Klacht over olieverbruik ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: CommissieVoertuigen    Categorie: Betaling    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 376018/457986

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 12 januari 2023 een gebruikte Citroën C3 met 122.175 km op de teller voor €7.300. Kort daarna merkte zij een hoog olieverbruik op en vermoedde een motorprobleem. De ondernemer voerde een motorflush uit en stelde voor het olieverbruik te monitoren, maar de consument volgde dit traject niet volledig. Een onafhankelijke deskundige mat later een olieverbruik van 0,3 liter per 1.049 km, wat binnen de acceptabele marges valt. De Geschillencommissie oordeelde dat het olieverbruik niet buitensporig is voor dit type motor en dat er geen sprake is van een gebrek. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en de consument krijgt het klachtengeld niet terug.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 12 januari 2023 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto, merk Citroën, type C3 1.2 VTI, datum eerste toelating 9 januari 2014, kilometerstand 122.175 inclusief werkzaamheden en afleverkosten, voor de daarvoor te betalen prijs van € 7.300,– inclusief btw. De levering vond plaats op 12 januari 2023. De consument heeft op 5 september 2023 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument 

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Het olieverbruik van de auto is buitensporig hoog als gevolg van een dieper probleem met de motor. De ondernemer reageert op klachten over het olieverbruik met de opmerking dat moderne auto’s nu eenmaal meer olie verbruiken.

Naar aanleiding van het deskundigenrapport heeft de consument in hoofdzaak nog het navolgende aangevoerd.
Volgens de eerste factuur stond de kilometerteller van de auto op 126.680 kilometer tijdens het eerste bezoek aan een garage in Eindhoven, waar twee liter olie werd toegevoegd. Vervolgens is de auto tweemaal ter inspectie en service aangeboden aan de ondernemer, zoals door deze bevestigd. Ondanks verzoeken om bewijs van kilometertellerstanden of een lijst van uitgevoerde diensten, zijn tot op heden geen gegevens verstrekt.

Bij een volgend bezoek aan een ander bedrijf stond de kilometerteller op 130.680 kilometer en werd er drie liter olie toegevoegd.

Op basis van de conclusie van de deskundige hadden de aanvankelijke twee liter olie voldoende moeten zijn voor minimaal 6.000 kilometer (2 liter × 3.000 kilometer per liter), dat wil zeggen tot 132.680 kilometer. De olie was echter al na 4.000 kilometer op, wat aantoont dat tijdens de tussenliggende bezoeken aan de ondernemer geen olieverversing en dus geen onderhoud heeft plaatsgevonden.

Deze twee facturen en het rapport van de deskundige zijn de enige concrete gegevens die beschikbaar zijn, maar ze zijn voldoende om het gebrek aan zorgvuldigheid van de ondernemer aan te tonen.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Ik ben het ook niet eens met de wijze waarop de deskundige de oliemeting heeft uitgevoerd. De gevolgde procedure was niet goed en leidt tot een heel ander resultaat dan mijn berekeningen. Ik maak me nu voortdurend ongerust over het oliepeil in de motor. Ik weet niet of ik onderweg een probleem kan krijgen vanwege een gebrek aan olie.

De ondernemer heeft niets overgelegd ter ondersteuning van het verweer.

De consument verlangde aanvankelijk een onderzoek van de motor door een merkdealer om de oorzaak van het olieverbruik vast te stellen. Mocht daaruit blijken van een probleem met de motor, dan verlangt de consument een verlenging van de garantietermijn en een kosteloze reparatie. Zij heeft haar verzoek gewijzigd en verlangt nu de ontbinding van de koopovereenkomst en vergoeding van de kosten die zij heeft moeten maken, een en ander als gespecificeerd in haar brief van 12 december 2024. Mocht dat niet toewijsbaar zijn, dan verzoekt zij in elk geval het betaalde klachtengeld terug te krijgen.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Er is geen sprake van non-conformiteit. Voor zover de ondernemer dat heeft kunnen vaststellen valt het olieverbruik binnen de norm van de fabrikant.

Overigens heeft de ondernemer na melding van de klacht een motorflush uitgevoerd. Daarna heeft de ondernemer de consument verzocht om na 600-800 kilometer terug te komen. De ondernemer zou de auto dan kunnen testen, de olie kunnen verversen en de motor verzegelen, zodat het olieverbruik vastgesteld zou kunnen worden. Daar heeft de consument geen gehoor aan gegeven en de ondernemer heeft dus zelf het daadwerkelijke olieverbruik na het spoelen van de motor niet vast kunnen stellen.

Voor het overige verwijst de commissie naar de inhoud van het verweerschrift van 16 juli 2024.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Het geschil betreft het olieverbruik van de auto. Als de consument het resultaat van het onderzoek van de deskundige aanvaardt, dan ligt een beslissing in deze zaak voor de hand.

De ondernemer merkt op geen garantiewerk te hebben verricht. De motor is kosteloos geflusht en het oliefilter vervangen, waarbij de olie is aangevuld. De ondernemer kan niet beoordelen of een ander bedrijf twee liter olie heeft bijgevuld of dat daarbij wellicht te veel olie is bijgevuld. De ondernemer verwijst naar het resultaat van het onderzoek door de deskundige.

Alle garantiepunten zijn opgelost en de auto vertoont verder geen problemen meer.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

De deskundige heeft, na kennis te hebben genomen van de beschikbare stukken, met partijen overlegd over de mogelijkheid om het olieverbruik over een periode van 1.000 kilometer op te meten. Overeengekomen en vastgelegd is dat dit op voorspraak van de deskundige zal plaatsvinden bij een voor partijen onafhankelijke dealer. De consument zal de auto daarvoor aanbieden bij de betreffende dealer voor een nulmeting en nadat 1.000 kilometer is gereden. De consument zal het resultaat van deze meting toevoegen aan het dossier voor beoordeling door de deskundige.

De aankoopfactuur d.d. 12 januari 2023 vermeldt een tellerstand van 122.175 kilometer. Op 8 augustus 2024 (factuur dealer Eindhoven voor de nulmeting) was de tellerstand 131.319 kilometer. Derhalve is vanaf de aankoop met de auto tot dan 9.144 kilometer gereden in een periode van één jaar en zeven maanden.

Op 13 september 2024 is een factuur opgesteld voor het bijvullen van 0,3 liter motorolie bij een tellerstand van 132.368 kilometer. Hieruit blijkt dat in een periode van vijf weken over een afstand van 1.049 kilometer de motor 0,3 liter olie heeft gebruikt. In het algemeen kan een gemiddeld olieverbruik van een motor van < 1 liter op 3000 kilometer niet als overmatig worden aangemerkt.
De deskundige concludeert hieruit dat het olieverbruik van deze auto acceptabel is in relatie tot leeftijd en kilometerstand en deze derhalve niet voor reparatie in aanmerking komt.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie kan niet anders dan uitgaan van de bevindingen van de ingeschakelde deskundige. Uit diens bevindingen blijkt dat het olieverbruik nog binnen de marges valt die de fabrikant aanhoudt. Of eerder meer olie is bijgevuld voor minder kilometers kan de commissie niet vaststellen, omdat niet valt uit te sluiten dat te veel olie is toegevoegd. Het was aan de onafhankelijk deskundige om zijn onderzoek specifiek op dit punt te richten en zijn constateringen neemt de commissie dan ook als uitgangspunt.

De auto is uitgerust met een 1,2 liter motor, waarbij het vermogen wordt bereikt door plaatsing van een turbo. Motoren als de onderhavige zijn gevoelig voor olieverbruik. Dat is inherent aan het type motor. Hoewel dat verbruik in de loop der tijd nog kan toenemen, is het op dit moment niet van dien aard dat sprake is van een gebrek dat voor rekening van de ondernemer hersteld zou moeten worden.

De commissie zijn dan ook geen gronden gebleken om het verlangde toe te wijzen. In dat geval moet worden beslist als na te melden. Volgens het Reglement Geschillencommissie Voertuigen bestaat in dat geval geen aanspraak op een vergoeding van het klachtengeld door de ondernemer.

Beslissing 

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, de heer C.J. Bosboom en mr. P.B. Vos, leden, op 20 december 2024.

 

 

 

Opslaan als PDF