Het eten van druiven door mensen met slikproblemen wordt sterk ontraden, zeker bij mensen met een verstandelijke beperking. Omdat de cliënt al eerder een slikprobleem bij de zorgaanbieder had en de zorgaanbieder bekend was met haar kauwproblemen, had de zorgaanbieder extra alert moeten zijn om de kans op verslikken te voorkomen. Door de cliënt hele druiven te eten te geven is er geen zorg verstrekt die veilig en cliëntgericht was. De ambulancekosten van € 740,79 moeten vergoed worden

  • Home >>
  • Gehandicaptenzorg >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Gehandicaptenzorg    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 118168

De uitspraak:

In het geschil tussen

[Klager], in zijn hoedanigheid van mentor van en bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan zijn zus, [naam zus], wonende te [plaats], en Stichting Dichterbij, gevestigd te Gennep, (hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten. De commissie heeft kennis genomen van de stukken die partijen aan haar hebben overgelegd.

De mondelinge behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 30 november 2018 te Eindhoven. Bij deze behandeling zijn verschenen:
– de klager;
– de zorgaanbieder, vertegenwoordigd door [naam], medisch directeur, en [naam], ambtelijk secretaris van de klachtencommissie van de zorgaanbieder.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de weigering van de zorgaanbieder om de kosten van het ambulancevervoer van de zus voor zijn rekening te nemen.

Standpunt van klager

Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en naar hetgeen klager tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht. In de kern komt het standpunt van cliënt op het volgende neer.

Op 13 januari 2017 tijdens de dagbesteding heeft de zorgaanbieder de zus zonder toezicht kersen met pit, althans druiven laten eten, waarin de zus zich heeft verslikt. Volgens klager heeft de zus een ontwikkelingsleeftijd van een drie- tot vierjarige. Het slikken van de zus moet volgens klager vergeleken worden met het slikken van een persoon van die leeftijd.
Bovendien heeft de zus een kleine mond en alleen een bovengebit, waarmee het moeilijk zo niet onmogelijk is dergelijke vruchten stuk te bijten. Door zich te verslikken is de zus in een levensbedreigende situatie terecht gekomen. De zus had het namelijk zodanig benauwd gekregen en was zodanig blauw aangelopen dat zij met spoed per ambulance naar het ziekenhuis is overgebracht. Klager is van mening dat de zus nooit in die noodsituatie terecht had mogen komen. Hij verwijt het de zorgaanbieder nu dat wel is gebeurd. De zus heeft de ambulancekosten ad € 740,79 uit haar eigen risico van de zorgverzekering moeten betalen. Nu de zorgaanbieder nalatig heeft gehandeld, is klager van mening dat die kosten voor rekening van de zorgaanbieder dienen te zijn. Desverlangd heeft de zorgaanbieder geweigerd die kosten aan klager te voldoen.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en naar hetgeen de zorgaanbieder tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht. In de kern komt het standpunt van cliënt op het volgende neer.

De zorgaanbieder schaart zich achter en verwijst naar de uitspraak van zijn klachtencommissie op de klacht van klager inzake het verslikincident van de zus. In haar uitspraak van 10 augustus 2018 heeft de klachtencommissie onder meer het volgende overwogen. Uit geraadpleegde literatuur is gebleken dat slikken een bekend risico is bij gehandicapten en dat aan kinderen beneden de vijf jaar geen druiven gegeven moeten worden, omdat hun luchtwegen daarvoor te krap zijn. In verband daarmee heeft de zorgaanbieder een slikprotocol vastgesteld. De klachtencommissie heeft vastgesteld dat de begeleiding, zeker na een eerder slikincident, extra attent is geweest bij het aanbieden van voedsel aan de zus. Die attentie was in overeenstemming met het slikprotocol. Uit het feit dat klager heeft aangegeven dat de zus zich nooit verslikt en gewoon vast voedstel eet, heeft de klachtencommissie afgeleid dat klager kennelijk van mening was dat de zus geen slikprobleem had.
De klachtencommissie is tot het oordeel gekomen dat de zorgaanbieder niet onverantwoord en verwijtbaar heeft gehandeld en dat de klacht van klager daarom ongegrond is.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de zorgaanbieder nog verklaard dat hij na het eerdere slikincident met de zus zijn beleid op het gebied van slikken heeft aangepast, dat het op schrift gesteld slikprotocol vermeldt hoe er gehandeld moet worden bij verslikken maar niet welk voedsel wel of niet gegeven mag worden en in welke vorm. Voor de zus gold geen individueel slikprotocol.

De zorgaanbieder heeft de ambulancekosten niet vergoed, omdat deze onder de zorgverzekering van de zus vallen. Dat die kosten zo hoog zijn, is veroorzaakt door het hoge eigen risico, dat de zus op grond van die verzekering had.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De vaststaande feiten
De commissie gaat op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling uit van de volgende, tussen partijen vaststaande feiten.

De zus heeft een verstandelijke beperking en functioneert op het niveau van een drie- tot vierjarig kind. De zus heeft een kleine mond en alleen een bovengebit.

Tussen partijen heeft een overeenkomst van zorg- en dienstverlening voor zorg in natura bestaan. In deze overeenkomst heeft de zorgaanbieder zich verbonden aan de zus het in die overeenkomst nader gespecificeerde zorgarrangement te verstrekken. De overeenkomst is van kracht geworden op 17 juni 2010 en zij is geëindigd op 23 maart 2018 toen de zus van zorgaanbieder is veranderd.

Tijdens de dagbehandeling op 13 januari 2017 heeft (een met de begeleiding van de zus belaste medewerker van) de zorgaanbieder aan de zus hele druiven te eten gegeven. Op het eten van de druiven werd geen toezicht gehouden. De zus heeft zich toen bij het eten van een druif verslikt. Omdat de zus het erg benauwd kreeg en blauw was aangelopen, is zij met spoed per ambulance naar het ziekenhuis gebracht.

De zus heeft bij de zorgaanbieder eerder een probleem met slikken gehad. De zorgaanbieder was hiermee bekend.

De kosten van het ambulancevervoer ad € 740,79 zijn ten laste gekomen van (het eigen risico voor de zorgverzekering van) de zus.

Het toetsingskader
De zorg die de zorgaanbieder op grond van de overeenkomst aan de zus moet verstrekken, moet voldoen aan het bepaalde in artikel 2 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Dit artikel bepaalt dat de zorgaanbieder goede zorg moet leveren. Dit is volgens datzelfde artikel zorg van goede kwaliteit en van goed niveau die in ieder geval veilig (…) en cliëntgericht is (…).

Het verslikincident en de vraag naar de aansprakelijkheid daarvoor
Op 13 januari 2017 heeft de zus van (een met haar begeleiding belaste medewerker van) de zorgaanbieder – zonder dat daarop toezicht werd gehouden – hele druiven te eten gekregen en zich daarin verslikt.

De kernactiviteit van de zorgaanbieder, althans zo afficheert hij zich, is het bieden van ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking bij onder meer wonen en dagbesteding.  Op grond van die kernactiviteit moet de zorgaanbieder verondersteld worden bekend te zijn met het feit dat slikproblemen een relevant en vaak voorkomend probleem is bij mensen met een verstandelijke beperking. De klachtencommissie van de zorgaanbieder heeft in haar uitspraak vastgesteld dat uit door haar geraadpleegde literatuur is gebleken dat slikken een bekend risico is bij mensen met een verstandelijke beperking en dat aan kinderen beneden de vijf jaar geen druiven gegeven moeten worden, omdat hun luchtwegen daarvoor te krap zijn. In verband daarmee heeft de zorgaanbieder een slikprotocol vastgesteld. Door zich te scharen achter de uitspraak van de klachtencommissie en een slikprotocol vast te stellen erkent de zorgaanbieder in feite met dat risico op de hoogte te zijn.

Op het internet treft men informatie aan over onderwerpen als slikproblemen en verslikken. De commissie verwijst daarvoor onder meer naar de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Verpleeghuisartsen voor het handelen bij mensen met slikproblemen en naar voorlichtingsmateriaal van onder meer het Diakonessenziekenhuis, het Imeldaziekenhuis en de werkgroep Logopedie. In deze informatie wordt het eten van druiven door mensen met slikproblemen sterk ontraden. En dan gaat het nog niet over slikproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking, voor wie het risico op verslikken nog groter is. Omdat het internet een voor eenieder toegankelijk bron is om informatie te verwerven, kan die informatie rechtens als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd. Naar het oordeel van de commissie mag dan ook in redelijkheid verondersteld worden dat ook de zorgaanbieder met deze informatie bekend was of had kunnen zijn. De commissie zal dit feit in aanmerking nemen en in haar beoordeling laten meewegen.
De zus had al eerder een slikprobleem bij de zorgaanbieder gehad, waarvan de zorgaanbieder op de hoogte was. Gezien het feit dat de zus ten tijde van het verslikincident op 13 januari 2017 al jaren bij de zorgaanbieder verbleef, acht de commissie het aannemelijk dat hij ermee bekend was dat de zus een kleine mond had en alleen een bovengebit, waardoor het kauwen van eten werd beperkt en/of bemoeilijkt. Door deze kauwproblemen werd het risico op verslikken vergroot.

Een en ander, in onderling verband en samenhang beschouwd, had de zorgaanbieder tot alertheid moeten nopen teneinde de kans op verslikken door de zus te voorkomen. Desalniettemin heeft (een medewerker van) de zorgaanbieder aan de zus hele druiven te eten gegeven. De stelling van de zorgaanbieder dat hij naar aanleiding van het eerste verslikincident zijn beleid op dit punt heeft aangepast, is voor de commissie niet te achterhalen, omdat de zorgaanbieder dat niet aannemelijk heeft gemaakt. De commissie gaat aan deze stelling dan ook voorbij. Voor een (aangepast) beleid is ook geen grondslag te vinden in het (ten onrechte door de zorgaanbieder niet overgelegde) slikprotocol, omdat dit protocol – zo heeft de zorgaanbieder tijdens de mondelinge behandeling verklaard – een richtlijn geeft hoe gehandeld moet worden na een verslikincident. In het protocol staat niet vermeld welk voedsel wel – en dan in welke vorm – of niet gegeven mag worden. Uit het feit dat de zus zich in een druif heeft verslikt, leidt de commissie af dat het aan (voldoende) alertheid van de kant van de zorgaanbieder heeft ontbroken. Van extra attentie, zoals de zorgaanbieder heeft gesteld, is de commissie niet gebleken.

Op grond van de voorgaande overwegingen is de commissie van oordeel dat de zorgaanbieder op
13 januari 2017 door aan de zus hele druiven te eten te geven geen zorg heeft verstrekt die veilig en cliëntgericht was. De zorgaanbieder is aldus in zijn zorgplicht tegenover de zus tekortgeschoten en dit kan hem worden toegerekend. Dat de medisch directeur van de zorgaanbieder, zoals blijkt uit de uitspraak van de klachtencommissie, bij zijn oriënterend dossieronderzoek tot de conclusie is gekomen dat hij geen noemenswaardige tekortkomingen in de zorgverlening heeft aangetroffen, kan aan voormeld oordeel van de commissie niet in de weg staan en wel om de volgende reden. De zorgaanbieder heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat van dat onderzoek een rapport is opgemaakt. Ondanks dat de zorgaanbieder een beroep heeft gedaan op dit rapport, heeft hij dit rapport niet aan de commissie overgelegd. Daardoor is de commissie niet in staat is gesteld de juistheid van die conclusie te toetsen.

De schadevergoeding
Hiervoor heeft de commissie geoordeeld dat de zorgaanbieder toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn zorgplicht. Die tekortkoming maakt dat de zorgaanbieder verplicht is de daardoor veroorzaakte schade te vergoeden. Het slikincident had voor de zus zodanig medische gevolgen dat zij met spoed per ambulance naar een ziekenhuis moest worden overgebracht.

Medisch noodzakelijk vervoer per ambulance naar een ziekenhuis, waarvan hier sprake was, wordt vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. De kosten van dit vervoer tellen evenwel eerst mee voor het verplichte en eventueel vrijwillige eigen risico voor die verzekering. Niet betwist is dat een bedrag van € 740,79 aan ambulancekosten ten laste van het eigen risico voor de zorgverzekering van de zus is gekomen. Het verbruik van (een deel van) het eigen risico vormt vermogensschade voor de zus. Voor deze schade is de zorgaanbieder aansprakelijk en hij zal deze moeten voldoen. Indien en voor zover de zorgaanbieder met betrekking tot de hoogte van de ambulancekosten heeft willen betogen dat die hoogte aan de verzekeringnemer te wijten is omdat deze zelf voor een hoog eigen risico heeft gekozen, regardeert dat de zorgaanbieder niet, omdat dat een kwestie betreft tussen de zorgverzekeraar en de verzekeringnemer.

Conclusie
Op grond van de voorgaande overwegingen komt de commissie tot de conclusie dat de klacht gegrond is en dat de verlangde schadevergoeding toewijsbaar is.

Het klachtengeld
Het reglement van de commissie bepaalt dat indien een klacht door de commissie geheel of gedeeltelijk gegrond wordt bevonden, in het bindend advies tevens wordt bepaald dat de zorgaanbieder aan de cliënt het door deze betaalde klachtengeld geheel of gedeeltelijk moet vergoeden. Nu de commissie de klacht van de klager gegrond heeft bevonden, zal zij uitvoering geven aan deze bepaling.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht gegrond;

– bepaalt dat de zorgaanbieder de ambulancekosten ad € 740,79 aan de klager in diens
 hoedanigheid van bewindvoerder dient te vergoeden;

– bepaalt dat de zorgaanbieder een bedrag van € 52,50 aan de klager in diens hoedanigheid van
   bewindvoerder dient te vergoeden ter zake van het door hem betaalde klachtengeld;

– bepaalt dat de hiervoor genoemde bedragen voldaan dienen te worden binnen 14 dagen na
   de op pagina 1 van dit bindend advies vermelde datum van verzending.

Aldus beslist op 30 november 2018 door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg.