Klacht over grindvloer met esthetische gebreken gegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Wonen    Categorie: gebreken    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 576491/623910

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument klaagde dat een door de ondernemer gelegde grindvloer aanzienlijke esthetische gebreken vertoonde, waaronder zichtbare slagen en een bult bij de schuifpui. Na een tweede poging bleef het resultaat volgens hem zelfs slechter. De ondernemer stelde dat imperfecties inherent zijn aan handmatige aanleg en verwees naar de algemene voorwaarden. De deskundige oordeelde echter dat de vloer slordig was aangebracht en op onderdelen onaanvaardbaar. De commissie volgde dit oordeel en achtte de klacht gegrond. De ondernemer moet € 4.989 schadevergoeding betalen, plus € 127,50 klachtengeld, en is daarnaast behandelingskosten verschuldigd.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft het leggen van een grindvloer met esthetische imperfecties.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een overeenkomst gesloten met de ondernemer voor het aanbrengen van een grindvloer. Na de eerste aanleg waren er aanzienlijke oneffenheden. Een tweede nieuwe poging resulteerde volgens de consument in een nog slechter resultaat, met zichtbare slagen en andere esthetische gebreken. De consument eist (een deel) restitutie van de aankoopsom om een nieuwe vloer te kunnen laten leggen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het werk is uitgevoerd door ervaren professionals; esthetische imperfecties zijn inherent aan handmatige aanleg. De consument heeft de algemene voorwaarden geaccepteerd, inclusief risico op esthetische variaties. Er bestaan geen branche brede normen voor grindvloeroneffenheden.

Deskundigenrapport

Door de commissie is een deskundige benoemd. De bevindingen van de deskundige zijn als volgt. De vloer is slordig aangebracht, met name wat betreft de esthetische afwerking. Hoewel de vloer technisch deugdelijk is, zijn de zichtbare slagen en een “bult” bij de schuifpui onaanvaardbaar te achten. Het herstellen van de vloer zonder nieuwe imperfecties te veroorzaken is volgens de deskundige niet mogelijk. De ondernemer heeft aangegeven dat de vloer binnen zijn toleranties valt, echter is de deskundige van mening dat de vloer hoe dan ook slordig is aangebracht.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De totale aanneemsom, die door de consument volledig is betaald bedraagt € 8.167,74.

Aanvankelijk heeft de consument dit bedrag gevorderd, maar uiteindelijk de vordering verminderd tot een bedrag van € 4.989,–, omdat een deel van de gelegde vloer een bovenverdieping betreft (circa 30% van het totaal uitmakende) dat voor de consument wel acceptabel is, omdat het mooier is gelegd. De commissie is van oordeel dat de afwezigheid van branchebrede normen de ondernemer niet ontslaat van een zo deugdelijk mogelijke uitvoering. De commissie volgt de deskundige in zijn bevindingen. Uit die bevindingen blijkt onomstotelijk dat de vloer slordig is aangebracht en op sommige onderdelen zelfs als onaanvaardbaar wordt aangemerkt. Deze zware kwalificaties geven de ondernemer niet de ruimte om zich te goeder trouw op de toepasselijke algemene voorwaarden te beroepen.

Onder die omstandigheden acht de commissie de klacht gegrond en het door de consument gevorderde bedrag van € 4.989,– naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar, zodat dit bedrag onder de titel van schadevergoeding tot betaling door de ondernemer aan de consument wordt opgelegd.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de ondernemer binnen 14 dagen na de verzending van deze uitspraak aan de consument een bedrag van € 4.989,– dient te betalen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. E.D. Rentema, voorzitter, de heer mr. A.B. van Kruistum, mevrouw mr. W. van den Berg, leden, op 14 maart 2025.

Opslaan als PDF