernemer kan de consument niets vertellen over de status van de klacht, anders dan dat deze aangekomen is. Ondertussen zijn we 4 maanden verder.

De consument is het niet eens met de gemaakte beslissing, omdat zij deze baseren op een onredelijke definitie van optimale route en bovendien ongelijk hebben, aangezien desbetreffende rit ook vanaf [plaatsnaam] vertraagd zou zijn. Bottom line: de consument wil de restitutie krijgen waar consument recht op heeft en de consument wil in de toekomst restitutie kunnen aanvragen voor de route die de consument gebruikt om van [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] te reizen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Regeling Geld Terug bij vertraging van de ondernemer: Voor reizigers die een vertraging van minimaal 30 minuten oplopen tijdens hun reis met de ondernemer heeft de ondernemer de regeling GTBV. In deze Voorwaarden GTBV staat onder artikel 1. het volgende: Onder vertraging in de zin van de regeling “Geld Terug Bij Vertraging” wordt verstaan een door de Railverkeersleiding (ProRail) vastgestelde en geregistreerde afwijking van de dienstregeling waarbij de trein, waarin u zich bevindt of de trein(en) die u neemt op basis van de vooraf bepaalde Optimale reisroute naar het bestemmingsstation, en daar ten minste 30 minuten later arriveert dan in de Jaardienstregeling staat vermeld. Onder een vertraging wordt niet verstaan een afwijking van de Jaardienstregeling (bijvoorbeeld ten gevolge van werkzaamheden of een stremming) die minimaal één dag voorafgaand aan de reisdag door de ondernemer is aangekondigd. De optimale reisroute staat als volgt gedefinieerd: De route zoals aangegeven in de ondernemer zijn Reisplanner op basis van standaard instellingen (inclusief geadviseerde omreisroutes), die te raadplegen is via [website], de [app], via telefonische reisinformatie of aan de servicebalie. Via-routes die als extra optie in de ondernemer zijn reisplanner ingevoerd kunnen worden, zijn geen optimale reisroute. De route die de consument op zijn terugreis gebruikt, namelijk reizen via [plaatsnaam] valt onder de ‘via-routes’. Om via [plaatsnaam] te reizen moet immers een stuk teruggereisd worden op de route tussen [plaatsnaam] en [plaatsnaam] en deze route staat niet standaard in de reisplanner. Om een reisadvies voor deze route te krijgen moet het station [plaatsnaam] als via-station opgegeven worden. Op grond hiervan is het verzoek om restitutie in het kader van GTBV afgewezen. Geldig vervoerbewijs Op de manier waarop de consument via zijn terugreis heeft gereisd, heeft hij geen geldig vervoerbewijs. In de Algemene Voorwaarden voor het Vervoer van Reizigers en Handbagage van NS (AVR-NS) staat in artikel 2.4 het volgende over wanneer een vervoerbewijs geldig is: 2.4 Welke eisen gelden voor uw gebruik van het Vervoerbewijs? U maakt alleen geldig gebruik van uw Vervoerbewijs als aan alle van de volgende vereisten wordt voldaan:
1) U gebruikt uw OV-chipkaart of Betaalpas/creditcard op de wijze zoals voorgeschreven in artikel 3 van deze Voorwaarden. Dit betekent onder andere dat u voldoet aan de daarin uitgewerkte verplichting om in en uit te checken tenzij anders bepaald voor uw Product of situatie; Als u met gebruik van uw OV-chipkaart of Betaalpas/creditcard terugreist richting het station waar u heeft ingecheckt, moet u eerst uitchecken en weer inchecken voordat u terug kunt keren naar het station waarvan u uw reis met ondernemer begon. Dat hoeft niet als de oorzaak van het reizen in die richting buiten uw invloedsfeer ligt, of als u omreist en dat door ondernemer geadviseerd is (eigen onderstreping) Zoals op het kaartje in bijlage 2 te zien is, reist de consument als hij via [plaatsnaam] reist, weer langs [plaatsnaam]. De consument reist dan dus in de richting van het station waar hij heeft ingecheckt. Het staat de consument uiteraard vrij om via [plaatsnaam] te reizen. Hij moet dan echter wel in [plaatsnaam] uitchecken en weer inchecken om een geldig vervoerbewijs te hebben. Mocht de consument tijdens de reis via [plaatsnaam] vertraging oplopen, en hij heeft uit- en ingecheckt op [plaatsnaam] dan kan de consument een verzoek doen tot vergoeding op grond van GTBV voor de vertraagde rit, dus óf [plaatsnaam 1] – [plaatsnaam 2] óf [plaatsnaam 2] – [plaatsnaam 3], tenzij beide treinen meer dan 30 minuten vertraging hebben uiteraard. Maar de beoordeling van het GTBV-verzoek wordt gedaan op basis van de rit die is geregistreerd tussen de in- en uitcheck.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van de stukken en het verhandelde de zitting onderschrijft de commissie het standpunt van de ondernemer. Anders dan de consument meent gaat het er niet om of omreizen via [plaatsnaam] niet langer is dan rechtstreeks vanuit [plaatsnaam]. In feite wil de consument tussen [plaatsnaam] en [plaatsnaam] heen en weer reizen zonder ervoor te betalen. De klacht treft geen doel.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit mr. D.J. Buijs, voorzitter, mr. P. Vonk en drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk, leden, op 16 januari 2024.

 

 

 

 

 

Opslaan als PDF