Klacht over vermeend lege levering ongegrond: risico ligt bij consument na ontvangst

  • Home >>
  • Commissie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: CommissieThuiswinkel    Categorie: Zorgvuldigheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1137060/1232827

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument stelde dat hij een bestelling van twee MacBooks, een RAM-geheugenkaart en een Nintendo Switch nooit heeft ontvangen, ondanks levering door de bezorger. Hij beweerde dat de dozen leeg waren. De ondernemer toonde aan dat de pakketten correct waren verzonden en geleverd, en dat er geen onregelmatigheden waren geconstateerd. De Geschillencommissie Thuiswinkel oordeelde dat het risico na feitelijke aflevering bij de consument ligt en dat er geen bewijs is dat de dozen leeg waren. De klacht werd ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Thuiswinkel
Zaaknummer 1137060/1232827

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de aflevering van twee MacBooks, een RAMgeheugenkaart en een Nintendo Switch.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 2 april 2025 heeft de consument een bestelling geplaatst van twee MacBooks, een RAMgeheugenkaart en een Nintendo Switch. De waarde van deze bestelling is aanzienlijk. Tot zijn grote verbazing heeft de consument de bestelde producten echter nooit ontvangen. Toen de bezorger arriveerde, vroeg hij de consument twee QR-codes te scannen, terwijl hij in totaal drie of vier pakketten zou moeten ontvangen. Omdat de consument haast had vanwege werk, zijn de pakketten binnen gelegd en is de consument vertrokken. Ongeveer anderhalf uur later, bij thuiskomst, ontdekte hij dat de dozen leeg waren en de bestelde producten ontbraken.

De consument heeft hiervan direct melding gemaakt bij de ondernemer. In eerste instantie toonde deze bereidheid tot hulp, maar gaf aan dat hij eerst aangifte moest doen bij de politie. Na contact met de politie werd de consument verteld dat het hier gaat om internetoplichting en dat hij daarvan aangifte moest doen.

Aanvankelijk gaf de ondernemer rond 16:00 uur aan dat hun onderzoek had uitgewezen dat de goederen vermoedelijk door een derde zijn gestolen. Echter, enkele uren later, rond 22:00 uur, kwam een nieuwe mededeling waarin werd beweerd dat de pakketten wél correct zouden zijn geleverd. Deze tegenstrijdigheid roept ernstige vragen op over de transparantie en betrouwbaarheid van hun onderzoek.

De consument wil zijn geld terug voor een bestelling die hij nooit heeft ontvangen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 2 april 2025 bestelde de consument een Nintendo Switch console, een Corsair RAM geheugenkaart en twee Apple MacBook laptops bij de ondernemer voor een totale waarde van € 4.412,87. De producten werden geleverd door [externe partij] in opdracht van de ondernemer op 4 april 2025. [Externe partij] leverde de producten in drie verschillende zendingen.

Partij betwist de levering van de zendingen niet. Echter, op de leveringsdatum zelf neemt de consument contact op met de klantenservice. De consument stelt dat de zendingen leeg waren en de producten niet zijn ontvangen. De consument geeft in dit contact aan dat hij de bezorger had gevraagd om de zendingen binnen te leggen omdat de consument deels gehandicapt is en direct de deur uit moest na de levering, en daarom niet direct doorhad dat de zendingen leeg waren. De ondernemer ziet geen redenen om te twijfelen aan de inhoud van de zendingen en wijst de eis af.

Het geschil draait om de vraag of de zendingen leeg waren op het moment van levering door DHL in opdracht van de ondernemer. Als verkoper op afstand, draagt de ondernemer het risico van verlies van de producten. Dit risico gaat over op de consument vanaf het moment van levering.

De zendingen werden ingepakt en verzonden vanuit verschillende locaties en gewogen op het moment dat deze werden overgedragen door de ondernemer aan [externe partij]. Hieruit blijkt dat de zendingen niet leeg waren op het moment van verzending. Op verzoek van de ondernemer heeft bezorger [externe partij] een onderzoek gedaan naar de zendingen. [Externe partij] heeft verklaard aan de ondernemer dat er geen ongebruikelijkheden zijn op te merken in het verzendproces van de producten naar de consument, en dat de zendingen niet leeg waren tijdens verzending.

Op basis van deze feiten staat voor de ondernemer vast dat de zendingen vol zaten met de producten op het moment van verzending, en dat deze in goede orde door [externe partij] zijn afgeleverd bij de consument. Bovendien heeft de consument niet opgemerkt dat er iets aan de zendingen leek te mankeren op het moment van levering (zoals schade of manipulatie) waarmee kan worden aangenomen dat de zendingen zijn geleverd in dezelfde staat d.w.z. met onveranderde inhoud zoals deze zijn verzonden.

Daarentegen ontbreekt het de bewering van de consument dat de dozen leeg waren aan enige onderbouwing en staat deze lijnrecht tegenover de gepresenteerde feiten. Deze verklaring is op zichzelf al hoogst ongeloofwaardig, aangezien het ondenkbaar is dat de [externe partij]-bezorger niet zou hebben gemerkt dat de drie dozen leeg waren. De consument erkent dit zelf indirect door aan ondernemer te verklaren dat hij dit niet heeft doorgehad omdat hij de dozen niet persoonlijk naar binnen heeft gebracht, hoewel de consument deze verklaring lijkt aan te passen in het thuiswinkel-formulier. Afgezien van deze tegenstrijdigheden in de verklaringen, laat de ondernemer deze bewering verder onbesproken vanwege het ontbreken van enige onderbouwing.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van artikel 7:11 Burgerlijk Wetboek gaat bij bezorging van zaken het risico op de consument over op het moment dat de consument de zaken heeft ontvangen. Met ‘ontvangen’ wordt bedoeld de feitelijke aflevering aan de consument. Uit de stukken, waaronder de verklaringen van de consument, blijkt dat de feitelijke aflevering van de pakketten heeft plaatsgevonden, maar dat de consument daarbij niet heeft gecontroleerd of de inhoud van de pakketten in overeenstemming was met zijn bestelling, hoewel hij dit wel had kunnen doen. De gevolgen hiervan komen voor risico van de consument.

Dat de pakketten daadwerkelijk leeg waren, zoals de consument stelt, heeft de consument niet aangetoond. Alleen de verklaring van de consument dat dit het geval was, is onvoldoende om dit aan te nemen en aanvullend bewijs ervan ontbreekt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer W.H.X. Amian, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, op 13 augustus 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF