Lange warmtestoring zonder reactie – ondernemer moet volledige compensatie betalen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Geschillencommissie voor Consumentenzaken    Categorie: Kwaliteit dienstverlening / Warmte    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1310773/1322632

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument zat in februari en maart 2025 ongeveer zes weken zonder verwarming door meerdere storingen. Het was winter en de woning werd erg koud. De consument kreeg weinig tot geen informatie van de ondernemer over de oorzaak, duur of oplossing van de storing. De consument berekende volgens de Warmteregeling dat zij recht heeft op € 3.315,- compensatie. De ondernemer gaf geen inhoudelijke reactie en betwistte niets. De commissie gaat daarom uit van de berekening van de consument. De klacht is gegrond en de ondernemer moet het volledige bedrag betalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft verschillende storingen in de levering van warmte gedurende een periode van circa zes weken in februari en maart 2025.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Begin dit jaar heb ik een periode (+-zes weken) zonder verwarming gezeten. De storing vond plaats in de winter en mijn woning werd hierdoor erg koud. De uitvoerende partij was gebrekkig in het communiceren van de storing, het onderhoud en wat we konden verwachten. Het appartementencomplex waar ik woonde zat compleet zonder verwarming. Ik heb contact opgenomen met de betreffende partijen om het op te lossen maar heb niks gehoord.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft enkel het volgende bericht aan de commissie gestuurd: “Hierbij wil ik u informeren dat 30 maart het storingsoverzicht over 2025 is gepubliceerd. Eventuele compensaties zullen worden uitgekeerd.”

Overigens heeft de ondernemer geen verweer gevoerd of enige toelichting gegeven.

Beoordeling van het geschil

De commissie overweegt het volgende.

De consument klaagt over opeenvolgende storingen in de levering van warmte over een periode van circa zes weken, gedurende de wintermaanden februari en maart 2025. De consument heeft haar stelling onderbouwd met verschillende, door of namens de ondernemer verzonden storingsmeldingen en/of -updates in de genoemde periode. De consument heeft zelf de door de ondernemer te betalen compensatie berekend op € 3.315,-. Daarbij heeft de consument de rekenmethode van paragraaf vier van de Warmteregeling gehanteerd. Daarbij is de consument uitgegaan van een daadwerkelijke storing gedurende 27 dagen en 22 uur. Minder dus dan de zes aaneengesloten weken gedurende welke de opeenvolgende storingen zich voordeden.

De ondernemer heeft geen enkele van de stellingen van de consument weersproken. Integendeel, uit het enige van de ondernemer ontvangen bericht volgt dat daadwerkelijk sprake is geweest van storingen en bovendien in een mate die recht geeft op compensatie. Over de concrete omvang van de storingen of over de hoogte van de verschuldigde compensatie, heeft de ondernemer geen enkele informatie verschaft. Evenmin heeft de ondernemer de door de consument gestelde omvang en hoogte van de daaraan gekoppelde compensatie weersproken.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. Bij de bepaling van het verschuldigde compensatiebedrag zal de commissie, gelet op het ontbreken van elke betwisting en nu deze ook overigens niet onrechtmatig overkomt, de door de consument gemaakte berekening volgen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond en bepaalt dat de ondernemer binnen twee weken na verzending van deze beslissing aan de consument € 3.315,- moet betalen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie voor Consumentenzaken, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, in aanwezigheid van, secretaris, op 9 april 2026.

Opslaan als PDF