Het is aan de ondernemer om gemotiveerd te stellen en aannemelijk te maken dat de uitzonderingen op de garantie van toepassing zijn.

  • Home >>
  • Elektro >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Elektro    Categorie: Garantie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ELE03-0090

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 12 februari 2003 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer verplichtte zich daarbij tot het leveren van een wasautomaat tegen de daarvoor door de consument te betalen totaalprijs van € 378,50. De levering vond uiteindelijk plaats op of omstreeks 21 februari 2003.   De consument heeft een factuur van € 73,01 niet betaald en dit bedrag bij de commissie gedeponeerd.   De consument legde de klacht op of omstreeks 23 februari 2003 voor aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Ondanks herhaalde verzoeken wilde de ondernemer de defecte binnenringconstructie waardoor de wasmachinedeur niet goed sloot, niet kosteloos repareren. De ondernemer heeft reparaties laten uitvoeren door een derde, die de rekening naar mij heeft gestuurd. Uiteindelijk heeft reparatie plaatsgevonden op mijn kosten. Ook zijn de monteurs onbeschoft opgetreden.   De consument verlangt dat niet zij maar de ondernemer de door een derde in rekening gebrachte € 73,01 voor een monteursbezoek betaalt, alsmede een vergoeding van € 37,50 voor aan derden betaalde reparatiekosten, van € 10,50 voor correspondentiekosten, en van € 72,50 voor wasserettekosten, juridisch advies en voor ondervonden ongemak.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De monteur heeft vastgesteld dat de kunststofdeurrand gebroken is. Reparatie kan niet onder garantie plaatsvinden omdat garantie niet van toepassing is op beweegbare of afneembare plastic delen en gebreken als gevolg van onoordeelkundig gebruik. Of monteurs onbeschoft zijn opgetreden valt voor ons niet na te gaan, maar we hebben de klacht in zoverre gemeld bij de derde die voor de monteurs verantwoordelijk is.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Ter zitting blijkt dat de consument met het onbeschofte optreden van monteurs doelt op het door monteurs aan haar gemaakte verwijt dat zij zou “liegen en bedriegen”. Voor zover de ondernemer terzake verwijst naar een derde die voor de monteurs verantwoordelijk is, doet dat aan de aansprakelijkheid van de ondernemer voor het optreden van de monteurs tegenover de consument echter niet af. Nu de ondernemer bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik maakte van de hulp van bedoelde monteurs, is de ondernemer voor de gedragingen van de monteurs aansprakelijk als voor eigen gedragingen. Of in hoeverre de monteurs zich tegenover de consument precies onbehoorlijk hebben gedragen, is evenwel onduidelijk gebleven maar voor de beoordeling van dit geschil ook niet echt van doorslaggevend belang.   Het geschil spitst zich immers met name toe op het door de ondernemer ingeroepen artikel 5 van de garantiebepalingen. Volgens die bepaling, voor zover hier van belang, zijn de garantiebepalingen onder meer niet van toepassing: (ad c.) op onderdelen van glas, handgrepen, lampen en controlelampjes, beweegbare of afneembare plastic onderdelen en andere accessoires, of (ad d.) op gebreken aan het apparaat die zijn ontstaan door onoordeelkundig en/of onzorgvuldig gebruik. Zelfs indien voornoemde bepaling op de overeenkomst van toepassing is, baat die bepaling de ondernemer niet. Waar de ondernemer zich op de in die bepaling bedoelde uitzonderingen beroept, is het aan de ondernemer om gemotiveerd te stellen en aannemelijk te maken dat die uitzonderingen van toepassing zijn. Een enkele verwijzing naar die uitzonderingen is daartoe onvoldoende. Voor zover de ondernemer suggereert dat onoordeelkundig en/of onzorgvuldig gebruik door de consument zou zijn vastgesteld, wordt zelfs niet gesteld waaruit dat precies zou hebben (kunnen) bestaan.   Op grond van het voorgaande wordt de klacht gegrond geoordeeld. De verlangde opdracht tot betaling van de door [een derde] in rekening gebrachte € 73,01 voor een monteursbezoek, is toewijsbaar. Ook de verlangde vergoeding van € 37,50 voor – naar ter zitting is gebleken – een nieuwe deur, wordt toegewezen. Waar blijkens het verhandelde ter zitting sprake was van twee aangetekend verzonden brieven en ongeveer 6 wasserettebezoeken, wordt terzake van de verlangde correspondentie- en wasserettekosten respectievelijk € 10,50 en € 30,– toewijsbaar geoordeeld. Voor de verlangde vergoeding terzake van juridisch advies en ondervonden ongemak, is echter geen grondslag gesteld of gebleken. Niet valt immers in te zien dat de ondernemer aan de consument (correspondentie- of telefoon-) kosten zou moeten vergoeden, die blijkens het verhandelde ter zitting niet de consument maar haar gemachtigde maakt en draagt. Psychisch onbehagen of ondervonden ongemak is onvoldoende voor immateriële schadevergoeding.   Onder verrekening met het in depot staande bedrag, leidt een en ander tot de volgende beslissing.   Beslissing   De ondernemer betaalt de door [een derde] aan de consument in rekening gebrachte € 73,01 voor een monteursbezoek.   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 78,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag.   Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.   Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Bepaalt dat het in depot staande bedrag aan de consument wordt gerestitueerd.   Wijst het meer of anders verlangde af. Bovendien betaalt de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie aan de consument een bedrag van € 45,– terzake klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 45,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro op 9 september 2003.