Klacht over knieblessure bij sportschool ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Sport en Beweging    Categorie: Kwaliteit dienstverlening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 450924/647175

De uitspraak:

Waar gaat het over?

De consument stelde dat zij tijdens het sporten bij de ondernemer een knieblessure had opgelopen door een defecte leg press en dat haar pijnklachten niet serieus werden genomen. Ze eiste een schadevergoeding van in totaal €25.550,85. De ondernemer betwistte de aantijgingen en voerde aan dat de consument niet ontvankelijk was, omdat klachten over lichamelijk letsel niet onder de bevoegdheid van de commissie vallen. Daarnaast zou de klacht te laat zijn ingediend.

De commissie oordeelde dat de consument inderdaad niet ontvankelijk was met betrekking tot haar klacht over lichamelijk letsel. Echter, de klacht over de kwaliteit van de dienstverlening werd wel beoordeeld. De commissie stelde vast dat de ondernemer adequaat had gehandeld door een verantwoord oefenschema te volgen, aangepaste oefeningen aan te bieden en een kosteloze echo aan te bieden. Er was geen bewijs dat de blessure was veroorzaakt door een defect apparaat of nalatigheid van de ondernemer.

volledige uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Sport en Beweging (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 12 november 2024 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. De consument is ter zitting verschenen in aanwezigheid van haar zoon, [naam zoon]. De ondernemer werd ter zitting vertegenwoordigd door [anoniem] en bijgestaan door [vertegenwoordiger]. Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de kwaliteit van dienstverlening van de ondernemer naar aanleiding van klachten van de consument over pijn in haar knie tijdens het sporten.

Standpunt van de consument

De consument klaagt in de kern over de wijze waarop de ondernemer is omgegaan met haar pijnklachten bij het sporten een en ander zoals aangegeven in het door haar ingevulde vragenformulier. De consument stelt dat de blessure aan haar knie is ontstaan door het sporten (onder begeleiding) op een defecte leg-press. De medewerkers van de ondernemer hebben vervolgens niets gedaan met mijn pijnklachten.

Zij stelt de ondernemer aansprakelijk voor de door haar geleden schade die zij begroot op 4405,45 Euro aan materiele schade en 21145,40 Euro aan immateriële schade.

Standpunt van de ondernemer

Volgens de ondernemer dient de consument niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar klacht.

Artikel 5 van uw reglement bepaalt immers dat de consument niet ontvankelijk is, voor zover het geschil betrekking heeft op dood, lichamelijk letsel, of ziekte. Uit het vragenformulier bij de klacht wordt duidelijk dat het de consument in deze procedure te doen is om een blessure (lichamelijk letsel) waarvan zij stelt dat die bij de ondernemer is ontstaan. Zij wenst erkenning van de aansprakelijkheid voor het door haar gestelde letsel, alsook een forse schadevergoeding in verband met het gestelde letsel. Daarvoor is deze procedure niet bedoeld, zodat de consument niet ontvankelijk moet worden verklaard.

Voorts wijst de ondernemer op artikel 6 van uw reglement, waarin is bepaald dat de consument niet ontvankelijk is in haar klacht, als de klacht niet binnen 12 maanden na de datum waarop zij de klacht bij de ondernemer indiende bij de commissie aanhangig heeft gemaakt. De klacht is bij uw commissie ingediend op 18 juli 2024. De eerste aansprakelijkstelling c.q. klacht van de consument dateert van 5 april 2023, zoals blijkt uit de bijlage bij dit schrijven. De termijn van 12 maanden is daarmee verstreken geweest, zodat wij de commissie verzoeken om de consument niet ontvankelijk te verklaren in haar klacht.

Ook inhoudelijk is de klacht van de consument volgens de ondernemer ongegrond en schetst daarbij de volgende chronologische tijdlijn.

De consument heeft zich op 21 december 2022 op eigen initiatief gemeld bij de fysiotherapeut met klachten aan haar dijbeen aanwezig bij yoga en lopen. Onderzoek door de orthopeed wees uit dat spieren rondom heup geïrriteerd waren. De fysiotherapeutische conclusie waren: myogene klachten van bekken en dijbeen. Verder gaf zij in de anamnese aan veel stress en spanning te ervaren en gaf zij aan overbelast te zijn. Er is een lokale behandeling van de myogene klachten ingezet in combinatie met ademhalingsoefeningen en ontspanningsoefeningen. Vanaf januari 2023 is dit uitgebreid met oefentherapie in de oefenzaal.

De consument heeft een abonnement genomen bij de ondernemer, ze voelde zich beter met sporten, abonnement bij de fysiotherapie (medisch fitness) kon ze niet betalen dus heeft zij gekozen voor het sportschool deel: Motion preventie. Een oefenschema is door de therapeut gemaakt en overgedragen aan de collega sportbegeleider. Dit is een verantwoord oefenschema, passend bij de klachten en rekening houdend met een rustige opbouw.

Eind februari 2023 is de consument gestopt met sporten in verband met pijnklachten knie en heeft zij een klacht ingediend bij de ondernemer. Zij verwijt de ondernemer dat zij klachten heeft gekregen van een defecte leg press en dat daarop niet gereageerd is door de sportbegeleider. Toen de consument klachten kreeg heeft deze sportbegeleider aangepaste oefeningen gegeven om de knieën even te ontlasten, soms is even rust in de training goed om de ervaren pijnklachten te verminderen De oefeningen bestonden uit core stability en arm/ schouderoefeningen.

De consument stelt dat de leg press gebrekkig c.q. defect zou zijn. Dat heeft zij niet aangetoond en bovendien wordt het stellig door de ondernemer betwist. Alle apparatuur wordt jaarlijks gecontroleerd en tussentijds gerepareerd als er een defect is. Er wordt geen gebruik gemaakt van defecte apparatuur. Een controle rapport is als bewijs ingebracht.

27 maart 2023 is er een gesprek geweest met de praktijkhouder C. S. over haar klacht. De consument  heeft een echo van de knie aangeboden gekregen, hier heeft zij geen gebruik van gemaakt. Het vervolggesprek is door de praktijkhouder geannuleerd omdat de consument inmiddels een klacht had ingediend bij het KNGF.

Er zijn gesprekken geweest met de klachten functionaris van het KNGF. Uiteindelijk heeft de ondernemer aangegeven zich niet te herkennen in de geformuleerde klacht bij mail van 3 mei 2023 die de consument in deze ook heeft ingebracht.

De consument refereert in haar betoog dat de betreffende leg press in juni 2023 vervangen is. Dit betwist de ondernemer. Er is een leg press verplaatst naar een andere locatie en er is intern apparatuur verplaatst.

Het is niet aannemelijk gemaakt dat het gestelde letsel is veroorzaakt door de beweerde fout c.q. de legpress. Dat moet aannemelijk worden gemaakt aan de hand van bijvoorbeeld medische stukken, maar die ontbreken. De ondernemer betwist in ieder geval dat het letsel is veroorzaakt bij de sportbegeleiding. Het causaal verband daarvoor ontbreekt. De schade die wordt opgevoerd is niet onderbouwd. Bij de gestelde materiële schade ontbreken de bewijsstukken. Ook de immateriële schadepost is onvoldoende onderbouwd en buitengewoon hoog begroot. Verzocht wordt de consument niet-ontvankelijk te verklaren in haar klacht dan wel de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Voor zover de consument wenst te klagen over lichamelijk letsel aan haar knie ontstaan door toedoen van de ondernemer zal de commissie haar op dit punt op de voet van artikel 5 van het in deze van toepassing zijnde Reglement Sport en Bewegen niet ontvankelijk verklaren.

De ondernemer heeft onder verwijzing naar artikel 6 van genoemd reglement aangevoerd dat de consument niet ontvankelijk is in haar klacht, nu de klacht niet binnen 12 maanden na de datum waarop zij de klacht bij de ondernemer indiende bij de commissie aanhangig heeft gemaakt.

De commissie is van oordeel dat de consument in deze in redelijkheid geen verwijt kan worden gemaakt genoemde termijn te hebben overschreden nu de reden daarvoor is gelegen in het intrekken van haar klacht in verband met een tussen partijen eventueel te bereiken schikking (welke niet is tot stand gekomen getuige de huidige klacht).

Voor een goed begrip is derhalve thans nog aan de orde de klacht omtrent de kwaliteit van dienstverlening door de ondernemer na het ontstaan van de door de consument in deze naar voren gebrachte pijnklachten.

Daarbij is van belang dat de consument na consultatie van een fysiotherapeut niet heeft gekozen voor een abonnement bij de fysiotherapie (medisch fitness) maar heeft gekozen voor het sportschool deel: Motion preventie. Daarbij is een door haar therapeut gemaakt oefenschema overgedragen aan de collega sportbegeleider. Niet weersproken is dat het een verantwoord oefenschema is, passend bij de klachten van de consument en rekening houdend met een rustige opbouw. Dat vervolgens haar knieklachten zijn ontstaan door haar te laten trainen op een defecte leg press heeft de ondernemer weersproken en heeft de consument onvoldoende onderbouwd. Het enkele gegeven dat de bewuste leg press na gebruik door haar een week later kennelijk als defect werd aangegeven met een rood lint kan daar onvoldoende aan afdoen. De leg press is blijkens door de ondernemer overgelegde stukken in die betreffende periode jaarlijks periodiek gekeurd en goed bevonden. Dat de consument door toedoen van personeel van de ondernemer op een daartoe niet geschikt apparaat heeft getraind is ook anderszins niet gebleken.

De commissie kan zich voorts voorstellen dat haar eerste pijnklachten door een medewerker van de ondernemer werden afgedaan als spierpijn na een eerste training. Immers, zoals de consument ook desgevraagd ter zitting heeft aangegeven, was aan de knie niets zichtbaar en deze was ook niet dik.

Toen de consument klachten bleef uiten heeft de sportbegeleider aangepaste oefeningen gegeven om de knieën even te ontlasten om de ervaren pijnklachten te verminderen. De oefeningen bestonden uit core stability en arm/ schouderoefeningen.

Na de interne klacht van de consument heeft de ondernemer met haar een gesprek gevoerd en is er, zo is door partijen ter zitting beaamt, een echo gemaakt bij de ondernemer waarvoor deze geen kosten in

rekening heeft gebracht.

De commissie is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen dan ook van oordeel dat de ondernemer gehandeld heeft zoals je in redelijkheid van haar mag verwachten en dan ook niet is tekortgeschoten in de in redelijkheid te verwachten kwaliteit van dienstverlening.

De commissie zal de klacht van de consument op dit punt dan ook ongegrond verklaren.

Dat de consument door toedoen van de ondernemer schade heeft geleden is niet gebleken. De commissie zal het door haar in dit verband verlangde dan ook afwijzen.

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve wordt als volgt beslist.

 Beslissing

De commissie verklaart de consument niet-ontvankelijk in haar klacht voor zover zij klaagt over lichamelijk letsel ontstaan door toedoen van de ondernemer.

De commissie verklaart de klacht voor het overige ongegrond en wijst het door haar in dit verband verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Sport en Beweging, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer drs. J. Zoutendijk , mevrouw mr. M.T. Buiting , leden, op 12 november 2024.

Opslaan als PDF