Commissie: CommissiePost
Categorie: Schadevergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1028528/ 1166431
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument verzond een pakket met waardevolle inhoud via standaardpost en meende dat deze service verzekerd was. Na vermissing van het pakket eiste hij vergoeding van de inhoud en verzendkosten. De Geschillencommissie Post oordeelde dat er geen aanvullende verzekeringsservice was aangevinkt en dat de ondernemer volgens de Postwet en algemene voorwaarden niet aansprakelijk is voor schade bij standaardverzending. De klacht werd ongegrond verklaard. De ondernemer had wel aangeboden de verzendkosten van €34,20 te vergoeden.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post
Zaaknummer 1028528/1166431
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de vermissing van een standaardpakket.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 17 januari 2025 heeft de consument een pakket verzonden naar een geadresseerde in [locatie]. Het pakket bevatte een Apple iPhone XR, een powerbankhoesje voor de iPhone en twee originele iPhone opladers. De waarde van het pakket was € 454,-. Het pakket is niet bezorgd bij de geadresseerde.
De medewerker bij het afgiftepunt had het pakket bij afgifte gecontroleerd en meegedeeld dat de consument uit twee serviceopties kon kiezen. Eén was ‘gewone post’ en de tweede duurdere ‘standaardpost’. De consument heeft ook specifiek naar de voordelen van de standaardoptie gevraagd waarop werd geantwoord dat als iets misgaat met het vervoerproces, de inhoud zou worden terugbetaald en dat hij een trackingnummer zou krijgen om de voortgang van de bezorging te volgen. De consument koos voor de standaardverzending vanwege de hoge waarde van het pakket en betaalde € 34,20 aan verzendkosten. De consument heeft meermaals contact met de ondernemer gehad over het postpakket. Op 12 maart 2025 ontving hij een e-mail van de ondernemer dat zijn pakket zoek was en dat alleen de verzendkosten zouden worden terugbetaald, omdat het pakket niet verzekerd was. Echter, de standaardservice was gebruikt en het pakket was verzekerd. Op het [ondernemer]-formulier staat ook dat de gebruiker van deze service verzekerd is tot 20 kg. Gewezen wordt ook op de informatie op het CN23-formulier.
De consument verlangt vergoeding van de kosten € 455,– en € 34,20 aan verzendkosten.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het pakket is zonder een aanvullende dienst verstuurd (Standaard). Dat betekent dat de consument bij verzuim door de ondernemer niet in aanmerking komt voor schadevergoeding. Daarvoor wordt verwezen naar de toepasselijke Algemene Voorwaarden van de ondernemer en artikel 29 van de Postwet 2009 zoals uitgewerkt in artikel 9 van de Algemene Voorwaarden voor de universele Postdienst.
De ondernemer heeft onderzoek gedaan naar het pakket. Volgens de laatste scans van de Track&Tracefunctionaliteit was de zending over de grens heen. Daarna waren er geen scans meer waarneembaar. Door de klantenservice-medewerker is een onderzoek gestart naar het vermiste pakket. Daarbij is onder meer navraag gedaan bij de buitenlandse postorganisatie, die als terugkoppeling gaf dat het pakket zich niet binnen hun netwerk bevond. Ook bij het depot Lost and Found is zonder resultaat onderzoek verricht. Het pakket moet als vermist worden beschouwd. De consument is hierover bericht, alsook dat hij niet in aanmerking komt voor schadevergoeding. Hem is wel vergoeding van de verzendkosten aangeboden.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Niet is in geschil dat tussen partijen een vervoerovereenkomst heeft bestaan waarbij de consument de ondernemer een pakket ter verzending heeft aangeboden naar een geadresseerde in [locatie]. Evenmin is in geschil dat dit pakket niet bij de geadresseerde is afgeleverd en vermist is geraakt.
Hoewel te betreuren is dat het pakket vermist is geraakt, onderschrijft de commissie op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting het standpunt van de ondernemer. De ondernemer is op grond van de vervoersovereenkomst en de geldende regelgeving niet aansprakelijk voor de schade wegens de vermissing van het pakket omdat het pakket als standaardpakket is verzonden, zonder een aanvullende service (aangetekend of verzekerd).
De consument heeft aangevoerd dat hij over de wijze van verzending van het pakket zich heeft laten informeren door de medewerker van het servicepunt van de ondernemer en dat hieruit volgde dat het een standaardverzending is die verzekerd is. Dit is echter niet gebleken. Het betreft hier een standaard pakket, zonder aanvullende service zoals een verzekering. Dat is te zien op het verzendbewijs waarop dit met zoveel woorden staat vermeld. De consument verwijst verder naar de informatie die op het CN23-formulier op de voorkant en achterkant staat, maar dit formulier bevat enkel algemene informatie over de verzendopties die de ondernemer biedt. Bovendien is op dit formulier onder het kopje ‘Aanvullende services’, handmatig, alleen het vakje ‘met Track&Trace’ aangekruist en niet een van de vakjes ‘aangetekend’ en ‘met verzekeringsservice’. Het opgegeven gewicht van het pakket maakt dit niet anders. Dat het pakket is verstuurd met een Track&Trace barcode evenmin.
De aansprakelijkheid van de ondernemer voor schade die voortvloeit uit het vervoer van poststukken is geregeld in artikel 29 Postwet 2009 en uitgewerkt in de Algemene Voorwaarden (artikel 9). Op grond van die regelgeving wordt de aansprakelijkheid van de ondernemer bij vermissing van een pakket, voor gewone postdiensten, zonder overeengekomen aanvullende diensten voor verzending, zoals hier, uitgesloten. Dat is volgens een vaste lijn van deze commissie niet onredelijk of onbegrijpelijk, gelet op de aard van de dienstverlening.
Terecht heeft de ondernemer gesteld dat wanneer een afzender prijs stelt op een verzekering van zijn poststuk tegen verlies, hij dat bij verzending zelf dient aan te geven en het bijbehorende -hogere- tarief moet voldoen. Het was dus aan consument zelf om vooraf te beoordelen of hij een aanvullende dienst verlangde om die extra bescherming te krijgen en hiertoe al dan niet te beslissen. Hiervoor heeft de consument echter niet gekozen, hetgeen in zijn risicosfeer ligt. Opgemerkt wordt dat de ondernemer, onweersproken, heeft aangevoerd dat hij over de verschillende verzendmethoden informatie verschaft op zijn website en bij de tariefinformatie die op alle postvestigingen kan worden ingezien. Uit hetgeen de consument heeft aangevoerd blijkt niet dat hij die bronnen heeft geraadpleegd.
Dit betekent dat de ondernemer niet aansprakelijk is voor de schade van de vermissing van het pakket en niet gehouden is tot vergoeding van de inhoud daarvan. De ondernemer heeft – ook ter zitting – aangeboden de verzendkosten ad € 34,20 te vergoeden. Indien de consument hiervoor alsnog in aanmerking wil komen dient hij hierover contact op te nemen met de ondernemer.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer A. Verkaik, de heer H.W. Zuur, leden, op 14 juli 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.