Commissie: Commissie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
230202/232180
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument kocht in november 2021 een Panasonic magnetron en meldde in juli 2023 schade aan de binnenkant na vonken tijdens gebruik. De reparateur stelde vast dat de schade alleen kon ontstaan door het gebruik van een metalen bakplaat in de magnetronstand, wat volgens de handleiding verboden is. De consument ontkende dit gebruik en wilde de koop ontbinden. De ondernemer weigerde, omdat het volgens hem om gebruikersschade ging. Een onafhankelijke deskundige onderzocht de magnetron en vond kleine brandplekjes, maar geen bewijs van een fabrieksfout. De magnetron werkt verder goed, al is reparatie niet mogelijk. De commissie oordeelde dat de consument niet heeft bewezen dat het apparaat non-conform is en wees de klacht af.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Thuiswinkel
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 7 november 2021 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een Panasonic magnetron, typenummer NN-DF383BEPG, voor de som van € 269,–. De magnetron is kort daarna afgeleverd bij de consument.
De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
“Tijdens het gebruik van mijn Panasonic NN-DF383BEPG combimagnetron in de ovenstand ontstonden er vonken aan de binnenkant van de combimagnetron op 14 juli 2023. Er is hierdoor schade ontstaan aan de binnenkant van de magnetron. Ik heb de magnetron binnen de garantieperiode opgestuurd voor reparatie. De magnetron bleek niet meer te repareren. De reparateur beweert dat deze schade alleen kan ontstaan door het gebruik van een metalen bakplaat in de magnetronstand en dat het daarom gebruikersschade is, waardoor ik geen recht heb op garantie. Ik heb aan de ondernemer aangegeven dat ik de magnetron niet op deze manier heb gebruikt, maar de reparateur en de ondernemer blijven volhouden dat ik dit gedaan moet hebben. Daarnaast heeft de ondernemer aangegeven geen rapportage te hebben van de reparatie, behalve het verhaal van de reparateur.
Op 25 augustus 2023 heb ik aangegeven de aankoop te willen ontbinden en officieel een klacht ingediend. Hier ging de ondernemer niet mee akkoord. Ik kom er dus met de ondernemer niet uit, maar wil wel graag mijn geld terug. Ik zou er graag een andere reparateur naar laten kijken voor een second opinion maar ben bang dat de magnetron dan buiten de garantie zal vallen.”
De consument verlangt ontbinding van de gesloten overeenkomst en een vergoeding van € 269,–, zijnde het aankoopbedrag.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
“De consument heeft op 7 november 2021 een magnetron van het merk Panasonic met typenummer NN-DF383BEPG gekocht. Op 14 juli 2023 meldt de consument ons dat de magnetron niet naar behoren werkt. De magnetron is vervolgens door de consument ter reparatie opgestuurd aan ons reparatiecentrum. Het reparatiecentrum heeft de magnetron onderzocht en heeft gebruikersschade geconstateerd. Gebruikersschade valt niet onder de garantievoorwaarden en daarom kan de magnetron niet kosteloos worden gerepareerd. Wij onderschrijven deze bevindingen van het reparatiecentrum. Wij hebben de consument vervolgens een e-mail gestuurd waarin wordt aangegeven dat de reparatie niet binnen de geboden garantie valt.
De consument stelt dat de magnetron non-conform is en vordert daarom ontbinding van de koopovereenkomst. Wij zijn het daar niet mee eens. De klacht is aan ons kenbaar gemaakt op 14 juli 2023. Dit is binnen de fabrieksgarantie van twee jaar. Wij hebben voldaan aan onze verplichting om de magnetron binnen de garantieperiode te laten onderzoeken op een defect. Door het reparatiecentrum is in zijn reparatierapport vastgesteld dat het defect schade door onjuist gebruik betreft. Gebruikersschade valt niet binnen de garantie. Wij volgen de bevindingen van het reparatiecentrum. Om die reden kan de overeenkomst niet worden ontbonden en zijn wij niet verplicht het aankoopbedrag aan de consument terug te betalen.
Door het reparatiecentrum is in het reparatierapport vastgesteld dat er kortsluitingspunten in de magnetron zijn geconstateerd op de geleiders waar een metalen bakplaat ingeschoven kan worden. Deze kortsluitingspunten ontstaan alleen wanneer er een metalen bakplaat gebruikt wordt in combinatie met de magnetronfunctie. Wanneer dit gebeurt, ontstaan er namelijk vonken en beschadigt de coating. Volgens het reparatiecentrum kan dit defect alleen ontstaan bij verkeerd gebruik door de consument: het gebruik van de magnetronfunctie in combinatie met een metalen bakplaat. In de handleiding van de magnetron staat duidelijk opgenomen dat een metalen plaat niet gebruikt kan worden in combinatie met de magnetronstand.
De consument heeft de magnetron op 7 november 2021 aangeschaft bij ons. De bewijslast voor non-conformiteit ligt na een jaar na aankoop bij de consument. Dit betekent dat op 7 november 2022 de bewijslast bij de consument is komen te liggen. Om die reden is het aan de consument om te bewijzen dat het defect geen gebruikersschade is en dat er geen sprake is geweest van verkeerd gebruik. De consument heeft dit onvoldoende bewezen.
Op grond van het bovenstaande zijn wij niet verplicht het aankoopbedrag aan de consument terug te betalen.”
Deskundigenrapport
Op 1 december 2023 is de laptop onderzocht door een door de commissie aangewezen deskundige. De deskundige heeft het volgende geconcludeerd.
De deskundige heeft bij de consument thuis het apparaat onderzocht. Het apparaat was in een normale goed onderhouden en schone staat. Aan de rechterkant binnenin zijn twee kleine brandplekjes zichtbaar. Tevens zijn twee plekjes zichtbaar aan de onderzijde van de bakplaat. Vervolgens is de magnetronfunctie getest op volvermogen door het opwarmen van een beker water. Daarna is ook de ovenfunctie getest. Het apparaat functioneerde naar behoren. Het lijkt erop dat iets van etensresten aan de onderkant heeft gezeten en door de hitte is gaan verkolen en is gaan ontbranden. Maar dat is een aanname. Daar is geen bewijs van.
Herstel of reparatie is technisch niet mogelijk. Dan moet de gehele binnen behuizing vervangen worden en de kosten komen boven de nieuwwaarde van het apparaat. Het apparaat is verder goed te gebruiken. De kleine brandplekjes beperken de werking niet.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Voorop moet worden geteld dat in artikel 7:18a lid 2 BW een bewijsvermoeden is opgenomen: manifesteert het gebrek zich binnen korte termijn na aflevering, dan is de bewijslast bij een consumentenkoop omgedraaid en wordt vermoed dat het gebrek al bestond op het moment van aflevering, tenzij de verkoper bewijst dat het gebrek op dat moment nog niet bestond. Ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bedroeg die termijn zes maanden. Nu vaststaat dat het gebrek zich pas heeft voorgedaan in juli 2023 is deze omkering van de bewijslast niet aan de orde en dient door de consument te worden bewezen dat de magnetron non-conform is. De consument heeft echter dat bewijs niet geleverd.
Uit het door de deskundige gedane onderzoek, zoals dat blijkt uit het opgemaakte deskundigenrapport, volgt naar het oordeel van de commissie genoegzaam dat in dit geval sprake is van gebruiksschade. Daaraan doet niet af dat de deskundige heeft gerapporteerd dat de `magnetron in zijn functie nog gewoon te gebruiken is’. Dit betekent dat dat naar het oordeel van de commissie het niet nodig is dat een andere reparateur de magnetron onderzoekt. Indien de consument twijfelde aan het rapport van de deskundige had zij zelf iemand kunnen benaderen die een second opinion zou opstellen.
De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Ten overvloede wijst de commissie erop dat anders dan de ondernemer heeft gesteld de bewijslast voor non-conformiteit in dit geval niet ligt een jaar na aankoop bij de consument, maar al zes maanden na de aankoop. In art. 196a Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek is bepaald dat de wijzigingen in titel 1 van Boek 7 door de Implementatiewet richtlijnen verkoop goederen en levering digitale inhoud (Staatsblad 2022/164) niet van toepassing zijn op een consumentenkoop als bedoeld in art. 5a lid 2 BW voor inwerkingtreding van deze wet (27 april 2022) gesloten. Op deze overeenkomsten blijft de tevoren geldende titel 1 van Boek 7 BW van toepassing. Onbestreden is immers dat de koopovereenkomst van voor 27 april 2022 dateert.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer W.H.X. Amian, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 17 januari 2024.