Commissie: Commissie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
248740/358227
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over een ratelend geluid in zijn Opel Corsa na een eerdere botsing. Na een eerste reparatie en een vervolgadvies van de ondernemer om de distributieriem te vervangen, bleef het probleem bestaan. Kort na de vervanging trad opnieuw een storing op, waarna de consument zich tot een andere garage wendde. Die stelde vast dat de distributie niet goed op tijd stond en verving onder meer de oliepomp.
De ondernemer voerde aan dat hij geen kans kreeg om het probleem zelf te beoordelen of te herstellen, omdat de consument direct naar een andere garage ging. Ook werd de auto nog circa 5.000 kilometer gereden voordat opnieuw een storing optrad. De deskundige kon geen definitieve conclusie trekken, mede door het ontbreken van documentatie en fysieke bewijzen.
De commissie oordeelde dat de consument de ondernemer niet de gelegenheid heeft geboden om het probleem te onderzoeken en te verhelpen, zoals vereist onder de BOVAG-garantie. Er is bovendien geen bewijs dat de ondernemer onjuiste of onnodige werkzaamheden heeft verricht. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding afgewezen.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de reparatie van een distributieketting van een Opel Corsa.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In februari 2023 heeft consument zich gewend tot de ondernemer, omdat zijn zoon een trottoir
had geraakt, waarna de auto een ratelend geluid maakte, zodra deze 80 km/u reed. De auto is gerepareerd voor € 167,59, maar direct erna hoorde consument bij 80 km/u wederom het ratelende geluid en is hij hiervoor teruggegaan naar de ondernemer. Een medewerker van de ondernemer kwam tot de conclusie dat een lager stuk was, precies wat de consument al eerder had aangegeven. De ondernemer adviseerde om de distributieriem te vervangen. Consument heeft dit advies opgevolgd en daarvoor een factuur betaald van € 965,65. De dag nadat consument de auto weer heeft opgehaald (8 juli 2024), kwam er op de snelweg met een snelheid van 100 km/u een ratelend geluid uit de motor. Toen consument bij een benzinestation stil stond, ging ook het motorolielampje aan. Consument is toen naar garage [ondernemer 2] gegaan, die de carterpan gedemonteerd heeft en de oliezeef gereinigd. Op 11 oktober 2023 heeft consument de auto opnieuw aangeboden bij Garage [ondernemer 2] omdat het lampje van de oliedruk weer ging branden. Bij dit bedrijf werd geconstateerd dat de timing van de distributie niet goed was. De distributieketting zou twee tanden verkeerd staan waardoor er sprake was van een te laag toerental. In eerste instantie dacht men dat de oliepomp defect was. Deze werd voor alle zekerheid vervangen om reden dat deze al was besteld.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Toen consument merkte dat de auto een storing ondervond na het vervangen van de distributieriem heeft consument dit niet gemeld bij de ondernemer, maar is hij naar Garage [ondernemer 2] gegaan. Ook Garage De [ondernemer 2] heeft daarna geen contact gezocht met de ondernemer. Daarmee is aan de ondernemer niet de gelegenheid geboden om te beoordelen of de problemen verband hielden met de door de ondernemer uitgevoerde werkzaamheden en dit eventueel te herstellen. Vervolgens heeft consument de auto tussen juli en oktober 2024 circa 5.000 kilometer gereden voordat zich weer een storing voordeed. Ook toen heeft consument zich niet bij de ondernemer gemeld. De ondernemer voert aan dat het hierdoor niet mogelijk is om vast te stellen dat deze schades zijn ontstaan doordat de ondernemer de werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd.
Deskundigenbericht
Voor het oordeel van de deskundige verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het oordeel op het volgende neer.
In onderhavig geval kan de deskundige niets meer met zekerheid vaststellen. Omtrent deze zaak had de deskundige op 28 mei 2024 telefonisch contact met Garage [ondernemer 2]. Daar kon men zich de zaak goed herinneren. Volgens hen zat er veel pakkingmateriaal van de distributiedeksel voor de oliezeef. Tevens constateerde men dat de distributie niet op tijd stond. Men kon de deskundige hiervan geen foto meer tonen. Van het bewijs dat de timing van de distributie onjuist was, is geen document aanwezig en moet puur worden uitgegaan van de mondelinge verklaring van Garage [ondernemer 2].
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Consument heeft de ondernemer niet de gelegenheid geboden om te beoordelen of de storing in juli 2024 verband hield met de werkzaamheden betreffende het vervangen van de distributieriem door de ondernemer en zo ja, de problemen te verhelpen. Door dit na te laten, komt consument geen beroep op de BOVAG-garantie toe.
Dat de ondernemer onnodige of onjuiste werkzaamheden heeft uitgevoerd, is bovendien niet komen vast te staan. Dit heeft ook de deskundige niet kunnen vaststellen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, de heer A. van Aldijk, leden, op 18 juli 2024.