Commissie: Commissie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
211598/221569
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht in 2018 een tweedehands BMW 320i met 49.985 kilometer op de teller voor € 21.500 bij een dealer. In april 2023, bij een kilometerstand van 123.000, kreeg de auto motorproblemen door een uitgerekte distributieketting. De consument liet de auto repareren bij een andere BMW-dealer en betaalde € 2.250. Hij vond dat dit probleem niet had mogen ontstaan, omdat de auto altijd goed onderhouden was volgens de fabrieksvoorschriften. Daarom vroeg hij de verkopende dealer om dit bedrag te vergoeden. De dealer weigerde, omdat de auto niet bij hen was aangeboden voor onderzoek of reparatie, zoals volgens de BOVAG-voorwaarden verplicht is. De dealer gaf aan dat ze mogelijk een deel van de kosten hadden willen vergoeden als de auto wel bij hen was gebracht. De Geschillencommissie oordeelde dat de consument de klacht niet eerst aan de verkoper had voorgelegd en daarmee de regels had overtreden. Omdat de dealer geen kans kreeg om de klacht zelf te beoordelen, werd de klacht ongegrond verklaard en kreeg de consument geen vergoeding. De commissie gaf wel aan dat het jammer was dat de andere BMW-dealer geen coulance heeft aangeboden, maar dat dit buiten de zaak valt.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 30 mei 2018 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van BMW 3201 Sedan (2013; 49.985 kilometer) tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 21.500,–
De overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks 9 juni 2018.
De consument heeft op 5 april 2023 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
Mijn auto (BMW 320i, bouwjaar 2013, gekocht in 2018 met 49.985 kilometer in de BMW-premium selectie) heeft 123.000 kilometer gelopen. Op 1 april 2023 ging de motor op de snelweg in noodloop en is afgesleept naar een BMW-dealer in de buurt. Die constateerde een te ver uitgerekte distributieketting waardoor de motor van timing af is gegaan, kosten € 2.250,–. Een distributieketting hoort onderhoudsvrij te zijn. Gezien de kilometerstand van de auto (123.000 kilometer) en het feit dat het onderhoud gedurende de hele levensduur van deze auto conform fabrieksvoorschriften is uitgevoerd bij een merkdealer, had ik dit niet hoeven te verwachten zoals ook is aangegeven door de herstellende BMW-dealer. De verkopende dealer biedt geen oplossing.
Spijtig te horen dat de ondernemer geen reactie heeft gegeven. Wat betreft de vraag naar oude onderdelen: alles heb ik bewaard en kan ik opsturen of langsbrengen in Den Haag als dat gewenst is.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Ik blijf bij wat door mij is aangevoerd. Deze auto is nooit in onderhoud geweest bij de ondernemer. [plaatsnaam] is voor mij veel te ver weg.
De auto is altijd in onderhoud geweest bij de BMW-dealer in [plaatsnaam]. Toen ik met allemaal rode lampjes aan de kant van de weg stond, heb ik direct contact opgenomen met die BMW-dealer. Daar is de auto toen naar toe gebracht. Het toen naar [plaatsnaam] (laten) brengen van de auto, is iets waar ik niet voor gekozen heb. Dit vooral omdat ik de auto voor mijn werk nodig heb, en met name daarom wilde dat deze snel werd gerepareerd. De ondernemer heeft toen nog wel aangedrongen op het brengen van de auto naar [plaatsnaam], ik heb daarover volgens mij toen contact gehad met de ondernemer. Ik had toen al onderzoek opgedragen bij de BMW-dealer in [plaatsnaam], en de motor lag daar open. Daar was het standpunt dat ik geen recht op garantie had.
Ik snap de reactie van de ondernemer op zich wel. De mogelijkheid van een coulance-aanbod speelde toen niet, wel heb ik dat toen gevraagd aan de BMW-dealer in [plaatsnaam], waar de auto dus altijd in onderhoud was geweest. In de richting van de ondernemer is dus alleen non-conformiteit mijn grondslag. Ik mag toch in redelijkheid bij goed onderhoud verwachten dat de distributieketting veel langer meegaat.
De consument verlangt het volgende:
“Bedrag is door mij betaald aan een andere BMW-dealer omdat de auto daar naartoe is gesleept voor herstel. Mijn voorstel is dat BMW-dealer [ondernemer] (waar wij de auto gekocht hebben in 2018) het factuurbedrag dat wij al aan [andere ondernemer] hebben voldaan, aan ons vergoed omdat het hier gaat om een defect aan de distributieketting wat op deze kilometerstand én met het onderhoud volgens voorschriften bij de dealer niet voor zou mogen komen.”.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
De consument heeft zich telefonisch bij ons gemeld met een klacht die hij heeft aan zijn auto, die op 9 juni 2018 is gekocht met twee jaar garantie. Hij deed een beroep op non–conformiteit betreffende zijn klacht waarop onze serviceadviseur hem mededeelde dat hij de auto ter reparatie moest aanbieden. Dat heeft de consument niet geaccepteerd omdat hij de auto inmiddels bij een andere reparateur heeft aangeboden en deze had ook de diagnose met bijkomende kosten vastgesteld.
Nadat de consument heeft aangeven aan onze serviceadviseur dat hij verwachte dat wij de kosten voor onze rekening zouden nemen en de reparatie bij deze reparateur moest uitgevoerd worden hebben wij hem schriftelijk het volgende standpunt meegedeeld:
– De auto is geruime tijd geleverd met twee jaar garantie per juli 2018;
– de consument heeft ondertussen 73.000 kilometer gereden;
– een distributie ketting is niet onderhoudsvrij mede afhankelijk van de rij omstandigheden;
– de consument heeft ons de auto niet aangeboden voor reparatie;
Ondanks dat de consument de auto niet heeft aangeboden verzochten wij hem dat alsnog te doen en wij uit klantloyaliteit hem tegemoet wilden komen in de kosten.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Een klacht als deze is niet onbekend bij deze BMW-motor. Door de ondernemer is bij de consument erop aangedrongen om de auto bij de ondernemer aan te bieden. Dat is tegen hem gezegd. Ik weet nog dat de consument ons had bericht dat hij was gestrand met de auto. De auto was toen al voor onderzoek gebracht naar de BMW-dealer in [plaatsnaam]. De consument heeft toen niet gekozen voor herstel door de ondernemer, en heeft de auto daarvoor niet aangeboden. Mogelijk hadden wij toen de consument tegemoet kunnen komen na overleg met BMW Nederland. Mijn ervaring is dat die in een situatie als deze mee willen gaan in het dragen van de kosten voor 30% als wij dat ook doen voor datzelfde percentage. De consument had dan dus 40% van de kosten moeten dragen. Ik snap eerlijk gezegd niet waarom de BMW-dealer in [plaatsnaam] geen inhoud heeft willen geven aan die bestaande coulanceregeling. Ik begrijp dat die dealer geen partij is in deze zaak. Nu de consument diens auto niet aan ons heeft aangeboden, is de ondernemer voor een voldongen feit geplaatst.
De vordering van de consument op de ondernemer moet dan ook worden afgewezen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Partijen zijn het erover eens dat de auto in het kader van de hier aan de orde zijnde klacht niet ter beschikking is gesteld van de ondernemer. Aldus is de ondernemer niet in de gelegenheid gesteld om de klacht te beoordelen, teneinde op basis daarvan een standpunt in te kunnen innemen.
Gesteld noch gebleken is dat de ondernemer aanstonds en zonder onderzoek te doen aan de auto op basis van de voorliggende klacht, het standpunt heeft ingenomen dat deze in de visie van de ondernemer ongegrond was en daarom niet werden verholpen door de ondernemer.
Aldus heeft de consument in strijd gehandeld met de in artikel 20 juncto 21 lid 3 van Algemene Voorwaarden BOVAG Autobedrijven Koop/Reparatie & Onderhoud opgenomen verplichting om de klacht eerst aan de verkoper voor te leggen. Eerst bij een negatieve uitslag van die toetsing is dan sprake van een geschil.
Het desbetreffende verweer van de ondernemer slaagt dus.
De klacht van de consument is ongegrond.
De commissie moet tot slot van het hart dat zij niet begrijpt waarom de BMW-dealer in [plaatsnaam] zich niet voor de consument kenbaar heeft ingespannen om de consument in aanmerking te laten komen voor de bovengenoemde kennelijk voor klachten als deze bestaande coulanceregeling.
Er dient in deze zaak als volgt te worden beslist.
Beslissing
Wijst het door de consument gevorderde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit
mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer R. Vlasveld en de heer A. van Aldijk, leden, op 11 januari 2024.