Klaagster klaagt over onjuiste diagnosestelling door crisisdienst van zorgaanbieder

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: Diagnose    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 33870/43703

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De klaagster klaagt dat de zorgaanbieder een onjuiste diagnose heeft opgenomen in haar medisch dossier. Een medewerker van de crisisdienst van de zorgaanbieder heeft een onaangekondigd bezoek afgelegd bij de klaagster thuis, waarbij ze, zo stelt de klaagster, met borderline is gediagnosticeerd. De zorgaanbieder geeft aan dat klaagster een gevaar zou kunnen zijn voor zichzelf en anderen, aangezien ze in een mail heeft aangegeven moordneigingen van haar buurman te krijgen. Er heeft een bezoek van de crisisdienst plaatsgevonden waarbij een verslag is gemaakt, maar er is geen diagnose gesteld. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder terecht bij de klaagster langs is gegaan. Daarnaast krijgt de commissie niet de indruk dat de zorgaanbieder de klaagster heeft gediagnosticeerd. Er is alleen een beschrijvende conclusie opgeschreven in het medische dossier, maar van een diagnose is geen sprake. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Naam klaagster], wonende te [woonplaats]

en

Stichting GGz Centraal, gevestigd te Amersfoort
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 22 april 2021 te Zwolle.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

Onderwerp van het geschil
Klaagster heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft het opnemen van een beschrijvende conclusie (borderline) in het medisch dossier van klaagster door de zorgaanbieder.

Standpunt van klaagster
Voor het standpunt van klaagster verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Tot haar verhuizing naar [woonplaats] woonde klaagster in [plaatsnaam], samen met haar echtgenoot. Er waren problemen met de buurman.

Op 12 juni 2019 heeft een medewerkster van de crisisdienst van de zorgaanbieder een onaangekondigd bezoek afgelegd bij klaagster thuis in [plaatsnaam]. De reden van haar bezoek was klaagster toen niet duidelijk. Enige tijd later heeft klaagster haar medisch dossier opgevraagd. Pas toen is haar duidelijk geworden dat de medewerkster van de crisisdienst klaagster heeft gediagnosticeerd met borderline. Klaagster meent dat die diagnose op niets is gebaseerd. Als gevolg van de onjuiste diagnose is zij geschaad. Daarom meent klaagster dat de zorgaanbieder schade moet vergoeden als pleister op de wond.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder heeft toegelicht wat de aanleiding was voor het huisbezoek op 12 juni 2019. Klaagster zou mogelijk een gevaar zijn voor zichzelf en voor anderen. Dat heeft de Officier van justitie afgeleid uit een e-mailbericht dat klaagster aan de gemeente had gestuurd, waarin zij schrijft moordneigingen te krijgen van haar buurman. Dit was aanleiding voor het bezoek door de crisisdienst.

De medewerkster van de crisisdienst heeft een verslag gemaakt van het huisbezoek (het triageverslag). Daarin heeft zij geen diagnose gesteld of een psychiatrische classificatie gegeven. De medewerkster heeft op basis van beperkte informatie uit het medisch dossier van klaagster een beschrijvende conclusie opgenomen in het verslag. Na het huisbezoek op 12 juni 2019 is geen verdere behandeling gestart, gelet op het wantrouwen aan de zijde van klaagster richting de zorgaanbieder en de aanstaande verhuizing naar [woonplaats]. De zorgaanbieder heeft het triageverslag alleen met de huisarts van klaagster gedeeld. Zij stelt zich op het standpunt dat zij niet aansprakelijk is voor enige schade, die klaagster ook verder niet heeft onderbouwd.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Het huisbezoek was geïndiceerd.

De crisisdienst van de zorgaanbieder biedt snelle behandeling aan mensen die dringend psychiatrische hulp nodig hebben. Er was een duidelijk en urgent signaal binnengekomen bij de Officier van justitie, die de crisisdienst heeft ingeschakeld. Klaagster legt aan haar klacht ook niet ten grondslag dat de zorgaanbieder te lichtvaardig is overgegaan tot een huisbezoek. Gelet op een en ander had de zorgaanbieder een goede reden om het huisbezoek af te leggen.

Heeft de zorgaanbieder wel een diagnose gesteld?

De medewerkster van de zorgaanbieder heeft een verslag opgesteld. Daaruit komt naar voren dat zij een anamnese en een heteroanamnese heeft afgenomen, met als doel het opsporen van mogelijk acute (psychiatrische) ziektebeelden. Ook heeft de medewerkster een kort psychiatrisch onderzoek verricht, zo blijkt uit het verslag. Een en ander mondt in het triageverslag uit in een kopje Beschrijvende conclusie/diagnose met daaronder:

Gezien wordt een 69-jarige vrouw bekend met een depressieve stoornis eenmalig, borderline persoonlijkheidsstoornis en PTSS die nu in beeld komt omdat ze een mail met dreigementen (suïcide plegen en moordneigingen hebben naar de buurman toe) heeft gestuurd naar de gemeente na een conflict met de buurman wat al twee jaar duurt. Op last van de officier van justitie moet pt gezien worden. Pt gaat erg ver in haar acties om gerechtigheid dan wel erkenning te krijgen, is er 24 uur per dag mee bezig, slaapt slecht en kan het niet los laten. Tijdens beoordeling is er geen sprake van een psychiatrisch toestandsbeeld in engere zin, klachten lijken nu het meest passend bij persoonlijkheidsproblematiek. Suïcidaliteit wordt licht verhoogd ingeschat, geen TS in de v.g., geen plan, beschermende factor is de belofte aan de huisarts.

Pt wil geen hulp vanuit de GGZ, omdat pt over 3 maanden gaat verhuizen lijkt opstarten van hulp niet zinvol, advies gegeven om dit in de nieuwe woonplaats wel te gaan doen.

De commissie leest in deze weergave niet dat de zorgaanbieder klaagster heeft gediagnosticeerd. Het stellen van een diagnose kenmerkt zich daarin dat de diagnosesteller een beschrijving opstelt van de symptomen en diagnostische kenmerken en hun samenhang. Met andere woorden: er wordt uitgelegd waaróm de optredende verschijnselen geduid zouden kunnen worden met borderline. Dat heeft de zorgaanbieder niet gedaan in het triageverslag en de reden daarvoor heeft de zorgaanbieder afdoende verklaard: zij heeft slechts een beschrijvende conclusie opgeschreven, zijnde een beschrijving van eerder gestelde diagnoses en bevindingen op basis van informatie die beschikbaar was in het medisch dossier voor de crisisdienst. De reden voor het bezoek door de zorgaanbieder was ook niet gelegen in het stellen van een diagnose ten behoeve van verdere behandeling. Er was sprake van een situatie waarin mogelijk acute hulp moest worden verleend.

Klaagster heeft niet onderbouwd dat zij schade heeft geleden.

Klaagster wil dat de commissie de zorgaanbieder oplegt haar schade te vergoeden. Waaruit haar schade bestaat is de commissie onduidelijk gebleven. Klaagster verwijt de zorgaanbieder dat zij onrechtmatig heeft gehandeld, doordat zij a) een verkeerde diagnose heeft gesteld en b) die informatie bij derden is terechtgekomen.

Hiervoor heeft de commissie al vastgesteld dat de zorgaanbieder geen verwijt valt te maken van het stellen van onjuiste diagnoses. Daar komt bij dat klaagster onvoldoende heeft onderbouwd dat de zorgaanbieder deze informatie met anderen dan haar huisarts heeft gedeeld. Dat verwijt treft dus ook geen doel.

Het lijkt erop dat klaagster zich vooral gekrenkt voelt. Volgens klaagster heeft een psychiatrisch verpleegkundige eind 2014 of begin 2015 al in haar medisch dossier opgenomen dat bij klaagster sprake zou zijn van persoonlijkheidsproblematiek met trekken van borderline. Op verzoek van klaagster heeft de ouderenpsychiater, verbonden aan Centrum voor ouderenpsychiatrie, de huisarts geïnformeerd dat de zorgaanbieder de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis niet heeft gesteld (brief van 19 november 2015). In dat licht vindt klaagster het storend dat de term borderline in 2019 opnieuw is opgenomen in haar medisch dossier. De commissie is echter van oordeel dat het zich hierdoor gekrenkt voelen geen grond is voor het toekennen van een schadevergoeding aan klaagster.

Verwijderen van medische gegevens.

Het is de commissie duidelijk dat klaagster grote moeite heeft met het opnemen van borderline in haar medisch dossier. Daarvoor geeft de wet haar een effectief reparatiemiddel. De hulpverlener moet de gegevens uit het medisch dossier vernietigen als klaagster daar om verzoekt. Dat staat in artikel 7:455 van het Burgerlijk Wetboek (waarin ook de verdere uitzonderingen zijn beschreven). Zowel voorafgaand aan als tijdens de mondelinge behandeling heeft de zorgaanbieder te kennen gegeven dat tegen vernietiging van deze medische gegevens geen bezwaren zijn. Op die manier kan de kennelijke wens van klaagster, dat in haar medisch dossier niet het woord borderline voorkomt, eenvoudig worden gerealiseerd. Voor vernietiging van medische gegevens is overigens de bemiddeling door of een geschil bij de commissie niet nodig.

Tot slot.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door klaagster verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, drs. D.C. Bouman, mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, op 22 april 2021.