Het horen van een knap in de rug en veel pijn bij het aankoppelen van trailer, was volgens het geldende protocol geen reden voor stabilisatie. Ambulancedienst heeft juist gehandeld.

  • Home >>
  • Ambulancezorg >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ambulancezorg    Categorie: Zorgvuldigheid    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 111432

De uitspraak:

In het geschil tussen

Cliënt en GGD Brabant-Zuidoost, gevestigd te Eindhoven (verder te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ambulancezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is ter zitting behandeld op 29 augustus 2017 te Eindhoven.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

De cliënt is in persoon verschenen, vergezeld van [naam].

Namens de zorgaanbieder zijn verschenen [naam], ambulanceverpleegkundige werkzaam bij HighCare Uitzendbureau, [naam], HighCare Uitzendbureau, [naam], directeur van HighCare Uitzendbureau, [naam], Medisch Manager Ambulancezorg GGD Brabant-Zuidoost, en [naam], plaatsvervangend klachtenfunctionaris GGD Brabant-Zuidoost.

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op het handelen van de ambulanceverpleegkundige.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken. De door hem overgelegde stukken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de kern komt het standpunt van de cliënt op het volgende neer.
 
Op 7 juni 2016 hoorde de cliënt tijdens het aankoppelen van een trailer een knap in zijn rug. Hij lag op de grond, had erg veel pijn en kon zich niet meer bewegen. Hij was wel in staat de hulpdiensten in te schakelen en na enige tijd arriveerde de ambulance. De ambulanceverpleegkundige stelde enkele vragen aan de cliënt en concludeerde dat sprake was van spit. Hij vroeg de cliënt zijn armen uit te steken en trok hem aan zijn armen omhoog zodat hij weer rechtop kwam te staan.

De cliënt werd door de ambulanceverpleegkundige met de ambulance naar de huisartsenpost gebracht. De huisarts stelde na een kort onderzoek eveneens de diagnose spit en gaf de cliënt pijnstillers. Omdat de pijnklachten niet of nauwelijks afnamen, vroeg de cliënt zijn huisarts om een doorverwijzing voor het maken van een röntgenfoto. Op 5 september 2016 werd een röntgenfoto gemaakt en op 10 september 2016 een MRI scan. Uit dit onderzoek bleek dat sprake was van een gebroken ruggenwervel. Omdat sinds het ongeval inmiddels meer dan zes weken waren verstreken, kon de wervel niet meer worden vastgezet. De cliënt is van mening dat de ambulanceverpleegkundige niet adequaat heeft gehandeld, met als gevolg dat hij thans langer dan een jaar ziek is. Als zijn rug zou zijn gefixeerd en direct een röntgenfoto was gemaakt, in plaats van hem aan zijn armen omhoog te trekken, was de schade volgens hem beperkt gebleven. De cliënt werkte via een uitzendbureau en stelt dat hij door het hele gebeuren geen vast contract heeft gekregen. Hij ontvangt nu een ziektewetuitkering, waardoor hij € 67,– per week aan inkomsten misloopt. Naast deze financiële schade is er sprake van emotionele schade.

Op 20 april 2017 heeft de cliënt zijn klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. Het handelen van de ambulanceverpleegkundige is getoetst aan de landelijk voorgeschreven protocollen en richtlijnen. Naar aanleiding van de toedracht, namelijk geen “val van hoogte”, en het (neurologisch) onderzoek ter plaatse is vastgesteld dat er sprake was van rugpijn zonder traumamechanisme. De zorgaanbieder heeft geconcludeerd dat met deze diagnose conform het protocol is gehandeld en heeft de cliënt medegedeeld dat de klacht weliswaar bij de zorgaanbieder is geregistreerd, maar geen vervolg zal krijgen.

Op 28 juni 2017 heeft de cliënt zijn klacht ingediend bij de commissie. Hij verzoekt de commissie zijn klacht jegens de zorgaanbieder gegrond te verklaren en hem een schadevergoeding ter hoogte van
€ 5.000,– toe te kennen.

Ter zitting heeft de cliënt zijn klacht toegelicht, waarbij hij (nogmaals) aangeeft dat de ambulanceverpleegkundige een risico heeft genomen door hem omhoog te trekken in plaats van zijn rug te fixeren. Hij is vervolgens zelf in de ambulance gaan zitten. Hoewel de cliënt tot op heden arbeidsongeschikt is, hadden de gevolgen veel ernstiger kunnen zijn.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder stelt zich op het standpunt dat op een correcte, protocollaire manier is gehandeld. De meldkamer heeft de cliënt die zich aldaar op 7 juni 2016 telefonisch meldde, protocollair uitgevraagd volgens het ProQA systeem. Daaruit moest worden geconcludeerd dat er een indicatie was de cliënt naar de huisarts te verwijzen, maar desondanks is een ambulance gestuurd.
Nadat de ambulance bij de cliënt was aangekomen, is hij door de ambulanceverpleegkundige conform protocol onderzocht. Daaruit kwam opnieuw naar voren dat er aanleiding was de cliënt naar de huisarts te verwijzen. Aangezien de cliënt alleen was en veel pijn had, is hij door de ambulanceverpleegkundige naar de huisartsenpost gebracht. De huisarts heeft de cliënt vervolgens onderzocht en vond geen reden om hem naar het ziekenhuis te brengen. Het Ambulanceprotocol 10.9 ‘wervelkolomimmobilisatie indicaties’ was niet van toepassing, omdat het geen ongevalsmechanisme betrof waarbij er kans bestond op wervelletsel. Immobilisatie was niet geïndiceerd. Vanwege de noodzaak tot adequate pijnstilling is cliënt, na overleg en aanmelding bij de huisartsenpost, naar de huisartsenpost vervoerd. Tussentijds is de cliënt behandeld met pijn bestrijdende middelen. 

Ter zitting heeft de zorgaanbieder haar standpunt herhaald. Zij heeft een toelichting gegeven op de procedure die in dit soort gevallen wordt gevolgd. Omdat sprake was van niet-traumatische rugpijn, aangezien het aankoppelen van een trailer normaal gesproken niet leidt tot een breuk in de ruggenwervel, heeft de ambulanceverpleegkundige de cliënt onderzocht, pijnstilling gegeven en bij de huisartsenpost aangemeld voor verdere (pijnstillende) behandeling. Ter zitting heeft [ambulanceverpleegkundige] desgevraagd verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat de cliënt hem en zijn collega destijds heeft verteld dat hij twee knappen in zijn rug hoorde bij de aankoppeling. Hij heeft vervolgens verklaard dat er niet anders zou zijn gehandeld indien vast komt te staan dat de cliënt dit aan hen had verteld.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van de stukken en hetgeen partijen over en weer naar voren hebben gebracht, overweegt de commissie als volgt.

Op 7 juni 2016 heeft de cliënt het alarmnummer 112 gebeld nadat hij bij het aankoppelen van een trailer een knap in zijn rug hoorde en enorme pijn voelde. De ambulanceverpleegkundige die kort daarna ter plaatse kwam, heeft de cliënt onderzocht en de oorzaak van het letsel vastgesteld. Omdat geen sprake was van een traumatisch ongevalsmechanisme is de cliënt niet gestabiliseerd, maar overeenkomstig het daarvoor geldende protocol verwezen naar de huisartsenpost voor verder onderzoek en (pijnstillende) behandeling.

Naar het oordeel van de commissie heeft de ambulanceverpleegkundige gehandeld volgens het daarvoor geldende protocol. Er was geen sprake van een traumatisch ongevalsmechanisme, waarbij stabilisatie in de rede lag. Dat de cliënt bij het aankoppelen van een trailer een breuk in zijn ruggenwervel opliep, is zeer uitzonderlijk. Hoe buitengewoon triest de gevolgen hiervan voor de cliënt ook zijn, is de commissie van oordeel dat de zorgaanbieder niet onzorgvuldig heeft gehandeld.

Gelet hierop zal de commissie de klacht ongegrond verklaren.

Derhalve wordt als volgt beslist. 

Beslissing
 
De commissie verklaart de klacht ongegrond, zodat het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist op 29 augustus 2017 door de Geschillencommissie Ambulancezorg.