Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: Informed consent
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1049412/1315373
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De klacht ging over een operatie aan de urinebuis waarbij de cliënt zei dat hij vooraf niet goed was geïnformeerd over mogelijke seksuele problemen, zoals erectie- en ejaculatiestoornissen. Volgens hem zou hij de operatie niet hebben gekozen als hij dit had geweten. De commissie vond dat de folder van het ziekenhuis hierover inderdaad onduidelijk was. Toch oordeelde de commissie dat de artsen tijdens gesprekken vóór de operatie wel voldoende uitleg hadden gegeven over de risico’s en mogelijke complicaties. Daarom was er volgens de commissie sprake van voldoende informed consent. De klachten werden ongegrond verklaard en de gevraagde schadevergoeding werd afgewezen.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)
en
Stichting Sint Franciscus Vlietland Groep, gevestigd te Rotterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.
Het geschil betreft informed consent bij een operatie van de urethra.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De cliënt heeft in december 2023 een operatie aan zijn urethra ondergaan wegens een urethrastrictuur recidiverende cystitis. Na de operatie heeft hij veel complicaties gekregen. Het begon met ernstig oedeem en haematoma, vervolgens infectie, daarna krampen op katheter, reactie op medicijnen, ernstige neuropraxie, erectie stoornissen, ejaculatiestoornissen en stase van urine in de urethra met incontinentie/lekkage na het plassen. De cliënt heeft wegens de stase van urine ondertussen al twee nieuwe blaasontstekingen gehad.
Nu meer dan 21 maanden verder heeft de cliënt nog steeds last van neuropraxie, erectie stoornissen, slechte ejaculatie en lekkage. Het enige wat hem verteld werd voor de operatie was dat een kans was op een infectie en recidief. Nooit is iets gezegd over de seksuele stoornissen die zouden kunnen ontstaan. Als de cliënt vooraf duidelijk te horen had gekregen wat de mogelijke bijwerkingen zouden zijn, had hij de operatie zeker uitgesteld tot op een leeftijd waarop hij minder seksueel actief zou zijn. Deze complicaties hebben een grote invloed op zijn psychisch welzijn en zijn relatie.
De cliënt vordert een materiële en immateriële schadevergoeding van € 25.000,-.
Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het ziekenhuis realiseert zich dat de verstrekte folder geen uitputtende opsomming bevat van de mogelijke complicaties. Dit maakt dat door de bij een behandeling betrokken specialist(en) ook nog in persoon aandacht wordt besteed aan noemenswaardige mogelijke complicaties. Zo ook in het onderhavige geval. Uit het medisch dossier volgt dat dit op 29 juni 2023 uitvoerig en adequaat is gedaan.
Het ziekenhuis betwist dat de gestelde gevoelloze, zwakke ejaculaties moeten worden gezien als een complicatie van de urethraplastiek op 15 december 2023. Voorafgaande aan die ingreep was immers al sprake van een ejaculatieverandering c.q. ejaculatieprobleem (zoals genoteerd in het medisch dossier onder anamnese op 28 juni 2023).
Een urethraplastiek kan worden uitgevoerd met of zonder dorsal inlay graft, in het onderhavige geval is de ingreep uitgevoerd zonder graft. Na een urethraplastiek is er geregeld in enige mate sprake van nadruppelen, de kans hierop is groter na gebruik van een graft dan zonder. Nadruppelen wordt niet gezien als een complicatie, maar als een potentieel bijproduct na urethrachirurgie.
Gezien de gegeven uitleg en voorlichting meent het ziekenhuis dat is voldaan aan het vereiste van informed consent, er is geen sprake van medisch onzorgvuldig handelen.
De zorgaanbieder meent dat de vordering moet worden afgewezen.
Beoordeling van het geschil
Wat aan het geschil vooraf is gegaan
Tijdens de zitting van 20 februari 2026 is gebleken dat de cliënt niet beschikte over het volledige medisch dossier zoals dat door de zorgaanbieder wordt gevoerd. In het bijzonder ontbrak het medisch dossier dat relevant is voor de beoordeling van het geschil.
De commissie heeft daarin aanleiding gezien de behandeling van de zaak aan te houden, om de cliënt in de gelegenheid te stellen kennis te nemen van het volledige medisch dossier. Het desbetreffende dossier is vervolgens alsnog aan de cliënt verstrekt. Hierna heeft op 7 april 2026 een voortgezette mondelinge behandeling plaatsgevonden.
Verzoek tot aanhouding
Ter zitting van 7 april 2026 heeft de cliënt naar voren gebracht dat hij vermoedt dat het medisch dossier van de zorgaanbieder achteraf is aangepast, in het bijzonder waar het betreft de vastlegging van informed consent. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de cliënt aangevoerd dat het, gelet op zijn ervaring binnen een dierenartspraktijk, technisch mogelijk is om achteraf wijzigingen aan te brengen in een medisch dossier.
De cliënt heeft in dat verband bij de zorgaanbieder login-gegevens opgevraagd, om te kunnen vaststellen of, en zo ja door wie en op welk moment, wijzigingen in het dossier zijn aangebracht. De client weet niet of de zorgaanbieder hieraan zal voldoen maar heeft nog niets ontvangen. De cliënt heeft de commissie verzocht de behandeling van deze zaak aan te houden voor onbepaalde tijd om hem in de gelegenheid te stellen deze gegevens alsnog te kunnen verkrijgen en in te brengen in het geschil.
De commissie wijst dit verzoek af. Daartoe overweegt de commissie dat de enkele, niet nader onderbouwde veronderstelling dat het medisch dossier mogelijk achteraf is aangepast, onvoldoende grond vormt om de behandeling van de zaak verder aan te houden. De verwijzing naar de mogelijkheid van dossieraanpassing binnen een andere praktijksetting acht de commissie in dit verband niet relevant, nu daaruit niet volgt dat in het onderhavige geval daadwerkelijk sprake is geweest van aanpassingen in het dossier.
Nu ook concrete aanwijzingen voor onregelmatigheden die zouden kunnen wijzen op het achteraf maken of wijzigen van gegevens in het medisch dossier ontbreken, ziet de commissie geen aanleiding om de behandeling van de zaak te vertragen in afwachting van mogelijke nadere gegevens.
De commissie zal het geschil beoordelen op basis van de stukken zoals deze zich nu in het dossier bevinden, waaronder het overgelegde medisch dossier.
Toetsingskader
De overeenkomst die de cliënt met de zorgaanbieder heeft gesloten, betreft een geneeskundige
behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Op grond van de behandelingsovereenkomst die de cliënt met de zorgaanbieder is aangegaan, moet de
zorgaanbieder bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en daarbij
handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor
hulpverleners geldende professionele standaard (het goed hulpverlenerschap uit artikel 7:453 van het BW),
die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen
en protocollen. Het goed hulpverlenerschap houdt in dat de zorgaanbieder die zorg moet betrachten die
een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben
betracht.
Informed consent
Tussen partijen is in geschil of de cliënt voorafgaand aan de operatie adequaat is geïnformeerd over de mogelijke bijwerkingen van de ingreep, in het bijzonder ten aanzien van erectie- en ejaculatieproblemen, en of in dat kader sprake is geweest van informed consent.
De cliënt heeft gesteld dat hij voorafgaand aan de operatie niet is geïnformeerd over deze mogelijke bijwerkingen. Hij heeft daarbij aangevoerd dat hij, indien hij hierover wel zou zijn geïnformeerd, niet met de operatie zou hebben ingestemd.
De commissie overweegt allereerst dat de door de zorgaanbieder aan de cliënt verstrekte schriftelijke informatie, in de vorm van een brochure, op dit punt onjuist dan wel onvolledig is. In de brochure wordt immers vermeld dat de operatie geen invloed heeft op erecties. Naar het oordeel van de commissie is deze mededeling te absoluut geformuleerd en daarmee misleidend. De zorgaanbieder heeft ter zitting erkend dat de inhoud van de brochure aanpassing behoeft.
Dit leidt echter niet zonder meer tot de conclusie dat geen sprake is geweest van toereikende informatieverstrekking en geïnformeerde toestemming. De commissie stelt voorop dat een dergelijke brochure dient te worden beschouwd als een ondersteunend middel. De kern van het informed consent is gelegen in de mondelinge correspondentie tussen de zorgverlener en de cliënt, waarbij de zorgverlener informatie heeft verstrekt en de cliënt op basis daarvan akkoord is gegaan met de ingreep, in dit geval de urethraplastiek.
Op basis van het overgelegde medisch dossier acht de commissie voldoende aannemelijk dat de cliënt wel degelijk is geïnformeerd over de relevante risico’s en mogelijke bijwerkingen van de voorgenomen ingreep. De commissie verwijst in dit verband naar de aantekeningen in het medisch dossier van 29 juni 2023 (pagina acht), waaruit blijkt dat met de cliënt is gesproken over zowel de aard van de ingreep als de daaraan verbonden risico’s en complicaties.
In het dossier is onder meer opgenomen dat bij de mogelijke complicaties is besproken dat erecties niet verbeteren en in theorie kunnen afnemen, zij het dat dit in de praktijk beperkt is. Voorts is vastgelegd dat sprake is van een kleine kans (circa 10%) op tijdelijke erectiele disfunctie, alsmede andere tijdelijke klachten. Tevens zijn de succeskansen en lange termijn verwachtingen met de cliënt besproken.
Uit deze vastlegging leidt de commissie af dat de mogelijke bijwerkingen die van invloed kunnen zijn op het seksueel functioneren van de cliënt expliciet aan de orde zijn gekomen. De commissie ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid of betrouwbaarheid van deze dossieraantekeningen.
Alles overziende is de commissie van oordeel dat de zorgaanbieder, ondanks de onjuiste formulering in de brochure, heeft voldaan aan zijn informatieplicht en dat sprake is geweest van voldoende geïnformeerde toestemming van de cliënt voor de uitgevoerde ingreep.
Conclusie en schade
De klacht van de cliënt wordt ongegrond verklaard. Het verzoek tot schadevergoeding moet dan ook worden afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– wijst het verzoek tot aanhouding van de zaak af;
– verklaart de klachten van de cliënt ongegrond;
– wijst de vordering tot schadevergoeding af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer prof. dr. R.J.A. van Moorselaar, de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 7 april 2026.