Commissie: Commissie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
254142/289224
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 5 maart 2021 een Mazda CX5 met zes maanden BOVAG-garantie voor €26.663,64 exclusief BTW en BPM. Later ontdekte hij dat de auto eerder in het buitenland als total loss was verklaard na een frontale botsing. De ondernemer had dit schadeverleden niet gemeld. De consument beriep zich op bedrog of dwaling en vroeg vernietiging van de koopovereenkomst en schadevergoeding.
De commissie oordeelde dat het schadeverleden relevant was en door de ondernemer had moeten worden gecommuniceerd. Hoewel niet bewezen kon worden dat de ondernemer bewust informatie had verzwegen (waardoor het beroep op bedrog faalde), werd het beroep op dwaling wel gehonoreerd. De koop werd vernietigd. De consument moet de auto teruggeven en ontvangt de koopprijs terug, verminderd met €10.518 aan waardevermindering wegens gebruik (73.546 km). De ondernemer moet binnen zeven dagen na overdracht van de auto een bedrag van €16.145,64 plus BTW en BPM terugbetalen. Verzoeken om aanvullende schadevergoeding werden afgewezen. De klacht is gegrond verklaard.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
van de Geschillencommissie Voertuigen
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een Mazda CX5.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft de auto op 5 maart 2021 gekocht van de ondernemer met 6 maanden BOVAG garantie.
De consument heeft in de loop der tijd meerdere problemen met de auto gehad. De consument heeft onderzoek gedaan naar de historie van de auto en heeft ontdekt dat het een uit [plaatsnaam] afkomstig schadevoertuig betreft, die aldaar na een ongeval total loss is verklaard.
De ondernemer heeft bij de aankoop verzwegen dat het een schade auto was. De consument beroept zich op bedrog of dwaling. De consument wil dat de koopovereenkomst vernietigd wordt en dat hij schadeloos wordt gesteld (waaronder in ieder geval kosten voor het inwinnen van juridisch advies, reparatiekosten, kosten vervangend vervoer en immateriële schade).
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer. Dat de auto een schade heeft gehad in het verleden, heeft totaal niks te maken met de problemen die zijn ontstaan. De consument heeft 75.000 kilometer gereden met de auto. Dat de motor defect is heeft niks met de schade van destijds te maken. De ondernemer heeft de auto destijds gekocht van een handelaar en toen waren er slechts sporen van een lichte schade. Als het gaat omdat de auto schade heeft gehad (volgens het Dekra rapport zeker geen zware schade) dan had de consument dat ook al in 2021 aan kunnen kaarten dat hij de koop wilde ontbinden omdat hij daarvan toen ook al van op de hoogte was.
Deskundigenbericht
Voor het bevindingen van de deskundige verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het oordeel van de deskundige op het volgende neer.
Het voertuig verkeert, gelet op leeftijd en verreden kilometers, in goede staat. De voorbumper van de auto laat lichte schade zien aan de linker- en rechter bumperhoeken. Ook de onderrand van de bumper laat krassen zien als gevolg van een contact met een voorwerp/wegdek. De bumper sluit niet helemaal netjes meer aan op de carrosserie. In welke staat het voertuig was bij aankoop is niet langer te controleren.
Er is sprake van motorschade. Zonder verdere demontage van de motor (mogelijk tot in delen) is niet vast te stellen wat hiervan de oorzaak is en wat de kosten van het herstel bedragen. De oorzaak van de oliesporen aan de onderzijde van het voertuig en de intercooler zijn eveneens niet op te sporen in het huidige stadium.
De eerder herstelde schade aan het voertuig is voor zover in het huidige stadium kan worden beoordeeld, zonder demontage van diverse delen zoals de voorbumper en het front, deugdelijk uitgevoerd.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op 5 maart 2021 heeft de consument een Mazda CX 5 met bouwjaar 2018 gekocht van de ondernemer met 6 maanden BOVAG garantie voor een koopprijs van €26.663,64 excl. BPM en BTW. De consument stelt zich op het standpunt dat de koop onder invloed van dwaling of bedrog tot stand is gekomen, omdat de ondernemer (al dan niet opzettelijk) heeft verzwegen dat het een schade-auto betrof.
De omstandigheid dat een auto een schadeverleden heeft behoort in beginsel tot de feiten die een verkoper van een auto moet mededelen aan de koper. Gesteld noch gebleken is dat verkoper dit op enigerlei wijze in voldoende mate heeft gedaan. Een schadeverleden kan van relevante (en wellicht zelfs doorslaggevende) betekenis zijn bij de onderhandelingen over de aankoop van een occasion. Door geen mededeling te doen over de omstandigheid dat de aangeboden auto na een schade was hersteld, onthoudt de verkoper de belangstellende koper de mogelijkheid om vanwege het schadeverleden af te zien van aankoop of zelf een (nader) onderzoek te verrichten naar de staat van de aangeboden auto en eventueel daarmee samenhangende risico’s. Op dit punt kan mogelijk anders geoordeeld worden wanneer het slechts een geringe schade betreft. Dat is hier niet het geval. De consument wijst hierbij onder andere op een expertiserapport van Xolutions van 25 mei 2020 en foto’s, waaruit de commissie afleidt dat deze auto (het chassisnummer is identiek) destijds een frontale botsing heeft gemaakt en in [plaatsnaam] total loss is verklaard. De ondernemer heeft deze bevindingen op zijn beurt niet, althans niet gemotiveerd, bestreden.
Uit het deskundigenrapport blijkt dat deze schade niet is geregistreerd binnen de Mazda organisatie. Ook de deskundige zelf heeft de ernst van het schadeverleden niet vastgesteld en de indruk dat de eerdere schade deugdelijk is hersteld. De deskundige heeft de oorzaak van de motorschade niet kunnen vaststellen. Gezien het feit dat de consument 73.546 kilometer met de auto heeft gereden ligt naar het oordeel van de commissie niet voor de hand dat de motorschade verband houdt met het schadevoorval in 2020.
Het is ook niet vast komen te staan dat de ondernemer zich destijds bewust is geweest van het feit dat de auto een dergelijk schadeverleden heeft. De ondernemer heeft aangegeven de auto met een lichte schade te hebben ingevoerd en zonder WOK status. Anders dan de consument stelt, geeft het dossier onvoldoende houvast voor de verstrekkende conclusie dat de ondernemer op de hoogte was van de ernst van het schadeverleden en dit opzettelijk heeft verzwegen voor de consument. Daar is de commissie niet van overtuigd, zodat het beroep op bedrog faalt.
Dat betekent echter niet dat de consument geen beroep op dwaling zou kunnen doen.
Van de ondernemer mag als professionele verkoper van tweedehands auto’s verwacht worden dat hij onderzoekt of de geïmporteerde auto een schadeverleden had of kon hebben en zo ja, om hierover aan de consument als koper mededelingen te doen. Dit heeft de ondernemer nagelaten.
Het beroep op dwaling zal daarom worden toegewezen.
Het beroep op dwaling heeft vernietiging tot gevolg. Dit betekent dat de prestaties van partijen achteraf gezien onverschuldigd zijn en ongedaan gemaakt moeten worden. De consument dient de auto terug te leveren aan de ondernemer en de ondernemer de koopprijs terug te betalen aan de consument. De auto kan echter niet meer in de staat worden teruggeven waarin de auto zich op het moment van de koop bevond. De consument heeft er een aantal jaar gebruik van gemaakt en 73.546 kilometer mee gereden.
De commissie gaat gezien de ANWB kostencalculator uit van een vaste afschrijving van 14,3 cent per kilometer en stelt de waardevermindering naar billijkheid vast op een bedrag van € 10.518.
Namens de consument is verzocht dat de ondernemer de kosten voor reparaties en vervangend vervoer die hij heeft gemaakt vergoedt. In de wet staat dat de rechthebbende op een goed, die van een bezitter te goeder trouw zijn goed terug krijgt, verplicht is om de ten behoeve van het goed gemaakte kosten te vergoeden, voor zover de bezitter niet al schadeloos is gesteld door de voordelen ervan (artikel 3:120, tweede lid, van het BW). De ondernemer moet de kosten die de consument ten behoeve van de auto heeft gemaakt dus vergoeden, als die kosten groter zijn dan het voordeel dat de consument heeft gehad doordat hij de auto een tijd lang heeft kunnen gebruiken. Het staat vast dat de consument een aantal jaar gebruik van de auto gemaakt heeft en er 73.546 kilometer mee heeft gereden. Tegenover het gebruik dat van de auto is gemaakt, staan de kosten die daarbij horen. Dat zijn bijvoorbeeld kosten voor wegenbelasting en verzekering, maar ook de kosten die voor het normale onderhoud of reparaties van de auto te verwachten zijn. De commissie is van oordeel dat de consument niet voldoende heeft onderbouwd dat het onderhoud en de reparaties die hij heeft laten uitvoeren niet opwegen tegen het voordeel dat de consument van de auto heeft gehad.
De consument heeft de commissie ter zitting verzocht om zich ook uit te spreken over de vraag of de ondernemer gehouden is tot (immateriële) schadevergoeding. De commissie acht een dergelijke verzoek niet ontvankelijk, gezien art. 5 van het Reglement Geschillencommissie Voertuigen. Voor een vergoeding van dat soort schade volstaat bovendien niet dat er sprake is van dwaling. Voor dit soort schadeclaims is juridisch gezien een aanvullende basis nodig, zoals (bijvoorbeeld) een onrechtmatige daad. Naar het oordeel van de commissie is niet vast komen te staan dat hiervan sprake is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De koop van de auto wordt vernietigd op grond van dwaling. De consument dient de auto in de huidige staat over te dragen aan de ondernemer en de ondernemer dient de koopprijs van €26.663,64 vermeerderd met BTW en BPM terug te betalen, te verminderen met het door de commissie vastgestelde bedrag van €10.518 wegens waardevermindering. Binnen 7 dagen nadat de consument de auto en kentekengegevens ter beschikking heeft gesteld aan de ondernemer, dient het kenteken op naam van de ondernemer te worden overgeschreven en dient de ondernemer een bedrag van € 16.145,64 vermeerderd met BTW en BPM terug te betalen aan de consument.
Het meer of anders verlangde wordt afgewezen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer A.M. Velberg en de heer mr. A. van Aldijk, leden, op 16 september 2024.