Commissie: CommissieVoertuigen
Categorie: Betaling / Kosten
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
450858/690570
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een aanrijding met een gehuurde auto en weigerde het overeengekomen eigen risico van €1.000 te betalen, omdat hij vond dat de andere auto verkeerd geparkeerd stond en mede verantwoordelijk was voor de schade. De ondernemer bracht het eigen risico in rekening en wees een schikkingsvoorstel af. De verzekeraar van de huurauto heeft de schade van €1.484,91 volledig afgehandeld met de tegenpartij en de aansprakelijkheid aanvaard. Volgens het huurcontract en de BOVAG-voorwaarden is de consument verplicht het eigen risico te betalen. De Geschillencommissie Voertuigverhuur oordeelde dat de klacht ongegrond is en dat het depotbedrag van €1.000 aan de ondernemer moet worden uitbetaald.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Voertuigverhuur
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de betaling van het eigen risico na een aanrijding met de door de consument bij de ondernemer gehuurde auto.
De consument heeft een bedrag van € 1000,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft een aanrijding gehad met de door hem gehuurde auto. Hij is tegen een in zijn ogen verkeerd geparkeerde auto gereden. Hij is van mening dat de eigenaar van de verkeerd geparkeerd staande auto medeverantwoordelijk is voor de schade en betwist dan ook dat hij het door de ondernemer in rekening gebrachte eigen risico verschuldigd is. Een schikkingsvoorstel heeft de ondernemer niet geaccepteerd.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer is van mening dat het eigen risico terecht is doorbelast aan de consument. Hij heeft een aanrijding gehad en hiervoor is het overeengekomen eigen risico in rekening gebracht. Dat de tegenpartij eventueel verkeerd geparkeerd stond doet niets af aan de aansprakelijkheid. Zoals ook beoordeeld door verzekeraar van de huurauto.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd en ingebracht stelt de commissie vast dat de verzekeraar van de auto de aansprakelijkheid van de schade van de aanrijding heeft aanvaard en de schade heeft afgewikkeld met de tegenpartij.
De ondernemer heeft daar geen enkele invloed op.
De omstandigheid dat het in deze zou gaan om een verkeerd geparkeerd staande auto is door die aanvaarding van de aansprakelijkheid door de verzekeraar ook niet (meer) van belang.
De schade bedroeg € 1.484,91 en deze is aan de ondernemer in rekening gebracht en door deze betaald.
Op het contract zijn de Algemene voorwaarden verhuur- en deelautobedrijven BOVAG van toepassing verklaard, zoals afgedrukt op de achterzijde van het huurcontract. De begripsomschrijving stelt samengevat dat onder schade verstaan wordt; de vermogensschade die de ondernemer of haar verzekeraar lijdt ten gevolge van enig nadeel toegebracht door het huurvoertuig aan derde.
In het met de consument afgesloten huurcontract is een eigen risico overeengekomen van maximaal
€ 1.000, — per schadegeval zodat de consument dit bedrag moet betalen.
Het door de ondernemer in rekening brengen van de met de huurder overeengekomen eigen risico van
€ 1.000, — is daarnaast ook redelijk nu het door de ondernemer betaalde schadebedrag meer bedraagt, te weten € 1.484,91.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de consument verlangde af en bepaalt dat het door de consument in depot gestorte bedrag, zijnde € 1.000, — aan de ondernemer zal worden uitbetaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigverhuur, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer A. Belt , mevrouw mr. L. Schots – Smit , leden, op 17 december 2024.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.