Geen schadevergoeding voor vermist brievenbuspakket zonder verzekering

  • Home >>
  • Post >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Post    Categorie: Overig    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 754294/856363

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument verstuurde op 13 september 2024 een brievenbuspakket, dat volgens Track & Trace op 18 september zou zijn bezorgd. De geadresseerde zegt echter niets ontvangen te hebben. Omdat het pakket niet verzekerd was, is de ondernemer volgens de Postwet niet aansprakelijk voor vermissing, tenzij er sprake is van opzet of roekeloosheid. De commissie oordeelde dat de bezorging volgens de scan is uitgevoerd en dat de consument onvoldoende bewijs heeft geleverd dat het pakket niet is bezorgd. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of een niet-verzekerd pakket bij de geadresseerde is bezorgd en of de ondernemer indien geen bezorging heeft plaatsgevonden tot schadevergoeding gehouden is.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Postpakket niet bezorgd. Het postpakket dat op 13 september 2024 door de consument via de ondernemer verzonden is en op 18 september 2024 om 16.21 uur (Track&Trace) zou moeten zijn afgeleverd op het adres van ontvanger conform artikelen 9 en 20 Algemene Voorwaarden (hierna AVW) van de ondernemer.
Echter tot op heden (9 december 2024) is dit postpakket (welke volledig voldoet aan de in de AVW per 1 januari 2024 opgenomen bepalingen artikelen 13 &14 AVW) niet bij de geadresseerde aangekomen. Schadepost is € 102,14!

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument stelt dat op 13 september 2024 een postzending is verstuurd met het postproduct Brievenbuspakje+. De zending zou niet op het opgegeven adres zijn aangekomen. De ondernemer heeft geconstateerd dat de zending op 18 september 2024 door de postbezorger is uitgereikt en dat hiervan een scanbevestiging beschikbaar is, wat bevestigt dat de zending correct in de brievenbus is afgeleverd. Volgens de Algemene Voorwaarden Universele Postdienst (versie 2024) en de Postwet 2009, artikel 16 en 29, is de ondernemer niet aansprakelijk voor zoekgeraakte poststukken wanneer gebruik is gemaakt van een niet-verzekerde verzendoptie, zoals Brievenbuspakje+. De verzender heeft bewust gekozen voor een postproduct zonder garantie of aanvullende verzekering en draagt daarmee het risico van verlies of diefstal na correcte aflevering door de ondernemer.

Op basis van de Postwet 2009 en de Algemene Voorwaarden van de ondernemer gelden de volgende uitgangspunten:
1. Beperkte Aansprakelijkheid: artikel 29 van de Postwet bepaalt dat de universele postdienstverlener niet aansprakelijk is voor schade die ontstaat tijdens het postvervoer, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.
2. Correcte Bezorging: artikel 16 van de Postwet stelt dat de ondernemer verplicht is tot bezorging van poststukken, wat in dit geval aantoonbaar is gebeurd op 18 september 2024, bevestigd door de Track & Trace-scan.
3. Keuze van Verzender: de consument had bij verzending de mogelijkheid om te kiezen voor aanvullende diensten, zoals aangetekend verzenden of verzekerservice. Door te kiezen voor Brievenbuspakje+ zonder aanvullende verzekering, heeft hij impliciet geaccepteerd dat bij verlies of zoekraken geen volledige schadevergoeding mogelijk is.

Gezien de volgende feiten verzoekt de ondernemer de commissie het geschil ongegrond te verklaren:
1. De bezorging van de postzending is conform de procedure uitgevoerd en bevestigd door een bezorgscan.
2. De geadresseerde heeft geen gebruik gemaakt van een verzendoptie met aanvullende verzekering of track & trace-service die verdere aansprakelijkheid van de ondernemer zou rechtvaardigen.
3. De Postwet 2009 en de Algemene Voorwaarden van de ondernemer stellen duidelijk dat hij niet verantwoordelijk is voor zoekgeraakte post bij een onbeveiligde verzendmethode.

Op basis van bovenstaande argumenten en de toepasselijke wetgeving acht de ondernemer de vordering van de consument ongegrond.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Ter discussie staat of het pakket bij de geadresseerde bezorgd is. De ondernemer wijst erop dat uit Track and Trace blijkt dat het pakket in de brievenbus van de geadresseerde is bezorgd. De consument verwijst echter naar een verklaring van de geadresseerde. In die verklaring staat dat de adressering van het pakket correct was, dat de geadresseerde en zijn echtgenote thuis waren op de genoemde bezorgtijd (16.21 uur), maar dat zij geen bezorger hebben gezien, er lag geen pakket in de gang, noch is er aangebeld of lag er een briefje in de gang dat het pakket afgehaald kon worden. Het pakket is ook niet bij de buren bezorgd.

De commissie overweegt dat degene die een vordering instelt zijn stellingen dient te bewijzen, althans aannemelijk dient te maken. Tegenover de verklaring van de ondernemer, gebaseerd op de melding in track and trace, staat de verklaring van de geadresseerde. Die verklaring is onvoldoende om de stelling van de ondernemer te ontzenuwen. Dat de geadresseerde geen bezorger heeft gezien, betekent niet dat er geen bezorger bij de brievenbus is geweest. Daargelaten het voorgaande is de ondernemer, nu het pakket niet verzekerd of aangetekend verzonden is, niet aansprakelijk tenzij de consument aantoont dat de ondernemer met opzet of roekeloos de schade heeft veroorzaakt (artikel 29 lid 9 Postwet 2009). De consument heeft dat niet aangetoond.

Overigens heeft de ondernemer de betreffende portikosten aan de consument vergoed.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas en de heer H.W. Zuur, leden, op 2 mei 2025.

Opslaan als PDF