Klacht over ondeugdelijke huurauto gegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: CommissieVoertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 456205/575008

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Op 9 maart 2024 huurde de consument een Mercedes-Benz bakwagen voor haar verhuizing. Tijdens de rit kreeg de wagen een klapband, waarbij bleek dat beide achterbanden nauwelijks profiel hadden en scheuren vertoonden. Volgens de consument voldeed de wagen niet aan de wettelijke eisen en bracht dit haar en haar bijrijder in gevaar. De ondernemer reageerde niet op verzoeken tot overleg en stortte slechts €79 van de borg terug. De consument vroeg een schadevergoeding van €396 voor drie dagen huur, €170 voor vertraging en €250 voor immateriële schade. Omdat de ondernemer geen verweer voerde, verklaarde de Geschillencommissie Voertuigverhuur de klacht gegrond. De commissie kende een vergoeding van €396 toe voor de huurkosten en €77,50 voor het klachtengeld. De overige schadeposten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Voertuigverhuur

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft haar klacht over door de ondernemer verhuurde auto.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 9 maart 2024 heeft de consument een Mercedes-Benz bakwagen gehuurd voor haar verhuizing naar [plaatsnaam]. Onder [plaatsnaam] op de tolsnelweg kreeg de wagen een klapband rechtsachter. Deze band (en ook de andere achterband) bleek nauwelijks dan wel geen enkel profiel meer te hebben, scheuren te vertonen en voldeed daarmee niet aan de wettelijke eisen. Daardoor heeft zij en haar bijrijder daadwerkelijk (levens)gevaar gelopen. De politie in [plaatsnaam] sprak van een engeltje op de schouder.
Op de afspraak voor overleg over een tegemoetkoming, reageerde de ondernemer door de borg minus afgerond € 79,– over te maken. Daarmee plaatste hij de consument voor een “fait accompli”. Op verzoeken voor overleg reageerde de ondernemer geen enkele keer. De consument vindt dat het bedrag van € 79,– geen recht doet aan het feit dat een ondeugdelijke wagen is meegegeven en de gevolgen die dat voor haar en haar bijrijder hebben gehad en zouden kunnen hebben gehad.
De consument wenst de volgende vergoeding:
drie dagen huur ondeugdelijke bakwagen of in reparatie 3 x € 132 = € 396,– ;
17 uur vertraging 17 x € 10 = € 170,– ;
immateriële schade € 250,–.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft geen verweer gevoerd en is ook niet ter zitting verschenen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De ondernemer heeft geen verweer gevoerd en de klacht dus niet weersproken. De klacht zal dan ook gegrond worden verklaard.
Wat betreft de gevorderde en niet door de ondernemer weersproken schade komt de commissie de vergoeding ter hoogte van drie dagen huur, zijnde € 396,– niet onredelijk voor en zal dit toewijzen.
Het overige gevorderde heeft de consument onvoldoende onderbouwd en zal de commissie afwijzen.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond en bepaalt dat de ondernemer binnen twee weken na verzending van deze uitspraak over zal gaan tot betaling van € 396,– aan de consument.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 77,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigverhuur, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer A. Belt , mevrouw mr. L. Schots – Smit , leden, op 17 december 2024.

 

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF