Klacht over incomplete retourzending ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: CommissiePost    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 836397/1008723

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument claimde €629 schadevergoeding voor een retourpakket uit [land] waarin goederen ontbraken en de laptop beschadigd terugkwam. De [land] douane had de zending geweigerd vanwege verboden gebruikte elektronica. De ondernemer stelde dat de inhoud in strijd was met invoerbepalingen, er onvoldoende bewijs van schade was, en geen sprake was van nalatigheid. De Geschillencommissie Post oordeelde dat de klacht te laat was ingediend, maar achtte dit verschoonbaar. Toch werd de klacht ongegrond verklaard vanwege gebrek aan bewijs, onduidelijkheid over de inhoud bij terugzending en het feit dat de schade voortkwam uit douane-ingrijpen. De gevraagde schadevergoeding werd afgewezen.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een incomplete retourzending.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De Indonesische douane heeft de invoer van een pakket geweigerd en teruggestuurd. Daarin ontbraken goederen en de laptop was niet de laptop die was verzonden.

Het betreft € 419,– van de laptop plus twee spijkerbroeken van elk € 60,– plus laptoptas van € 20,– plus draadloze muis van € 5. — Daarbovenop komt nog het verzenden van deze artikelen kosten € 65,–. Totaal € 629,– wil men als schadeloosstelling ontvangen. De bonnen van de spijkerbroeken zijn niet meer in bezit noch die van de laptoptas plus de draadloze muis die na drie jaar vergaan zijn wat de inkt betreft.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

[Naam ondernemer] is ten eerste van oordeel dat de Geschillencommissie de consument niet-ontvankelijk moet verklaren in zijn klacht. De consument heeft op 17 mei 2023 zijn klacht over dit pakket kenbaar gemaakt.
In artikel 6 lid 1 onder b van het Reglement van de Geschillencommissie Post staat aangegeven dat de
commissie, op verzoek van [naam ondernemer] de consument niet-ontvankelijk kan verklaren indien hij het geschil niet binnen 12 maanden na de datum waarop hij de klacht bij de ondernemer indiende bij de commissie aanhangig heeft gemaakt1. De consument heeft op 17 mei 2023 zijn klacht ingediend bij [ondernemer] klantenservice. Het geschil bij de Geschillencommissie is op 27 januari 2025 ingediend volgens het klachtformulier.

Op 26 februari 2023 heeft [consument] een pakket naar [land] verzonden, met als inhoud:
– een gebruikte laptop
– een draadloze muis
– een laptoptas
– twee spijkerbroeken.

De [land] douane heeft de invoer geweigerd, omdat het importeren van gebruikte elektronica in [land] verboden is. De zending werd daarop geretourneerd en op 9 september 2023 in Nederland ontvangen.
Klager stelt dat:
– een deel van de inhoud ontbrak
– de laptop beschadigd was
Voor de geclaimde schade zijn grotendeels geen aankoopbewijzen overlegd.

[Naam ondernemer] heeft de claim onderzocht en vastgesteld:
– De retour ontvangen verpakking vertoonde geen uiterlijke schade.
– De inhoud (gebruikte elektronica) voldeed niet aan de invoerbepalingen van het land van bestemming.
– Er is geen sprake van toerekenbaar tekortschieten door [ondernemer].
– Klager heeft onvoldoende bewijsstukken aangeleverd (ontbreken facturen van de spijkerbroeken, muis en tas).
a. Algemene Voorwaarden Universele Postdienst 2024
– Artikel 9.7 lid 2 bepaalt dat [naam ondernemer] niet aansprakelijk is indien het Poststuk verboden goederen bevat.
– Artikel 9.7 lid 1 bepaalt dat schade ontstaan door ondeugdelijke verpakking, aard van de inhoud of overtreding van invoerbepalingen niet voor vergoeding in aanmerking komt.
– Artikel 9.4 en 9.5 stellen dat volledige en rechtsgeldige bewijslast vereist is om een
– schadevergoeding toe te kennen.
– Artikel 9.3 bepaalt bovendien dat voor Poststukken naar het buitenland de maximale
– schadevergoeding, bij onvoldoende bewijs, beperkt is tot € 50,– plus € 5,– per kilogram (maximaal € 150,–).
b. Postwet 2009
– [naam ondernemer] is alleen aansprakelijk bij aantoonbare nalatigheid. Hiervan is geen sprake, gezien:
o correcte uitvoering van de retourzending,
o geen schade aan de verpakking,
o verboden inhoud volledig voor risico van de afzender komt.
c. Algemene Voorwaarden Goederenvervoer 2025
– Artikel 11.3 bevestigt dat [naam ondernemer] niet aansprakelijk is voor schade aan de verpakking of inhoud door oorzaken buiten haar invloedsfeer (zoals douane-inbeslagname).
– Artikel 15 onderstreept dat de afzender verantwoordelijk is voor schade veroorzaakt door verboden goederen.

Hoewel [naam ondernemer] juridisch gezien niet aansprakelijk is, is uit coulance een aanbod van € 100,– gedaan om de klacht te helpen oplossen, zonder erkenning van enige aansprakelijkheid.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Het beroep van de ondernemer op niet ontvankelijkheid vanwege het verstrijken van een te lange periode wordt gepasseerd. Ter zitting is gebleken dat veel tijd verloren is gegaan in de communicatie tussen partijen als gevolg van onduidelijkheid over (het ontvangen zijn van) de stukken over de schadebepaling die toegezonden moesten worden. De (te) late indiening wordt daarom verschoonbaar geacht.

Het verweer van de ondernemer om de klacht van de consument ongegrond te verklaren wordt gehonoreerd. De ondernemer heeft dat gebaseerd op de haar Algemene Voorwaarden en toepasselijke wet- en regelgeving, waaruit volgt dat de inhoud van de zending in strijd was met invoerbepalingen, dat er onvoldoende bewijs van schade of waarde is overgelegd en dat geen sprake is van nalatigheid. De commissie stelt feitelijk vast dat de douane heeft geconstateerd dat er gebruikte elektronica in de verpakking was opgenomen. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat de verpakking daarvoor geopend is. Dat de verpakking dus gehavend is geraakt kan heel goed daardoor veroorzaakt zijn. Dat kan de ondernemer niet verweten worden. Die wijst er terecht op dat de consument zich niet aan de regelgeving in Indonesië heeft gehouden.

Het is vervolgens op initiatief van de consument, althans haar zus in [land], geweest dat het pakket werd teruggestuurd. Er is geen registratie van wat er toen, in welke staat, is verstuurd en de ondernemer kan niet zonder meer ervan uitgaan dat de originele inhoud nog aanwezig was. Zeker niet nu de inhoud bij aankomst een heel andere was en de zus van de consument geen eigen waarneming heeft gehad van het pakket bij aankomst is [land] en terugzending. Er is daarom ook geen zicht op de schade of wat er zich precies in het pakket bevonden heeft. Tot een schadevergoeding als gevraagd kan het dan niet komen.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

Wijst het verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. J.M.J. Godrie, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 14 mei 2025.

Opslaan als PDF