Klager is niet de vertegenwoordiger van zijn moeder: klacht is niet-ontvankelijk

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Gehandicaptenzorg    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 131855/148752

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De moeder van de klager huurt een woning bij de zorgaanbieder, maar neemt geen zorg af. De zorgaanbieder zegt dat zij daarom niet in de woning kan blijven wonen, maar de klager is het hier niet mee eens en heeft een klacht ingediend. De zorgaanbieder stelt dat de klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht omdat de klager niet de vertegenwoordiger is van zijn moeder en omdat de rechter al een uitspraak heeft gedaan over het geschil. De commissie oordeelt dat de klager de curator was van zijn moeder, maar dat de kantonrechter een nieuwe curator heeft benoemd en de klager uit zijn functie heeft ontslagen. Ook heeft de recht al een uitspraak gedaan over de klachten die de klager bij de commissie heeft voorgelegd. Op basis artikel 5 van het regelement van de commissie, zal de commissie hier geen nieuwe uitspraak over doen. De klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht.

Volledige uitspraak

 

in het geschil tussen

[klager], wonende te [woonplaats]

en

Stichting Philadelphia Zorg, gevestigd te Amersfoort
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de commissie het geschil inhoudelijk kan behandelen.

De Geschillencommissie Gehandicaptenzorg (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 18 maart 2022 te Den Haag.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil en standpunten partijen
Door middel van een vragenformulier heeft klager een geschil aanhangig gemaakt tegen de
zorgaanbieder. Hij is niet eens met het standpunt van de zorgaanbieder dat zijn moeder niet langer in de door van de zorgaanbieder gehuurde woning mag blijven wonen, als zij geen zorg van de zorgaanbieder afneemt.

De zorgaanbieder is van mening dat klager niet-ontvankelijk is in de klacht, omdat klager niet als vertegenwoordiger van zijn moeder kan worden aangemerkt en omdat de rechter al een uitspraak heeft gedaan over de inhoud van het onderhavige geschil.

Beoordeling van de ontvankelijkheid
De commissie overweegt als volgt.

Ter beoordeling ligt voor de vraag of klager ontvankelijk is in zijn klacht.
De commissie dient deze vraag te beantwoorden aan de hand van de bepalingen van haar reglement.

In artikel 1 van het reglement is bepaald dat onder cliënt wordt verstaan:
“de natuurlijke persoon die een geschil in de zin van de Wet heeft met een zorgaanbieder. In de zin van dit reglement wordt daar tevens onder verstaan de nabestaande van een overleden cliënt in de zin van de Wet, de vertegenwoordiger van de cliënt in de zin van de Wet, alsmede de stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, mits een belang in geding is dat de stichting of vereniging volgens haar statuten behartigt”.

In artikel 1 is voorts bepaald dat onder de Wet wordt verstaan:
“de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg, Stbl. 2015, 407”.

Van belang is artikel 1 van de Wet, waarin het begrip ‘vertegenwoordiger’ als volgt wordt omschreven:
“de persoon of personen die een zorgaanbieder op grond van enige wettelijke bepaling in plaats van of naast de cliënt moet betrekken bij de nakoming van verplichtingen jegens de cliënt”.

Op grond van de stukken staat vast dat klager voorheen curator was van zijn moeder. De kantonrechter heeft klager met ingang van 29 september 2020 ontslagen als curator en een derde als nieuwe curator benoemd. De beschikking van de kantonrechter is in hoger beroep bekrachtigd. Dit betekent dat klager sinds voormelde datum niet langer de vertegenwoordiger van zijn moeder in de zin van de Wet is.
Reeds op die grond is klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.

Ten overvloede overweegt de commissie nog als volgt.
Artikel 5 van het reglement van de commissie luidt – voor zover van belang – als volgt:
“De commissie verklaart de cliënt in zijn geschil ambtshalve niet ontvankelijk:
b. indien het een geschil betreft waarover de cliënt of met inachtneming van artikel 6 lid 1 onder c de zorgaanbieder reeds bij de rechter een procedure aanhangig heeft gemaakt of waarin de rechter reeds een uitspraak over de inhoud heeft gedaan”.
De commissie stelt vast dat – zoals de zorgaanbieder terecht stelt – het Gerechtshof zich in zijn arrest van 21 juli 2021 al inhoudelijk heeft uitgelaten over de klachten die klager bij de commissie heeft ingediend.
Ook op deze grond acht de commissie klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.

Nu klager niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn klacht, komt de commissie niet meer toe aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing
De commissie verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg, bestaande uit
de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer drs. P. Quaedvlieg en de heer S.P. de Paauw, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 18 maart 2022.