Commissie: CommissieVoertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
435843/605463
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 20 september 2023 een gebruikte Ford Focus uit 2012 met ruim 214.000 km op de teller. In mei 2024 viel de motor uit en ontstonden diverse elektronische storingen. De consument stelde de ondernemer aansprakelijk voor de herstelkosten van €3.690 en andere gebreken, waaronder een verkeerd gemonteerde stuurkogel en een defecte katalysator. De ondernemer had vooraf gewezen op het ontbreken van garantie en bood uit coulance aan de motor te vervangen voor €1.500, inclusief een jaar garantie. De consument ging hier eerst mee akkoord, trok dit later in, en kwam vervolgens terug op zijn besluit, wat leidde tot dubbele transportkosten voor de ondernemer. De Geschillencommissie oordeelde dat de consument geen redelijke gelegenheid tot herstel heeft geboden, dat de auto gezien leeftijd en kilometerstand onderhoudsgevoelig was, en dat de klachten niet binnen bekwame tijd zijn gemeld. De klacht werd ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding afgewezen.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Voertuigen
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 20 september 2023 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto, merk Ford, type Focus, datum eerste toelating 24 mei 2012, kilometerstand 214.810, inclusief bijkomende opties, werkzaamheden en afleverkosten, voor de daarvoor te betalen prijs van € 5.950,– inclusief btw. De levering vond plaats op 20 september 2024. De consument heeft de ondernemer bij brief van 14 mei 2024 in gebreke gesteld.
Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
De ondernemer heeft een auto geleverd die niet aan de overeenkomst beantwoordt. Na ruim zeven maanden, begin mei 2024, is de motor kapotgegaan, waardoor deze vervangen moest worden. De kosten hiervan bedragen € 3.690,-. Bij onderzoek is vastgesteld dat de oorzaak hiervan de normaal te verwachten slijtage bij een auto van deze leeftijd te boven gaat. De ondernemer is daarvoor in gebreke gesteld, maar heeft aan die ingebrekestelling geen gevolg gegeven.
Daarnaast heeft de consument moeten bemerken dat ook de elektronica niet goed zijn. De auto heeft diverse storingen aangegeven (motorkap open, koplampen moeten onderhoud, lampjes in de spiegel die onregelmatig knipperen). Ook bleek na twee dagen stilstand de accu leeg te zijn. Gelet op de afstand naar de ondernemer is het niet logisch dat hij deze gebreken herstelt.
De consument heeft verder nog een reparatie moeten laten uitvoeren door een derde vanwege een stuurkogel die verkeerd gemonteerd was. Daarvoor is € 642,30 in rekening is gebracht.
Ook de katalysator blijkt nu storingen te vertonen. De kosten voor het vervangen van de katalysator worden begroot op € 1.320,–.
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Het verweer van de ondernemer bevat tal van onwaarheden:
• De auto is niet direct meegenomen zonder onderhoud of garantie. De auto heeft nog een week bij de ondernemer gestaan om hem rijklaar te maken.
• Over de garantie is mij bij de verkoop verteld dat ik naast de BOVAG-garantie ook nog een aanvullende garantie kon krijgen. Daar heb ik van afgezien, omdat ik ervan uitging dat BOVAG-garantie op zich voldoende was. Maar van BOVAG-garantie heb ik geen afstand gedaan. Mijn vrouw heeft nog twee keer gevraagd of er wel BOVAG-garantie op de auto zat en de verkoper bevestigde dat.
• Dat op de prijs een extra korting is gegeven is ook niet waar. De verkoper heeft dat wel aangeboden, maar moest daarvoor toestemming hebben van een andere medewerker en die wilde die toestemming niet geven.
• Over het brandende motorlampje heb ik echt niet gezegd dat ik me daar wel mee zou redden. Als zo’n lampje brandt, koop ik de auto niet.
• Volgens een door mij geraadpleegd bedrijf is er onder de auto geen nieuwe katalysator geplaatst.
• Het aanbod om de motor te vervangen voor € 1.500,– klopt. Na uitgebreid contact is de auto daarvoor naar de ondernemer gegaan. Maar daarbij heb ik geen definitief akkoord gegeven voor de betaling van € 1.500,–. Ik heb me bedacht en de auto terug laten brengen om hem bij mij in de buurt te laten repareren. Ook daarover heb ik me weer bedacht en ben ik teruggekomen op het aanbod om de auto voor € 1.500,– te laten repareren. Dan zou ik daarna voor die € 1.500,– wel naar de commissie gaan. Maar de ondernemer wilde toen dat aanbod niet meer nakomen.
Vanaf dag één heb ik constant problemen gehad met lichten. Ik kreeg telkens een (valse) melding dat de motorkap nog open zou staan. Vanwege de katalysator ben ik drie keer terug geweest naar de ondernemer. Ik had nog een vierde keer terug moeten komen, omdat de katalysator nog steeds niet werkte.
Wanneer de motor van de auto zo slecht is als ik nu hoor, dan had de ondernemer mij daarvoor moeten waarschuwen. Dan had ik de auto natuurlijk niet gekocht.
Ik maak geen probleem van onderhoudspunten. Per slot van rekening is het al een oudere auto. Maar ik hoef niet te verwachten dat de motor de geest zou geven.
De consument verlangt een vergoeding van de gemaakte en nog te maken herstelkosten.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
De auto is 20 september 2023 verkocht op basis van zo mee, zonder onderhoudsbeurt en zonder enige vorm van garantie. Wel zou de mistlamp gerepareerd worden door een garage bij de consument in de buurt.
Op 8 mei 2024 kreeg de ondernemer een bericht dat tijdens het rijden een stop-melding was gekregen en de consument langs de weg stil was komen te staan. De auto is naar een autogarage bij de consument in de buurt gebracht. Helaas bleek dat er in de motor iets stuk was gegaan, waardoor de compressie niet meer goed was bij een van de cilinders.
Vervolgens is er heel wat heen en weer gemaild en geappt. Uiteindelijk is op zaterdag 22 juni 2024 afgesproken dat de ondernemer de auto met een autoambulance zou ophalen en een gereviseerde motor met een nieuwe distributieriem zou monteren (inclusief 1 jaar garantie). Dit alles voor de coulance prijs van € 1.500,-. De ondernemer zou proberen om de auto voor 15 juli klaar te hebben.
De ondernemer heeft de auto ook opgehaald, maar kreeg op 25 juni een bericht dat de auto teruggebracht moest worden en dus niet door de ondernemer gerepareerd kon worden. De ondernemer heeft de auto toen ook teruggebracht. Op 3 juli wilde de consument ineens weer dat de ondernemer de auto toch zou ophalen en om die voor 24 juli hersteld te hebben. Dat zou sowieso niet gaan lukken, omdat de agenda van de ondernemer vol stond. Vervolgens heeft de ondernemer een bericht ontvangen waarin de consument aanspraak maakte op vergoeding van € 3.690,–. Met alles wat er was gebeurd vindt de ondernemer dit onvoorstelbaar.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
De consument wilde voor de aflevering geen onderhoudsbeurt laten uitvoeren. Wij hebben nog gewaarschuwd dat de banden aan vervanging toe waren, maar dat wilde de consument zelf regelen.
Later is het motorlampje gaan branden. Ondanks het feit dat de auto zonder garantie was verkocht, hebben we de auto toch laten komen en naar de klacht gekeken. De consument maakt de keuze om de auto bij ons te kopen. Dat is op een flinke afstand van zijn woning. Maar als er klachten zijn, moet hij ons de gelegenheid geven om daarnaar te kijken. Dat hij daarvoor dan een flink eind moet rijden, komt voor zijn risico.
Voor mij was alles afgehandeld en dan komt de consument ineens met de melding dat hij stil is komen te staan. Ik heb geprobeerd om dat in overleg met de consument op te lossen. Ondanks het feit dat er geen garantie was verleend, heb ik hem aangeboden de motor te vervangen door een revisiemotor en de distributieriem te vervangen. Dat laatste is noodzakelijk, want de oude riem kun je na demontage van de motor niet meer terugplaatsen. Ik zou dan nog een jaar garantie geven op de reparatie. De consument zou daarvoor een bedrag van € 1.500,- moeten betalen en ik zou mijn uiterste best doen om de auto vóór zijn vakantie klaar te hebben.
Ik weet dat de wet de koper een jaar lang beschermt, ook wanneer van garantie is afgezien. Ik handel geregeld met dit soort oudere auto’s en dan komt het wel eens voor dat zich met zo’n auto een probleem voordoet. Daar doet de eigenaar van het bedrijf niet moeilijk over. Soms gaat hij daarin volgens mij zelfs wat te ver.
Uiteindelijk kon de consument instemmen met ons voorstel en hebben wij de auto opgehaald. Dat kost een klap. Niet alleen aan brandstof, maar ik moet daar ook een mannetje voor op pad sturen. Maar we waren nog niet aan de reparatie begonnen, of de consument wilde dat wij de auto onmiddellijk terug zouden brengen. Dat hebben we toen gedaan, maar kort daarna belde de consument dat hij toch wel van ons aanbod gebruik wilde maken. En of we de auto weer op konden halen en vóór 17 juli klaar konden hebben. Dat was wel een heel bizarre ontwikkeling. Dat laatste was sowieso niet gelukt, omdat wij het vanwege de vakantie erg druk hadden. De baas heeft toen gezegd dat we die auto verder maar moesten vergeten.
Ik weet niet wat de verkoper aan de consument heeft verteld. Maar wij bieden geen aanvullende garantie aan bij de verkoop van een auto. Wij verkopen auto’s met of zonder afleverpakket. Een afleverpakket bestaan uit een onderhoudsbeurt, een geldige recente APK en garanties. De consument heeft op de overeenkomst getekend voor afstand van BOVAG-garantie.
De 1.0 motor staat bekend om koelvloeistofverlies. Ik heb het afgelopen jaar drie of vier van dit type motoren terug gehad. Het is geen beste motor.
Beoordeling van het geschil
De commissie stelt bij haar overwegingen het navolgende voorop.
De verkoper van een auto is op grond van de wettelijke bepalingen met betrekking tot de koopovereenkomst verplicht om een auto te leveren die bij aflevering aan de overeenkomst voldoet, ‘conform’ is. Een zaak voldoet niet aan de overeenkomst, wanneer deze niet de eigenschappen bezit die de koper daarvan mag verwachten op grond van de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper daarover heeft gedaan. De koper van een occasion mag in elk geval verwachten dat het gekochte voertuig bij aflevering geschikt is voor een normaal en veilig gebruik, wat betekent dat de auto in elk geval moet voldoen aan de eisen om bij een APK goedgekeurd te worden.
Wanneer een consument een tweedehandsauto koopt, zal hij doorgaans niet bekend zijn met de vorige eigenaar of de wijze waarop en omstandigheden waaronder deze eerder van de auto gebruik heeft gemaakt. Daarbij geldt dat, naarmate een occasion ouder is, als eigenschap van de auto mag worden aangenomen dat de kans op (groot) onderhoud als gevolg van normale slijtage toeneemt. Dat is een eigenschap van een occasion waarvan de bekendheid bij een consument mag worden aangenomen en dit hangt direct samen met de aard van de zaak. De onbekendheid met een vorige eigenaar, het gebruik dat die van een auto heeft gemaakt en de noodzaak om versleten onderdelen te vervangen dragen bij aan een afname van de waarde en daarmee aan een lagere prijs voor de te kopen auto. Desgewenst kan een belangstellende koper risico’s op dit punt beperken door garantie te bedingen.
Voldoet een geleverde zaak niet aan de overeenkomst, doordat hij bij aflevering een gebrek vertoonde, dan heeft de verkoper in beginsel wanprestatie gepleegd en heeft de koper aanspraak op kosteloos herstel. Bepalend voor de vraag of aanspraak bestaat op kosteloos herstel is dus het moment van aflevering van het gekochte. Bij aflevering moet het gebrek al aanwezig zijn geweest. Op grond van artikel 7:11 BW gaat immers het risico dat een gekochte zaak verloren gaat of defect raakt in beginsel bij aflevering over van de verkoper naar de koper, dus gebreken die na de aflevering ontstaan hoeven niet kosteloos door de verkoper te worden hersteld.
Op grond van artikel V van de Wet van 20 april 2022 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW) etc. is op de overeenkomst het recht van toepassing zoals dat gold na de wijziging van boek 7 BW per 22 april 2022. Op grond van het toepasselijke recht, meer in het bijzonder artikel 18, lid 2 van boek 7 BW (7:18, lid 2 BW oud), wordt vermoed dat een gebrek bij aflevering heeft bestaan, wanneer dit gebrek zich binnen één jaar na aflevering voordoet.
De zaak waar het in dit geval om gaat betreft een elf jaar oude auto met 214.810 kilometers op de teller. Op grond van de leeftijd en het met de auto gereden aantal kilometers betreft ‘de aard van de zaak’ een oude occasion. De commissie constateert daarbij dat bij de verkoop is aangeboden om vóór aflevering onderhoud te plegen en dat de consument is gewezen op de noodzaak om banden te vervangen. Dit duidt er in elk geval op dat de consument op grond van de mededelingen van de verkoper heeft moeten vermoeden dat onderhoud aan de auto zo niet noodzakelijk, dan in elk geval wenselijk was.
Bij de aankoop van een auto geldt niet alleen een mededelingsplicht voor de verkoper, maar ook in zekere mate een onderzoeksplicht voor de koper. De commissie is van oordeel dat, naarmate het risico voor de koper groter wordt, van een koper mag worden verwacht dat deze zich meer oriënteert op wat hij wil kopen. Op grond van de leeftijd en het aantal gereden kilometers was de kans op een aanzienlijke slijtage aan de auto groot. Bij aankoop heeft de consument kunnen zien dat de auto was uitgerust met een drie-cilinder 1.0 liter motor. Deze motoren leveren een hoge prestatie bij een gering gewicht en geringe cilinderinhoud. Dit wordt bereikt door een turbo, maar heeft als nadeel dat de motor een hoge compressie kent, gevoelig is voor oververhitting en olie kan verbruiken. Het behoud van een dergelijke motor staat of valt met deugdelijk onderhoud en de levensduur is niet zo lang als die van een 1,6 of 1,8 motor zonder turbo.
De gekochte zaak betreft een oude occasion met een onderhoudsgevoelige motor die een aantal kilometers heeft gelopen dat de grens van zijn economische levensduur benadert. Gegeven deze aard van de zaak en de mededelingen die bij verkoop zijn gedaan, kon de consument niet verwachten dat hij een probleemvrije auto kocht. Ten aanzien van de kwaliteit van de motor had de consument, zou hij zich eenvoudig op internet hebben georiënteerd, de risico’s hebben kunnen onderkennen.
Hierbij neemt de commissie verder in aanmerking dat de consument heeft afgezien van garantie. Op de koopovereenkomst staat aangevinkt dat de consument afziet van BOVAG-garantie en handgeschreven staat op de overeenkomst “(geen garantie)”. Hieruit volgt dat de consument ervan heeft afgezien om risico’s ten aanzien van de kwaliteit van de auto af te dekken met een garantieaanspraak. Dat deze vermelding ziet op een extra garantie, naast de BOVAG-garantie, wordt door de ondernemer betwist en is (gelet op het vinkje op de overeenkomst) niet aannemelijk.
De commissie is van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden het stil vallen van de motor en de overige klachten geen gebreken zijn die de consument in redelijkheid niet had hoeven te verwachten, gelet op de aard van de gekochte zaak, waaronder met name het aantal daarmee gereden kilometers.
Ten aanzien van de stuurkogel is de commissie van oordeel dat de consument het probleem (zwaar sturen) redelijkerwijs al snel had kunnen bemerken. Desalniettemin is zeven maanden gewacht met het melden van de klacht. Op grond van artikel 7:23, lid 1 BW kan een koper zich niet op non-conformiteit beroepen wanneer de koper het gebrek niet aan de verkoper meldt binnen bekwame tijd nadat het gebrek is ontdekt of redelijkerwijs ontdekt had kunnen worden. De commissie is van oordeel dat de klacht ten aanzien van de stuurkogel niet binnen bekwame tijd is gemeld.
Los van dit alles geldt dat de consument de ondernemer geen redelijke gelegenheid heeft geboden tot herstel van de aangevoerde gebreken. Zijn instemming met een reparatie van de motor heeft de consument na aanvaarding van een daartoe strekkend aanbod weer ongedaan gemaakt, waardoor de ondernemer nodeloos twee maal de auto naar en van zijn bedrijf heeft getransporteerd, met alle kosten van dien. Het verlangen om vervolgens de auto vóór 17 juli door de ondernemer gerepareerd te hebben was niet reëel. De gewenste termijn vanaf eind juni was daarvoor, gelet op de omstandigheid dat garages het in de vakantietijd zeer druk hadden en het ingrijpend karakter van de uit te voeren werkzaamheden, niet redelijk.
Op grond van het voorgaande komt de commissie tot de slotsom dat geen grond is gebleken om de ondernemer aansprakelijk te houden voor de door de consument gemaakte onkosten. Beslist zal daarom worden als hierna vermeld.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist op 20 december 2024 door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit
mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, de heer C.J. Bosboom en mr. P.B. Vos, leden.