Klacht over voetoperatie bij hallux valgus ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: Medische behandeling    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1117062/1249326

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een vrouw diende een klacht in tegen de Sint Maartenskliniek na een operatie aan haar rechtervoet vanwege hallux valgus (een scheefstand van de grote teen). Zij had voor de operatie pijn bij het lopen en hoopte dat de ingreep haar klachten zou verhelpen. Volgens haar heeft de operatie echter nieuwe klachten veroorzaakt, zoals stijfheid in de tenen, pijn, een koud gevoel in de voet en problemen met lopen en sporten. Ook vond zij dat haar voet na de operatie korter was geworden en dat zij hierover vooraf niet was geïnformeerd. Daarnaast stelde zij dat de nazorg onvoldoende was en dat zij geen fysiotherapie had gekregen terwijl dat volgens haar nodig was. De zorgaanbieder voerde aan dat de operatie volgens de geldende medische standaard was uitgevoerd en dat de patiënte vooraf uitgebreid was geïnformeerd over de behandeling, de techniek en mogelijke complicaties. Volgens het ziekenhuis was er sprake van informed consent, omdat alle informatie vooraf met de patiënte was besproken en zij akkoord was gegaan met de operatie. De commissie oordeelde dat uit het medisch dossier blijkt dat de patiënte meerdere keren uitleg heeft gekregen en vragen heeft kunnen stellen over de ingreep. Ook kon niet worden vastgesteld dat de operatie onzorgvuldig was uitgevoerd of dat de klachten het gevolg zijn van een medische fout. Verder bleek uit de medische beelden dat de voet niet korter was geworden. Volgens de commissie had de zorgaanbieder ook voldoende nazorg geboden en meerdere keren gereageerd op vragen en klachten van de patiënte. Omdat geen sprake was van een medische fout of tekortkoming, werd de klacht ongegrond verklaard en werd het verzoek om een schadevergoeding afgewezen.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënte)

en

Stichting Sint Maartenskliniek, gevestigd te Nijmegen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)
gemachtigde: [naam] (juridisch adviseur)

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2025 te Den Haag.

Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht en vragen van de commissie beantwoord. Namens de zorgaanbieder is de gemachtigde ter zitting verschenen.

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de behandeling die door de zorgaanbieder bij de cliënte is uitgevoerd, waarvan zij stelt nadeel te hebben ondervonden.

Standpunt van de cliënte

Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

De cliënte had last van hallux valgus klachten van haar rechter grote teen. Bij lopen had zij pijn aan haar rechtervoet, ook met steunzolen. Volgens de zorgaanbieder zou een operatie de pijnklachten wegnemen. Daarom heeft de cliënte daartoe besloten. De operatie heeft plaatsgevonden in 2021.
Deze operatie heeft haar niet geholpen. Zij heeft aan de operatie klachten overgehouden die zij voorheen niet had. Zij kan haar voet niet meer afwikkelen, heeft last van een stuwend/slapend gevoel in haar benen en af toe in haar voeten, haar rechtervoet wordt koud met fietsen en soms bij lopen, de plek waarop de lokale verdoving is aangebracht geeft een zwaar pijnlijk gevoel bij liggen en haar tenen zijn stijf. Bovendien is haar rechtervoet sinds de operatie korter dan haar linkervoet; dit is haar voorafgaand aan de operatie niet verteld, haar voet zou alleen smaller worden.

De zorgaanbieder heeft haar voorts geen goede nazorg geboden. Zij heeft geen fysiotherapie gehad, terwijl dit volgens haar wel nodig was voor het kunnen bewegen van de tenen.

De voorgeschreven combinatie van een emboliemedicijn en pijnstillers werkten niet. De cliënte bleef pijn ervaren ondanks inname volgens de gegeven instructies. Zij kreeg deliriumachtige verschijnselen (aantasting van haar bewustzijn/helderheid). Zij heeft hierover diverse malen telefonisch contact opgenomen met de zorgaanbieder en is ook een keer naar de spoedeisende hulp geweest. De zorgaanbieder heeft niets gedaan aan de helse pijn.

Door de operatie is het loopcomfort en de kwaliteit van leven van de cliënte aangetast. De cliënte kan niet meer sporten, trappenlopen en haar dagelijkse werkzaamheden verrichten. Verder heeft zij last met knielen, bukken en buigen. De cliënte voelt zich verminkt en gehandicapt. Ook heeft zij psychische klachten. Fysiotherapie heeft de stijfheid, het looppatroon en de afwikkelproblematiek niet verhopen. (Semi) orthopedische schoenen kan de cliënte niet dragen.

De cliënte ging er in eerste instantie vanuit dat het wel goed zou komen. Toen dit niet het geval bleek, heeft zij een klacht ingediend bij de zorgaanbieder. Deze heeft haar niet serieus genomen en haar niet als mens behandeld maar als een (BSN-)nummer. Volgens de zorgaanbieder is de operatie goed verricht en is alles volgens de protocollen verlopen. De zorgaanbieder ontkent dat de voet korter is geworden door de operatie.

De cliënte verzoekt de commissie haar een schadevergoeding van € 25.000,– toe te kennen.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit op het volgende neer.

De cliënte heeft klachten geuit met betrekking tot de medische situatie en met betrekking tot de verleende nazorg. Bij de beoordeling van deze klachten heeft de zorgaanbieder gekeken naar het gehele traject (preoperatief, perioperatief en postoperatief) dat de cliënte bij de zorgaanbieder heeft doorlopen.

Het preoperatieve traject
In het traject vóór de operatie is de cliënte meerdere keren gezien door de behandelend arts waarbij de diagnosestelling, de informatie over de indicatie, de voorgestelde operatie, de operatietechniek, de voors en tegens van de operatie, beperkte verwachting en alternatieven zijn besproken. De cliënte heeft gevraagd naar de minimaal invasieve techniek uit Spanje, omdat daarbij geen narcose wordt toegediend. De behandelend arts heeft haar uitgelegd dat bij de zorgaanbieder een andere techniek wordt toegepast en dat deze eigenlijk altijd onder geleidings-anesthesie wordt uitgevoerd, dus zonder narcose. De anesthesioloog heeft tijdens de preoperatieve screening de anesthesietechnieken en alternatieven besproken. Voorts zijn de risico’s/complicaties van locoregionale anesthesie besproken (neurologische restverschijnselen, sensibele blokkade, motorische uitval). Verder is de cliënte gezien door de apothekersassistente en de orthopedieconsulente. Daarna heeft zij nog veelvuldig contact gehad met de behandeld arts en met collega’s van hem waarbij de vragen die bij haar leefden over de operatie(techniek) en de anesthesie steeds (opnieuw) zijn beantwoord. De zorgaanbieder is van mening dat zij in het preoperatieve traject zorgvuldig heeft gehandeld.

Het perioperatieve traject
De operatie is zonder directe complicaties verlopen. De cliënte mocht dezelfde dag naar huis, nadat zij nog is gezien door de fysiotherapeut met wie zij onder begeleiding nog even onbelast een stukje heeft gelopen.

Het postoperatieve traject
Het postoperatieve traject is in medisch opzicht voor de cliënte helaas minder voorspoedig verlopen.
Op de verkoever en de verpleegafdeling werd door de cliënte geen pijn aangegeven bij een goed zittende zenuwblokkade. Conform afspraak bij dagbehandeling heeft de cliënte een pijntray meegekregen bij ontslag (paracetamol en oxycodon). Met bekende allergieën voor NSAID’s is rekening gehouden. Hierna is er aantal malen contact geweest met de afdeling orthopedie in verband met pijnklachten, sufheid en duizeligheid bij oxycodon als pijnstiller. De cliënte heeft adviezen gekregen, die zij naast zich heeft neergelegd, omdat zij op internet informatie over oxycodon had opgezocht.
Een zenuwletsel bij een perifere zenuwblokkade kan een complicatie zijn na een operatie. Dit is de cliënte tijdens de preoperatieve screening verteld.
De afdeling anesthesiologie van de zorgaanbieder heeft uitgebreide ervaring met het uitvoeren van perifere zenuwblokkades. De zorgaanbieder heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden dat bij het plaatsen van de zenuwblokkade niet overeenkomstig de gebruikelijke maatstaven is gehandeld. De zorgaanbieder heeft zich ingespannen om binnen de professionele standaard en de geldende kwaliteitsstandaarden te handelen.
Vanwege mogelijke postoperatieve neurologische schade is de cliënte op verzoek van de orthopeed op 17 mei 2022 gezien door een neuroloog. Anamnestisch was sprake van een duidelijk herstel in de loop van de tijd. Een EMG zou kunnen worden gemaakt, maar dat zou geen grote beleidsconsequenties hebben, aldus de neuroloog.

De operatie is gecompliceerd door een verstijving van het MTP1 gewricht (grote teen gewricht). Stijfheid van dit gewricht kan een complicatie zijn na een hallux valgus operatie. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Het kan aan het teengewricht zelf liggen, maar bijvoorbeeld ook aan het te weinig bewegen van het gewricht postoperatief.

De zorgaanbieder heeft de radiologiebeelden van vóór en na de operatie opnieuw bekeken. Op basis hiervan is geconstateerd dat de voet niet korter of langer is geworden.

Alles overziend is de zorgaanbieder van mening dat ondanks een technisch ongecompliceerd verloop van de operatie helaas niet het verwachte resultaat bij de cliënte is bereikt. Dat is in de eerste plaats voor de cliënte bijzonder vervelend. Ook de behandelaars vinden dit erg spijtig, aangezien het beoogde resultaat niet is behaald.

De nazorg
Het klopt dat de cliënte geen fysiotherapie heeft gehad na de operatie, omdat deze niet standaard wordt voorgeschreven. Omdat de cliënte zo enorm veel problemen en vragen hield, heeft de behandelend arts haar echter wel een verwijzing voor fysiotherapie gegeven. Zij heeft hiervan geen gebruikt gemaakt. Later heeft zij een nieuwe verwijzing voor fysiotherapie gekregen.

De zorgaanbieder betwist dat de klachten van de cliënte niet serieus zijn genomen. De behandelaren van de zorgaanbieder hebben zich wel degelijk om de cliënte bekommerd en geprobeerd om haar zo goed mogelijk te behandelen, ook met betrekking tot de machtigingen voor inlays en semi-orthopedisch schoeisel. Dat de cliënte dit anders heeft ervaren, vindt de zorgaanbieder zeer spijtig.

De zorgaanbieder heeft er alles aan gedaan om de cliënte zowel preoperatief, perioperatief en postoperatief zo goed als mogelijk te begeleiden en ondersteunen bij de klachten die zij op diverse manieren kenbaar heeft gemaakt. Alles overziend meent de zorgaanbieder dat de bij haar (destijds) werkzame zorgverleners hebben gehandeld met een zorgvuldigheid die van redelijk bekwame en redelijk handelende zorgverleners verwacht mag worden.
De zorgaanbieder verzoekt de commissie om de klacht van de cliënte ongegrond te verklaren en de door haar verzochte schadevergoeding af te wijzen.

Beoordeling van het geschil

De commissie overweegt als volgt.

Was sprake van informed consent?
In de wet staat dat de arts op toegankelijke wijze moet bespreken en uitleggen wat de aard en het doel zijn van de behandeling, wat de te verwachten gevolgen van de behandeling zijn, welke risico’s aan de behandeling verbonden zijn, welke alternatieven mogelijk zijn en wat de diagnose voor en prognose van de behandeling zijn (zie artikel 7:448 van het Burgerlijk Wetboek).

Uit het medisch dossier van de cliënte blijkt dat voorafgaand aan de operatie herhaaldelijk contact met klaagster heeft plaatsgevonden. In het dossier is hierover het volgende genoteerd:

19-11-2020 14:26
(…) Voors en tegens over methoden van opereren werden besproken. -Beleid: Wil toch wel bij ons op de lijst alhier. Uitgelegd dat de operatie gebeurt onder geleidingsanaesthesie. Verder heb ik gezegd dat ik de operatietechniek gebruik waarmee ik vertrouwd ben en dat houdt in dat ik osteosynthese gebruik. Doel: weer in de schoen passen en lopen zonder pijn aan de knok. Ook geen steunzool meer nodig, hopen we. “Garanties tot de voordeur”, complicaties besproken.

24-11-2020 12.30
(…)
– Beperkte verwachting, ja
-Alternatieven besproken, ja
-Patiënt geeft aan dat hij de gegeven informatie begrepen heeft en geeft toestemming voor de behandeling, ja.

15-12-2020 14-53
(…)
Specificatie informed consent, anesthesietechmeken en alternatieven besproken, risico’s / complicaties locoregionaal besproken (neurologische restverschijnselen, sensibele blokkade, motorische uitval)

18-1-2021 10.36
(…) Vraag. Is Proximale osteotomie Hallux (80a) zonder schroefjes? Pte wil precies weten welke naam ok en welke techniek gebruikt wordt.
(…) Zij kan google-n op scarf osteotomie en daarbij een Akin osteotomie.

25-1-2021 15:27
Overig- vraag overok wel of geen schroefjes bij deze operatie zie Tc 18-01 mw wil dir graag weten. is op de hoogte van de scarf en akin methode.”

De commissie stelt derhalve vast dat de zorgaanbieder de hiervoor vermelde onderwerpen uitgebreid met de cliënte heeft besproken en vragen van de cliënte hierover heeft beantwoord. De zorgaanbieder heeft de cliënte dus voldoende geïnformeerd. Anders dan de cliënte ter zitting heeft verklaard, volgt uit het dossier dat de cliënte ook wist, althans had kunnen weten, dat schroeven zouden worden gebruikt.
De cliënte is akkoord gegaan met de operatie. Gevoegd bij de omstandigheid dat sprake was van een operatie-indicatie bij een cliënte met aanhoudende klachten, is de commissie van oordeel dat sprake was van informed consent.

Heeft de zorgaanbieder voldaan aan de inspanningsverplichting?
Bij de beoordeling van de klacht geldt het volgende beoordelingskader.
De overeenkomst die is gesloten tussen de cliënte en de zorgaanbieder, is aan te merken als een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de hulpverlener – in dit geval de orthopeed – de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen. Daarbij moet de hulpverlener handelen in overeenstemming met de op hem/haar rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Deze zorgplicht houdt in dat de hulpverlener die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. De reden hiervoor is dat het bij een geneeskundige behandeling meestal niet mogelijk is een bepaald resultaat te garanderen, omdat het menselijk lichaam in het (genezings-)proces een onzekere factor vormt; zelfs bij onberispelijk medisch handelen, kan het beoogde resultaat uitblijven. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de behandelend arts zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

Het is aan de cliënte om in dit geschil te stellen en aannemelijk te maken dat de orthopeed onzorgvuldig heeft gehandeld en dat zij als gevolg daarvan schade heeft geleden. De commissie toetst het handelen van de orthopeed dus objectief, en aan de norm dat hij moet voldoen aan zijn inspanningsverplichting.
De commissie acht, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, aannemelijk dat
de operatie op de juiste manier is uitgevoerd. Immers, uit het door de zorgaanbieder overgelegde operatieverslag blijkt dat de operatie goed is verlopen. De orthopeed heeft onder meer geschreven: “Hallux komt recht. Ook rotatie goed”. De cliënte heeft niet aannemelijk gemaakt dat de orthopeed onzorgvuldig heeft gehandeld. Voorts is niet gebleken dat de complicaties die bij de cliënte na de operatie zijn opgetreden en de klachten die de cliënte naar haar zeggen aan de operatie heeft overgehouden, het gevolg zijn van onzorgvuldig handelen van de orthopeed.

De commissie merkt in dit verband nog op dat het niet onlogisch is dat de eerste straal van de voet, ofwel de grote teen, van de cliënte korter kan worden door de correctie van de hallux valgus. Echter, uit de documentatie blijkt dat zowel de orthopeed als de radioloog de radiologielengte van de eerste straal van de voorvoet voor en na de operatie hebben nagemeten en dat hierbij blijkt dat de eerste straal niet korter of langer is geworden.

Is de nazorg voldoende geweest?
De cliënte stelt dat haar geen goede nazorg is geboden, maar dit is door de zorgaanbieder gemotiveerd weersproken. Het medisch dossier biedt geen aanknopingspunten voor de stelling van de cliënte. Daaruit blijkt niet van ongerechtigheden in de verleende nazorg. Integendeel, naar het oordeel van de commissie heeft de zorgaanbieder in het nazorgtraject aantoonbaar steeds adequaat gereageerd op vragen en (pijn)klachten van de cliënte.

Over het gebruik van de voorgeschreven medicatie heeft herhaaldelijk telefonisch contact plaatsgevonden. Hoewel fysiotherapie na een hallux valgusoperatie niet standaard wordt voorgeschreven, heeft de cliënte op haar verzoek toch – twee maal – een verwijzing daarvoor gekregen. Voorts heeft de zorgaanbieder herhaaldelijk machtigingen afgegeven voor inlays en (semi-)orthopedisch schoeisel.

Schadevergoeding
De cliënte verzoekt de commissie haar een schadevergoeding van € 25.000,– toe te kennen. Zoals hiervoor overwogen is de commissie van oordeel dat geen sprake is geweest van een medische fout bij het uitvoeren van de operatie. Er ontbreekt daarom een relevant causaal verband tussen de wijze waarop de ingreep is uitgevoerd en de door de cliënte ervaren pijn en last.

Conclusie
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is en dat het verzoek van de cliënte tot schadevergoeding moet worden afgewezen.
Nu de klacht van de cliënte ongegrond is, blijft het klachtengeld voor haar rekening.

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht van de cliënte ongegrond en wijst het door haar verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit de heer mr. L. Verheij, voorzitter, de heer prof. dr. B.J. van Royen en mevrouw mr. I. van den Hoven- van Vogelpoel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 22 oktober 2025.

Opslaan als PDF