Klachten over behandeling, klachtenprocedure en datalek ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Geestelijke Gezondheidszorg    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: niet-ontvankelijkongegrond   Referentiecode: 1258237/1310390

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De uitspraak gaat over een cliënt die klaagt over haar behandeling bij de Viersprong, de manier waarop die behandeling is gestopt, de langdurige en rommelige klachtenprocedure, een datalek richting haar huisarts en het feit dat zij volgens haar niet is geïnformeerd over het bestaan van een cliëntvertrouwenspersoon. De cliënt voelde zich niet gehoord, vond de behandeling niet passend en merkte dat haar klachten toenamen. Ook voelde zij zich benadeeld doordat de behandeling zonder overleg zou zijn stopgezet en omdat medische informatie zonder toestemming naar haar huisarts was gestuurd. De zorgaanbieder erkent dat er fouten zijn gemaakt in de klachtenprocedure en dat er een datalek is geweest, maar stelt dat de behandeling zelf volgens de professionele standaard is uitgevoerd en dat er regelmatig met de cliënt is geëvalueerd. De commissie oordeelt dat de behandeling weliswaar beter eerder had kunnen worden beëindigd, maar dat dit niet betekent dat er onzorgvuldig is gehandeld. De onderdelen over het datalek en de klachtenprocedure worden niet verder behandeld omdat de zorgaanbieder deze fouten al heeft erkend en excuses heeft aangeboden. Verder stelt de commissie vast dat de cliënt wél is geïnformeerd over het bestaan van de cliëntvertrouwenspersoon. Daarom worden de overige klachten van de cliënt ongegrond verklaard. Omdat de klacht ongegrond is, wijst de commissie ook het verzoek om schadevergoeding af.

De volledige uitspraak

in het geschil tussen

[Naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Stichting de Viersprong, landelijk centrum voor persoonlijkheidsproblematiek, gevestigd te Halsteren
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de behandeling van de cliënt en de beëindiging daarvan, evenals (de informatieverstrekking over) de klachtenprocedure, een datalek en het bestaan van de cliëntvertrouwenspersoon.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De klacht van de cliënt heeft betrekking op een misgelopen behandeling en de wijze waarop de zorgaanbieder de klacht van de cliënt heeft behandeld. Ook heeft de zorgaanbieder medische gegevens zonder toestemming doorgestuurd naar de huisarts van de cliënt.

De cliënt is op 20 juli 2021 aangemeld bij de zorgaanbieder en na twee jaar wachttijd is de behandeling op 1 februari 2023 ingezet. Door de lange wachttijd is de cliënt WIA-uitkering misgelopen.

In het begin van de behandeling ondervond de cliënt bedreigingen en miscommunicatie.

In het traject hebben zes evaluatiemomenten plaatsgevonden en reeds bij het derde evaluatiemoment bleek dat de behandeling niet passend was.
De cliënt is bij dit besluit niet betrokken en is hier ook niet over geïnformeerd. De cliënt miste de connectie en samenwerking ten aanzien van de behandeling, er werd naar haar niet geluisterd. De cliënt had geen inspraak op haar eigen behandeling.

De cliënt is niet geïnformeerd over het bestaan van een cliëntvertrouwenspersoon. Halverwege juli 2024 heeft de cliënt besloten een klacht in te dienen. Vervolgens werd de behandeling op 24 oktober 2024 zonder overleg of melding aan de cliënt on-hold gezet vanwege de lopende klachtenprocedure. In de afsluitbrief die in dit kader naar de huisarts is gestuurd, stond medische informatie waarvoor de cliënt geen toestemming had gegeven.

De handelswijze van de zorgaanbieder heeft het leven van de cliënt zwaarder en moeilijker gemaakt. De cliënt voelde zich niet serieus genomen en is het vertrouwen in mensen en hulpverleners kwijtgeraakt. Dit zit de re-integratie van de cliënt in de weg.

De cliënt wenst erkenning van haar klachten en een vergoeding van de geleden schade.

Standpunt van de zorgaanbieder

Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Behandeling en beëindiging daarvan
De cliënt stelt dat zij niet bij haar eigen behandeling zou zijn betrokken. De zorgaanbieder kan zich niet vinden in deze klacht. Volgens de zorgaanbieder kan wel gesteld worden dat behandeling helaas niet voldoende heeft aangesloten bij de wensen van de cliënt. Daarnaast bestond er een blijvend verschil van inzicht over het doel van de psychotherapie middels Mentalization-Based Treatment (hierna te noemen: MBT) en wat helpend was om tot verandering te komen in de klachten passend bij de persoonlijkheidsproblematiek van de cliënt. Er is herhaaldelijk contact geweest met de cliënt over dit verschil van inzicht, onder meer via de evaluatiemomenten.

In overleg is toentertijd besloten door te blijven gaan met de behandeling. De cliënt is op enig moment zelf niet meer verschenen op afspraken. Daar kan de zorgaanbieder geen verwijt van worden gemaakt.

Wat door het behandelteam via kritische reflectie wel is geconstateerd, is dat het blijvend verschil van inzicht over het doel en de verwachtingen van de behandeling reden had kunnen zijn om de behandeling eerder te beëindigen.
Het is niet juist dat de behandeling zelfstandig en zonder overleg is beëindigd. Middels de periodieke evaluaties is tussen de cliënt en de zorgaanbieder steeds afstemming geweest over het vervolg van de behandeling. Daarnaast kan de MBT-behandeling die door de cliënt werd gevolgd, maximaal 18 maanden duren en werd die termijn bij de behandeling van de cliënt bereikt. De zorgaanbieder meent zich steeds te hebben ingespannen om met cliënt in contact te blijven ook met het oog op het bereiken van de eindtermijn van de ingezette behandeling. Het enkele feit dat de cliënt zich inhoudelijk niet kon vinden in het behandeladvies, betekent niet dat de zorgaanbieder de behandeling zelfstandig en zonder overleg zou hebben gestopt.

Interne klachtenprocedure
Ondanks dat de zorgaanbieder zich steeds heeft ingespannen om de interne klachtenprocedure goed te laten verlopen, heeft de zorgaanbieder er oog voor dat de interne klachtenprocedure voor de cliënt op momenten anders is verlopen dan zij had gewild en de zorgaanbieder betreurt dit ten zeerste. De interne klachtenprocedure is op momenten vanuit de zorgaanbieder vertraagd vanwege uiteenlopende oorzaken. In een eerder stadium heeft de zorgaanbieder haar excuses hiervoor aangeboden via een excuusbrief.

Tegelijkertijd geldt ook dat de interne klachtenprocedure op verschillende momenten is vertraagd vanuit de cliënt zelf.

Datalek jegens huisarts
Ook ten aanzien van het datalek wil de zorgaanbieder nogmaals haar excuses aanbieden aan de cliënt. Het is erg spijtig dat dit datalek is voorgevallen en betrekking heeft gehad op de persoonsgegevens van de cliënt. Tegelijkertijd meent de zorgaanbieder na de ontdekking van het datalek te hebben gehandeld conform wet- en regelgeving en de richtlijnen van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Cliëntvertrouwenspersoon
De cliënt is wel geïnformeerd over de beschikbaarheid van een cliëntvertrouwenspersoon.

Conclusie en schadevergoeding
Samenvattend is de zorgaanbieder van mening dat de klachtafhandeling en de behandeling van de cliënt op een enkel punt beter had gekund (en daarvoor zijn ook excuses aangeboden), maar dat geen sprake is geweest van onzorgvuldig c.q. onrechtmatig handelen jegens de cliënt. De zorgaanbieder is dan ook van mening dat de klacht als ongegrond moet worden afgewezen. In dat kader bestaat ook geen grond voor toekenning van schadevergoeding, tevens zijn de aard en hoogte van de gevorderde schade en het oorzakelijk verband onvoldoende door de cliënt onderbouwd.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Reikwijdte klacht
De klacht van de cliënt ziet op de behandeling en de beëindiging daarvan, de doorlooptijd van de klachtenprocedure, het datalek dat is ontstaan door informatieverstrekking aan de huisarts en het gebrek aan informatie over het bestaan van de cliëntvertrouwenspersoon.

De commissie bespreekt deze klachtonderdelen hierna afzonderlijk.

Behandeling en beëindiging daarvan
De cliënt klaagt dat zij zich niet gehoord en gezien voelde ten aanzien van de behandeling MBT en de beëindiging daarvan. Ondanks dat zij diverse keren had aangegeven dat de behandeling bij haar niet goed voelde, werd zij aangezet ermee door te gaan. Deze werkwijze heeft bij de cliënt veel schade aangericht.

Naar het oordeel van de commissie is de behandeling van de cliënt te lang doorgegaan. In het licht van de gevoerde gesprekken had het op de weg van de zorgaanbieder gelegen om reeds in het vierde evaluatiegesprek in overleg met de cliënt tot beëindiging van de behandeling te komen. In dit gesprek is het team van de zorgaanbieder onvoldoende duidelijk geweest richting de cliënt. De zorgaanbieder heeft dit erkend en hierop met het behandelteam uitgebreid gereflecteerd. Ter zitting is de commissie gebleken dat de zorgaanbieder hieruit ook lering heeft getrokken.

Het bovenstaande maakt echter niet dat de commissie moet concluderen dat niet conform de professionele standaard is gehandeld. Onweersproken is door de zorgaanbieder gesteld dat de duidelijke kaders en de structuur zoals kenmerkend voor MBT aan de cliënt uitgebreid zijn toegelicht, onder andere middels een digitale informatiepagina. De cliënt heeft een geïnformeerde keuze gemaakt om de MBT te gaan volgen. Dat MBT ondanks de inzet van de cliënt niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, betekent niet dat de zorgaanbieder hierin foutief heeft gehandeld.

Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

Klachtenprocedure en datalek
Ten aanzien van de klachten over de langdurige klachtenprocedure en het datalek merkt de commissie op dat beide klachten door de zorgaanbieder reeds zijn erkend. Voor beide klachten heeft de zorgaanbieder schriftelijk excuses aangeboden aan de cliënt.

Gezien deze erkenning door de zorgaanbieder heeft de cliënt geen redelijk belang meer bij een inhoudelijke uitspraak op deze klachtonderdelen. In deze klachtonderdelen verklaart de commissie de cliënt dan ook niet-ontvankelijk.

Cliëntvertrouwenspersoon
De cliënt klaagt verder dat zij niet geïnformeerd zou zijn over het bestaan van de cliëntvertrouwenspersoon. Dit is gemotiveerd weersproken door de zorgaanbieder onder verwijzing naar het e-mailbericht dat op
13 november 2024 aan de cliënt is verzonden. Hierin wordt de cliënt voor een cliëntvertrouwenspersoon verwezen naar Adviespunt Zorgbelang.

De commissie stelt dan ook vast dat de zorgaanbieder de cliënt heeft gewezen op het bestaan van een cliëntvertrouwenspersoon. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

Vordering tot schadevergoeding
Nu de klacht van de cliënt ongegrond wordt verklaard, komt de commissie aan de inhoudelijke beoordeling van de schadevergoeding niet toe. De vordering wordt dan ook afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de cliënt niet-ontvankelijk in de reeds door de zorgaanbieder erkende klachtonderdelen;
– verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond;
– wijst de vordering tot schadevergoeding af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit de heer mr.
H.A. van Gameren, voorzitter, de heer drs. T. Knap, mevrouw mr. H.E.L. Loeffen, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 16 januari 2026.

Opslaan als PDF