Informatieplicht zorgaanbieder over wassen van kleding

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Informatieplicht    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 124039

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

Wassen van kleding behoort tot de behandelingsovereenkomst nu de zorgaanbieder dat aanbiedt. Zorgaanbieder heeft een informatieplicht over de wijze waarop de kleding wordt gewassen. De toestand (gekreukt en verfomfaaid) waarin de kleding zich bij terug levering bevindt is van onvoldoende kwaliteit. Het is niet aannemelijk geworden dat de kleding is vernield en niet meer kan worden gedragen. Verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Cliënte], wonende te [plaats], gemachtigde: [naam gemachtigde], en Stichting Cordaan Groep,  gevestigd te Amsterdam, (verder te noemen: de zorgaanbieder), gemachtigde: [naam gemachtigde zorgaanbieder].

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten. Het geschil is ter zitting behandeld op dinsdag 3 september 2019 te Zwolle. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft buiten de aanwezigheid van partijen plaatsgevonden. Partijen zijn niet opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Onderwerp van het geschil
Cliënte verblijft sinds 17 november 2015 op een gesloten afdeling van het woonzorgcentrum De Buitenhof van de zorgaanbieder. De klacht is door de gemachtigde van cliënte (verder te noemen: gemachtigde), aanhangig gemaakt.

Het onderwerp van het geschil betreft volgens de gemachtigde dat de kleding van cliënte sinds medio 2017 verwassen, verkreukeld en verkleurd terug komt van de wasserij aan wie de zorgaanbieder het wassen sinds medio 2017 heeft uitbesteed.

Met het vragenformulier met bijlagen, door de commissie ontvangen op 5 april 2019, heeft de gemachtigde het geschil tegen de zorgaanbieder bij de commissie aanhangig gemaakt.

De gemachtigde vordert voor cliënte een schadevergoeding van in totaal € 500,– voor de vernielde kleding.

Standpunt van cliënte
Voor het standpunt van cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. De door de gemachtigde overgelegde stukken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Onder de overgelegde stukken bevinden zich onder andere foto’s van de kleding van cliënte die is teruggekomen uit de wasserij.

De gemachtigde heeft de klacht eerst ingediend bij de cliëntvertrouwenspersoon c.q. klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder, voordat zij een klacht heeft ingediend bij de commissie. De klacht is door de klachtenfunctionaris (namens de zorgaanbieder) niet naar tevredenheid van de gemachtigde afgehandeld.

Het geschil betreft volgens de gemachtigde het volgende. Ten tijde van de opname van cliënte op de gesloten afdeling van De Buitenhof heeft de gemachtigde veel nieuwe door wasmachines wasbare kleding voor cliënte aangeschaft. Tot medio 2017 werd de kleding van cliënte binnen de zorginstelling zelf gewassen. Vanaf medio 2017 is het wassen van de kleding, hetgeen volgens de gemachtigde eerst achteraf aan haar is medegedeeld, uitbesteed aan een industriële en intensieve wasserij van de firma Lips. Volgens de gemachtigde komt de kleding sindsdien vaak verkreukeld, verwassen en verkleurd terug van de wasserij. Vanaf 30 januari 2018 heeft de gemachtigde de klachten diverse keren bij de zorgaanbieder aangekaart, maar de zorgaanbieder stelt volgens de gemachtigde dat de gemachtigde deze kwestie met de wasserij moet ‘uitvechten’. De gemachtigde beroept zich erop dat zij of cliënte geen contract heeft met de wasserij.

Standpunt van de zorgaanbieder
Het standpunt van de zorgaanbieder, zoals dat blijkt uit de door de commissie ontvangen stukken, in het bijzonder uit het verweer d.d. 13 juni 2019 van [naam directeur], Directeur Wonen Zuid, van de zorgaanbieder, luidt als volgt.

Op de afdeling waar cliënte verblijft, is sprake van een hoge vervuilingsgraad, waardoor kleding veel wordt gewassen. De familie van opgenomen patiënten kan ervoor kiezen kleding zelf te wassen of om dit uit te laten besteden aan de firma Lips. De gemachtigde heeft ervoor gekozen het wassen van de kleding uit te laten besteden aan de firma Lips. De overdracht door de zorgaanbieder van het wassen van kleding aan de firma Lips is volgens de zorgaanbieder met instemming van de Cliëntenraad van De Buitenhof gerealiseerd en de contactpersonen zijn hierover via de Nieuwsbrief geïnformeerd.

Bij opname van cliënte heeft de gemachtigde het document ‘aanschafadvies kleding’ ontvangen, waarin is vermeld dat kleding industrieel wasbaar moet zijn. Volgens de zorgaanbieder is aan de gemachtigde in verschillende gesprekken kenbaar gemaakt dat de kleding die de gemachtigde voor cliënte aanschaft niet geschikt is voor industrieel wassen. Voorts is er volgens de zorgaanbieder, in ieder geval vanaf 21 december 2018, aan gemachtigde duidelijk gemaakt dat de kleding, waarover klachten bestaan, aan de wasserij moet worden toegestuurd. De firma Lips beoordeelt in dat geval of er sprake is van schade en indien dat het geval is, wordt er een vergoeding uitgekeerd. Volgens de zorgaanbieder weigert de gemachtigde rechtstreeks contact met de firma Lips op te nemen en kleding ter beoordeling aan de firma Lips toe te sturen. Ook een aanbod van de zorgaanbieder om hierbij te ondersteunen, is volgens de zorgaanbieder door de gemachtigde afgewezen.

Beoordeling van het geschil
Nu de zitting buiten aanwezigheid van partijen heeft plaatsgevonden, dient de commissie de klachten te beoordelen op basis van de door partijen overgelegde stukken.

Bij de beoordeling van deze klacht geldt het volgende beoordelingskader. De overeenkomst die is gesloten tussen cliënte en de zorgaanbieder is aan te merken als een (geneeskundige) behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Vooraleerst dient de commissie te beoordelen of het wassen van kleding, al dan niet door de zorginstelling zelf of door een door de zorginstelling ingeschakelde hulppersoon, onderdeel is van de behandelingsovereenkomst tussen cliënte en zorgaanbieder. De commissie is van oordeel dat dit het geval is nu dit vanuit de zorgaanbieder wordt aangeboden. Het feit dat de zorgaanbieder er in 2017 voor heeft gekozen om het wassen van de kleding uit te besteden aan de firma Lips maakt dat oordeel niet anders, nu de zorgaanbieder ter uitvoering van de behandelingsovereenkomst de overeenkomst met Lips heeft gesloten.

De commissie dient te oordelen of de zorgaanbieder is tekort geschoten in het nakomen van een verbintenis uit hoofde van de behandelovereenkomst met cliënt. Daarbij komt de vraag aan de orde wat partijen over en weer van elkaar mochten verwachten. Ten aanzien van de informatieplicht is de commissie van oordeel dat van de zorgaanbieder mocht worden verwacht dat zij de gemachtigde ten tijde van het besluit om het wassen uit te besteden aan de firma Lips grondig en uitgebreid informeerde over wat de gevolgen kunnen zijn voor de kleding van industrieel wassen met de intensiteit, waarmee dit in het geval van cliënte plaatsvindt, en over de kwaliteit van de kleding die benodigd is om dit intensieve industriële wassen met goed gevolg te doorstaan. Van de gemachtigde mocht worden verwacht dat zij zich er voldoende van vergewiste wat dit intensieve industriële wassen precies inhoudt en welke gevolgen dit voor kleding kan hebben. De commissie acht aannemelijk geworden dat de zorgaanbieder, ook afgewogen tegen de onderzoeksplicht van de gemachtigde, zich in onvoldoende mate van die informatieplicht heeft gekweten. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder hierover explicieter had moeten informeren. Voor zover de informatieplicht onderdeel is van de klacht van de gemachtigde, acht de commissie dit klachtonderdeel gegrond.

Wat betreft de verwachtingen ten aanzien van het daadwerkelijke wassen en de wijze waarop het wasgoed vervolgens weer bij cliënte wordt aangeboden, is de commissie van oordeel dat hetgeen bij cliënte is aangeleverd, uitgaande van de foto’s, niet is wat cliënte en gemachtigde mochten verwachten. De commissie constateert dat de kleding verkreukeld en verfomfaaid wordt terug geleverd. De commissie is van oordeel dat gemachtigde van de zorgaanbieder mocht verwachten dat zij een wasserij zouden uitzoeken die zorgvuldig te werk gaat en de kleding netjes zou terug leveren. De commissie acht het klachtonderdeel, dat de toestand (gekreukt en verfomfaaid) waarin de kleding zich bij terug levering bevindt van onvoldoende kwaliteit is, dan ook gegrond. De commissie acht echter niet aannemelijk geworden dat de kleding is vernield en niet meer kan worden gedragen.

Ten aanzien van de verwijzing van de zorgaanbieder naar de klachtenregeling van de firma Lips overweegt de commissie dat de zorgaanbieder en niet cliënte een overeenkomst heeft met de firma Lips en dat op die grond niet zondermeer kan worden doorverwezen naar de klachtenregeling van die firma. Van de zorgaanbieder mag worden verwacht dat zij dienaangaande een eigen klachtenregeling heeft, waarin de klachtenregeling van de firma Lips naar het oordeel van de commissie, mag zijn geïncorporeerd.

Vordering tot schadevergoeding
Cliënte verzoekt de commissie de zorgaanbieder te veroordelen tot vergoeding van materiële schade van € 500,–, bestaande uit de waarde van (een deel van) de vernielde kleding.

Voor een aanspraak op schadevergoeding is ten minste vereist dat de schuldenaar – in dit geval de zorgaanbieder – in enig opzicht is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting. Ook moet de hulpverlener het tekortschieten kunnen worden toegerekend en moet er sprake zijn van causaal verband tussen de toerekenbare tekortkoming en de schade. De commissie heeft geoordeeld dat er sprake is van tekortschieten, echter niet in die zin dat de kleding van cliënte is vernield (geen causaal verband) en niet meer kan worden gedragen. Tevens is de hoogte van de gestelde schade op geen enkele wijze onderbouwd.

De vordering tot schadevergoeding zal dan ook worden afgewezen.

Dientengevolge is de commissie van oordeel dat als volgt dient te worden beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klacht van cliënte wat betreft de klachtonderdelen informatievoorziening door de zorgaanbieder en de staat waarin de kleding wordt terug geleverd aan cliënte (gekreukt en verfomfaaid) gegrond.

De commissie verklaart de klacht van cliënte betreffende het klachtonderdeel dat de kleding na het wassen is vernield en niet meer kan worden gedragen ongegrond.

De commissie wijst de vordering tot schadevergoeding af.

De commissie bepaalt dat de zorgaanbieder, nu de klacht gedeeltelijk gegrond is, overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan cliënte dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist op 3 september 2019 door de Geschillencommissie voor Verpleging Verzorging en Geboortezorg bestaande uit de heer mr. G.J.J. Smits, voorzitter, mevrouw mr. N. Jacobs en de heer J. Zomerplaag, leden, waarbij mevrouw mr. C. Koppelman als plaatsvervangend secretaris fungeerde.