Commissie: Ziekenhuizen
Categorie: -
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
451421/658791
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De cliënt onderging een navelbreukoperatie bij het Spaarne Gasthuis, waarbij een matje werd geplaatst. Na de ingreep ervoer hij aanhoudende pijn, terwijl hem werd verteld dat dit na zes weken zou verdwijnen. Een radiologisch onderzoek wees uit dat het matje was verschoven, vermoedelijk door onvoldoende hechtingen. De zorgaanbieder erkende dat een hersteloperatie nodig was, maar de cliënt had inmiddels het vertrouwen verloren en weigerde verdere behandeling. Volgens de zorgaanbieder was de operatie conform de geldende richtlijnen uitgevoerd en was het verschuiven van het matje een bekende complicatie met een kleine kans. De cliënt verweet de zorgaanbieder echter onzorgvuldig handelen en eiste een schadevergoeding van € 25.000. De Geschillencommissie beoordeelde of de chirurg zijn zorgplicht had nageleefd. Op basis van de medische standaard en het operatieverslag concludeerde de commissie dat de ingreep correct was uitgevoerd. Omdat complicaties inherent zijn aan een medische ingreep, trof de zorgaanbieder geen verwijt. De klacht werd ongegrond verklaard en de schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak
in het geschil tussen
de heer [naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)
en
Stichting Spaarne Gasthuis, gevestigd te Haarlem
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 18 december 2024 te Utrecht. Partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunt nader toegelicht. De zorgaanbieder werd vertegenwoordigd door de heer drs. [naam], chirurg en [naam], jurist.
Onderwerp van het geschil
De cliënt verwijt de zorgaanbieder dat een navelbreukoperatie onzorgvuldig is uitgevoerd waardoor de cliënt die ingreep nogmaals zal moeten ondergaan en de cliënt pijn en schade heeft geleden.
Standpunt van de cliënt
Vanwege klachten ten gevolge van een navelbreuk heeft de cliënt zich tot de zorgaanbieder gewend. Een operatie was nodig waarbij een ‘matje’ is geplaatst. De cliënt ervoer veel pijn na de ingreep maar hem werd verteld dat hij geduld moest hebben en de pijn na zes weken zou verdwijnen. De pijn ging echter niet weg. De cliënt werd opgeroepen voor een radiologisch onderzoek waaruit bleek dat het matje niet goed vastzat en was verschoven. De radioloog vertelde de cliënt dat het matje niet met voldoende hechtingen was vastgezet. De cliënt heeft de zorgaanbieder hierop aangesproken. De zorgaanbieder bevestigde dat de operatie niet goed was verlopen en een nieuwe operatie nodig zou zijn. De cliënt begrijpt niet hoe een relatief eenvoudige ingreep zoals een navelbreukoperatie zo fout kan gaan. De cliënt verwijt de zorgaanbieder ondeskundig en onzorgvuldig handelen. De cliënt heeft veel pijn geleden en langere tijd niet kunnen werken. De cliënt houdt de zorgaanbieder hiervoor verantwoordelijk en verlangt een schadevergoeding van € 25.000, –.
Standpunt van de zorgaanbieder
Op 28 februari 2024 heeft de chirurg van de zorgaanbieder de cliënt geopereerd aan een navelbreuk waarbij een matje is geplaatst. Het plaatsen van een matje vermindert de kans op een recidief van de breuk aanzienlijk maar een recidief kan niet worden uitgesloten. Die kans bedraagt volgens medische studies 4,5%. De cliënt is op 14 februari 2024 over de aard van de ingreep en de mogelijke complicaties zoals pijn en een mogelijk recidief geïnformeerd. Over de ingreep bestond dan ook informed consent.
De ingreep is op 28 februari 2024 volgens de geldende richtlijnen en protocollen uitgevoerd en is lege artis en zonder complicaties verlopen. Het matje is met hechtingen vastgezet. Bij de cliënt heeft de geringe kans dat het matje niet goed is gehecht en is verschoven zich helaas voorgedaan. De zorgaanbieder heeft het resultaat van de operatie en de complicatie uitvoerig met de cliënt besproken en hem geïnformeerd over de mogelijkheden van verbetering door middel van een hersteloperatie. De cliënt heeft echter aangegeven dat hij geen vertrouwen meer heeft in de zorgaanbieder en afziet van nader operatief ingrijpen. De zorgaanbieder respecteert de beslissing van de cliënt. De zorgaanbieder heeft de ingreep naar beste kunnen uitgevoerd en betreurt het dat een complicatie is opgetreden.
Beoordeling van het geschil
Bij de beoordeling van deze klacht geldt het volgende beoordelingskader. De overeenkomst die is gesloten tussen de cliënt en de zorgaanbieder, is aan te merken als een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de hulpverlener – in dit geval de chirurg – de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen. Daarbij moet de hulpverlener handelen in overeenstemming met de op hem/haar rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Deze zorgplicht houdt in dat de hulpverlener die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.
De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.
De commissie dient te onderzoeken of de chirurg bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst in de gegeven omstandigheden al dan niet de hiervoor omschreven zorgplicht heeft nageleefd.
De commissie heeft het volgende overwogen.
Hoewel de ingreep die de cliënt op 28 februari 2024 in het ziekenhuis van de zorgaanbieder heeft ondergaan een met regelmaat uitgevoerde ingreep is, is het optreden van een complicatie daarbij niet uitgesloten. Patiëntgebonden factoren zoals de anatomie en fysiologie van de patiënt en het individueel herstellend vermogen kunnen daarbij een rol spelen. Hierdoor kan een matje dat op een juiste wijze is geplaatst en vastgehecht toch losraken en verschuiven. Uit het operatieverslag blijkt dat de operatie op een juiste wijze heeft plaatsgevonden en voldoende hechtingen zijn geplaatst. Bij een nacontrole bleek het matje desondanks verschoven te zijn.
De commissie begrijpt goed dat het belastend is voor de cliënt dat zijn klachten na de ingreep niet of onvoldoende verholpen zijn maar het optreden van een complicatie kan de zorgaanbieder niet aangerekend worden. Van enig verwijtbaar of onzorgvuldig handelen is de commissie niet gebleken.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is. Het verzoek tot het toekennen van schadevergoeding wordt dan ook afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de cliënt ongegrond;
– wijst het verzoek tot het toekennen van schadevergoeding af.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer prof. dr. J.A. van der Hage en de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 18 december 2024.