Klacht over bejegening rijinstructeur ongegrond verklaard

De Geschillencommissie




Commissie: CommissieRijopleidingen    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 378027/602427

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument diende een klacht in over intimidatie, vernedering en onbetrokkenheid door haar rijinstructeur, wat leidde tot stressklachten en beperkte vooruitgang tijdens de rijlessen. De ondernemer erkende de situatie, beëindigde de samenwerking en stortte het lesgeld voor drie niet genoten lessen terug. De consument wilde echter dat de lessen werden hervat met een andere instructeur en eiste 25 uur compensatie. Omdat de ondernemer inmiddels failliet is en de activiteiten zijn gestaakt, is hervatting van de lessen niet mogelijk. De Geschillencommissie Rijopleidingen acht de ervaring van de consument betreurenswaardig, maar heeft geen bevoegdheid om immateriële schadevergoeding toe te kennen. De klacht werd daarom ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Rijopleidingen

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een klacht over de bejegening van een rijinstructeur.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer. Tijdens de rijlessen met de rijinstructeur heeft de consument intimidatie, vernedering en onbetrokkenheid ervaren. Dit heeft ertoe geleid dat zij nauwelijks vooruitgang heeft kunnen boeken en stressklachten heeft ervaren, zowel voor, tijdens als na de lessen. Op dinsdag 30 april 2024 ontving de consument een reactie van de ondernemer waarin hij aangaf begrip te hebben voor haar situatie en te betreuren dat het zover is gekomen, maar niet akkoord gaan met haar voorstel met als argument dat de verhoudingen verstoord zijn. De beste oplossing was volgens de ondernemer om uit elkaar te gaan en het restbedrag en 3 rijlessen ter compensatie terugstorten. Dit is inmiddels al gedaan. De consument neemt hier geen genoegen mee en wil dat de lessen hervat worden met een vervangende instructeur en 25 uur compensatie.

Standpunt van de ondernemer

Vanwege het faillissement is het standpunt van de ondernemer niet kenbaar gemaakt.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De ondernemer heeft na de klachten van de consument over de bejegening de rijlessen eenzijdig beëindigd en het lesgeld voor de drie niet genoten lessen terugbetaald. De ondernemer is vervolgens in staat van faillissement verklaard en de activiteiten zijn gestaakt. De door de consument verlangde hervatting van de rijlessen door een vervangende instructeur is daardoor niet mogelijk.

De consument klaagt over de bejegening en de commissie acht het betreurenswaardig dat zij zo’n slechte ervaring heeft opgedaan. Het doen van uitspraken over immateriële schadevergoeding rekent de commissie niet tot haar bevoegdheid, dat is een zaak van de rechter. De commissie ziet daarom geen mogelijkheid om hiervoor een (financiële) compensatie toe te kennen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Rijopleidingen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer R. Vlasveld en mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 5 maart 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Print/PDF