Commissie: Commissie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
659685/758386
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde dat [ondernemer] het gebruik van settopboxen zoals Google Home, Apple TV en [ondernemer] ten onrechte beperkt tot de thuisaansluiting. Hij stelde dat [ondernemer] dienst een IPTV-dienst is en dat deze beperking in strijd is met EU Verordening 2017/1128 inzake online portabiliteit.
[Ondernemer] voerde aan dat hun app voldoet aan de verordening: klanten kunnen via mobiele apparaten overal in de EU toegang krijgen tot hun content. De verordening verplicht aanbieders niet om alle technisch mogelijke diensten portabel te maken, en de Europese Commissie heeft bevestigd dat settopboxen niet onder de definitie van portabiliteit vallen.De Geschillencommissie Telecommunicatiediensten oordeelde dat [ondernemer] voldoet aan de portabiliteitsverordening via hun app en dat de klacht van de consument geen doel treft. De commissie verklaarde de klacht ongegrond en wees het verzoek van de consument af. De uitspraak is bindend en kan alleen binnen twee maanden via de burgerlijke rechter worden aangevochten.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Telecommunicatiediensten
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft online portabiliteit.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De Consument is van mening dat Ziggo het gebruik van settopboxen zoals Google Home, Apple TV en ook hun eigen Ziggo Next Mini ten onrechte beperkt tot de thuisaansluiting. Aangezien de dienst die Ziggo levert naar de smaak van de Consument een IPTV-dienst is, wordt het beperken tot het adres van de thuisaansluiting door de Consument beschouwd als strijdig met de EU Verordening (EU) 2017/1128 inzake de portabiliteit van inhoud van onlinediensten.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
“De consument heeft via de app toegang tot de televisieprogramma ’s en andere content die onderdeel vormt van zijn overeenkomst met [ondernemer]. Dit volgt uit artikel 3 van de Portabiliteitsverordening dat luidt:’ een aanbieder van een online inhoudsdienst die tegen betaling in geld wordt verstrekt stel dat een abonnee die tijdelijk in een lidstaat aanwezig is in staat toegang te krijgen tot en gebruik te maken van de online inhoudsdienst op dezelfde manier als in de woonlidstaat onder meer door toegang tot dezelfde inhoud op dezelfde reeks en hetzelfde aantal toestellen met hetzelfde aantal gebruikers en voor dezelfde functionaliteiten te verstrekken.’
Een online-inhoudsdienst wordt gedefinieerd als een dienst die een aanbieder online aan abonnees en een woonland aanbiedt, die portabel is en die ofwel audiovisuele omroepdienst is ofwel een dienst is die als voornaamste kenmerk heeft het toegang verlenen tot en het gebruik van werken of ander beschermd materiaal op lineaire wijze of op aanvraag. Met portabel wordt bedoeld dat abonnees in het thuisland toegang kunnen krijgen naar een gebruik kunnen maken van de dienst Zonder dat de toegang is beperkt tot een bepaalde locatie. Portabel is dus een constitutief kenmerk van de inhoudsdienst, namelijk dat deze overal toegankelijk is. [Ondernemer] biedt een draagbare dienst aan die binnen Nederland en In de gehele eu locatie onafhankelijk gebruikt kan worden, namelijk de [ondernemer] app. Met deze app hebben abonnees van [ondernemer] toegang tot alle content uit hun [ondernemer] televisiepakket. De app is alleen te installeren op mobiele apparaten. Aangezien veel mobiele apparaten ook de mogelijkheid bieden om te casten, zijn abonnees niet veroordeeld tot kijken op kleine schermen. In zo’n geval wordt het tv-scherm gebruikt om de portable content weer te geven. Dat kan zowel binnen Nederland als in het buitenland binnen de EU.
De consument stelt zich ten onrechte op het standpunt dat [ondernemer] gebruik van set-topboxen beperkt tot de thuisaansluiting. Dit is echter niet correct. De Portabiliteitsverordening verplicht [ondernemer] niet om alle diensten die technisch gezien portabel zouden kunnen zijn ook portabel te maken. Daarnaast heeft ook de Europese Commissie aangegeven dat set-top boxen niet als portabel kunnen worden beschouwd.”
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De ondernemer heeft allereerst aangevoerd dat de commissie niet bevoegd is het geschil te behandelen. Het geschil heeft betrekking op een concrete wens van de consument waarover de commissie op grond van haar reglement gehouden is te reflecteren. Dat een beslissing van de commissie mogelijk reflexwerking zou kunnen hebben staat daaraan niet in de weg.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie in grote lijnen het standpunt van de ondernemer. Naar het oordeel van de commissie voldoet de ondernemer door middel van de [ondernemer] app aan de Portabiliteitsverordening. De consument mag van de ondernemer niet verwachten ook gebruik van een app met de functie van een settop-box te faciliteren.
De klacht treft geen doel.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten, bestaande uit mr. D.J. Buijs, voorzitter, drs. H.W. Vrolijk en J.M.A. van Haren, leden, op 22 januari 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.