Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: Uitvoering behandelingsovereenkomst
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1151514/1323059
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De klacht ging over een operatie aan de oogleden van de cliënt. Zij stelde dat zij alleen een behandeling aan haar linkeroog wilde, maar dat ook haar rechteroog is geopereerd zonder toestemming en dat daarbij een medische fout is gemaakt waardoor haar rechterooglid beschadigd raakte. De commissie oordeelde dat de cliënt vooraf wel toestemming had gegeven voor een operatie aan beide ogen en hierover voldoende was geïnformeerd. Ook vond de commissie niet dat sprake was van een medische fout. De operatie was volgens de medische regels uitgevoerd en de afwijking aan het rechterooglid werd gezien als een mogelijke complicatie van de ingreep. Omdat het ziekenhuis bovendien een kosteloze correctie had aangeboden, concludeerde de commissie dat de zorgaanbieder zorgvuldig had gehandeld. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De volledige uitspraak
in het geschil tussen
mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam]
(hierna te noemen: de cliënt)
gemachtigde: mevrouw [naam], [advocatenkantoor]
en
Stichting Tergooi, gevestigd te Hilversum
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)
gemachtigde: mevrouw [naam], [advocatenkantoor].
Onderwerp van het geschil
De cliënt is in het ziekenhuis van de zorgaanbieder geopereerd aan beide ogen hoewel haar klacht slechts haar linkeroog betrof. Bij die ingreep is haar rechterooglid beschadigd geraakt. De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat de ingreep zonder haar toestemming is uitgevoerd en bij die ingreep een medische fout is gemaakt.
Standpunt van de cliënt
De cliënt heeft zich voor een ptosisprobleem (hangend ooglid) aan haar linkeroog gemeld in het ziekenhuis van de zorgaanbieder. Op 7 september 2022 is een operatie uitgevoerd aan beide ogen. De cliënt had geen toestemming gegeven voor een operatie aan haar rechteroog. Haar rechterooglid was goed. Na de operatie was haar rechterooglid beschadigd, in het midden is er een ‘hap’ uit het ooglid. Het rechterooglid is sinds de ingreep ongelijk aan het linkerooglid. In het ziekenhuis werd de cliënt een poliklinische correctie voorgesteld maar de cliënt had weinig vertrouwen in de goede afloop.
De cliënt heeft zich voor een second opinion tot [kliniek] gewend waar haar werd verteld dat het ooglid niet te herstellen is, althans dat geen garantie kan worden gegeven op een beter resultaat.
De cliënt heeft de zorgaanbieder aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade maar de zorgaanbieder heeft die aansprakelijkheid afgewezen. De cliënt schaamt zich en voelt zich verminkt. Zij is van mening dat de schade voorkomen had kunnen worden. De cliënt heeft zich niet op de consequenties van de ingreep kunnen voorbereiden en is niet voldoende gewezen op de mogelijke complicaties. De cliënt verlangt dan ook een oordeel van de commissie en een schadevergoeding voor het zichtbare leed dat haar is aangedaan.
Standpunt van de zorgaanbieder
Na verwijzing door de oogarts werd de cliënt op 27 januari 2022 gezien door de plastisch chirurg van de zorgaanbieder. De cliënt had al langer dan een jaar last van een hangend ooglid van haar linkeroog; de halve pupil werd hierdoor bedekt. De chirurg heeft aan de cliënt uitgelegd dat een correctie van beide oogleden een beter resultaat zou geven in verband met symmetrie. Ook is aan de cliënt uitgelegd dat het een lastige ingreep betrof waarbij soms een heroperatie is aangewezen. Afgesproken werd dat een correctie aan beide oogleden zou worden uitgevoerd en de zorgaanbieder een aanvraag bij de zorgverzekeraar zou doen.
De ingreep is vervolgens ruim een half jaar later op 7 september 2022 uitgevoerd. Tot dat moment heeft de cliënt zich niet tot de plastisch chirurg gewend met vragen of (aangepaste) wensen. Daarvan heeft de cliënt ook geen melding gemaakt voorafgaand aan de ingreep toen met haar nogmaals besproken werd dat beide ogen zouden worden geopereerd. De ingreep is goed en zonder complicaties verlopen en de huisarts werd geïnformeerd.
Op 14 september 2022 werd de cliënt gezien in verband met een postoperatieve controle. Zij gaf aan dat de ingreep goed was gegaan en zij was tevreden met het resultaat. Bij onderzoek was sprake van een goed resultaat met goede symmetrie. Op 10 november 2022 verscheen de cliënt zonder bericht niet op controle. Op 30 november 2022 werd de cliënt opnieuw gezien waarbij zij vertelde dat zij ongeveer drie weken na de controle in september 2022 een afwijking aan het rechterooglid had opgemerkt. Bij onderzoek bleek een intrekking in het rechter bovenooglid. Door de plastisch chirurg werd aangeboden dit kosteloos te corrigeren waarvoor een afspraak op 6 december 2022 werd gemaakt. De cliënt verscheen echter opnieuw niet. Vervolgens heeft de cliënt een verwijzing voor een second opinion verzocht waaraan de zorgaanbieder zijn medewerking heeft verleend. Daarna heeft de zorgaanbieder niet meer van de cliënt vernomen totdat het ziekenhuis een aansprakelijkstelling van de advocaat van de cliënt ontving. De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat de chirurg niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Dit blijkt ook uit de conclusie van de arts tot wie de cliënt zich in het kader van de second opinion heeft gewend.
De cliënt is niet tevreden met het resultaat van de ingreep. Bij de waardering van het resultaat van een cosmetische ingreep gaat het echter grotendeels om een subjectief oordeel. Hieraan kan niet de conclusie worden verbonden dat medisch onzorgvuldig is gehandeld. Over de ingreep bestond informed consent en de ingreep is lege artis uitgevoerd. De cliënt heeft er zelf voor gekozen om geen gebruik te maken van de door de chirurg aangeboden kosteloze correctie.
Beoordeling van het geschil
Beoordelingskader
Bij de beoordeling van deze klacht geldt het volgende beoordelingskader. De overeenkomst die is gesloten tussen de cliënt en de zorgaanbieder is aan te merken als een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de hulpverlener – in dit geval de plastisch chirurg – de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen. Daarbij moet de hulpverlener handelen in overeenstemming met de op hem/haar rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Deze zorgplicht houdt in dat de hulpverlener die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
De commissie dient te onderzoeken of de plastisch chirurg bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst in de gegeven omstandigheden al dan niet de hiervoor omschreven zorgplicht heeft nageleefd.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Informed consent
De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat zij geen toestemming heeft gegeven voor de operatie aan beide ogen. Ter zitting heeft de cliënt verklaard dat de behandelend arts tijdens het consult op 27 januari 2022 met haar heeft besproken dat het raadzaam was beide ogen te laten opereren. Na haar instemming heeft de arts een vergoeding voor de ingreep aan beide ogen bij haar zorgverzekeraar gevraagd en verkregen. Voorts heeft de cliënt ter zitting bevestigd dat zij op 27 januari 2022 schriftelijke informatie over de ingreep heeft ontvangen. Voor de commissie is daarmee vast komen te staan dat de cliënt heeft ingestemd met een operatie aan beide ogen, dat zij daarover zowel mondeling als schriftelijk is geïnformeerd en dat zij op de hoogte was van de aard en de risico’s van de ingreep. Over de ingreep bestond dan ook informed consent.
Medisch handelen
De cliënt verwijt de zorgaanbieder voorts dat een medische fout is gemaakt bij de ingreep die op 7 september 2022 door de plastisch chirurg is uitgevoerd omdat daarbij schade is ontstaan aan haar rechterooglid.
Zoals hiervoor is overwogen rust op de arts een inspanningsverplichting en niet een resultaatsverplichting. Ook bij een ingreep die lege artis en volgens de professionele standaarden is uitgevoerd kan het voorkomen dat het resultaat niet is zoals de cliënt verwacht of een complicatie optreedt. Uit het dossier blijkt dat de operatie op een juiste wijze heeft plaatsgevonden. Op goede gronden heeft de chirurg gekozen voor een ingreep aan beide ogen om te voorkomen dat het rechterooglid zou zakken en om de symmetrie tussen beide ogen te verbeteren. Ter zitting heeft een lid van de commissie, tevens oogarts, het oog van de cliënt bekeken en gezien dat sprake is van een kleine intrekking in het midden van het rechter bovenooglid. Het optreden hiervan is te duiden als een complicatie en niet als een medische fout. Patiëntgebonden factoren zoals de anatomie en fysiologie van de patiënt en het individueel herstellend vermogen kunnen daarbij een rol spelen. Door de zorgaanbieder is aangeboden de intrekking middels een kosteloze nacorrectie te herstellen. De zorgaanbieder heeft daarmee zorgvuldig ten opzichte van de cliënt gehandeld. De cliënt heeft ervoor gekozen van het aanbod van de zorgaanbieder geen gebruik te maken.
Ter zitting heeft de zorgaanbieder zich bereid verklaard de cliënt terstond een verwijzing te geven voor een oogheelkundig chirurg gespecialiseerd in oogleden in een academisch ziekenhuis waar zij, indien gewenst, alsnog een nacorrectie kan laten uitvoeren. De commissie gaat ervan uit dat de zorgaanbieder de cliënt een dergelijke verwijzing verstrekt zodra zij daartoe een verzoek doet.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat geen sprake is van enig verwijtbaar of onzorgvuldig handelen van de zorgaanbieder. De klacht van de cliënt is in beide onderdelen ongegrond. Het verzoek tot het toekennen van schadevergoeding wordt dan ook afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht van de cliënt ongegrond en wijst het door haar verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, de heer drs. T.C.G. Feenstra, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 27 maart 2026.