Leverancier van medische hulpmiddelen geen zorgaanbieder

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zorg Algemeen    Categorie: Bevoegdheid/ overeenkomst    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 232816/248193

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De aanbieder heeft een slaapapneu-masker geleverd aan de cliënt. De cliënt stelt dat hij door dit masker gebitsproblemen heeft gekregen. De commissie beoordeelt of een leverancier van medische hulpmiddelen is aan te merken als zorgaanbieder in de zin van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).

Naar het oordeel van de commissie valt de leverancier van een apneu-slaapmasker niet onder de werkingssfeer van de Wkkgz en heeft de wetgever niet bedoeld dat aanbieders die zuiver en alleen optreden als leverancier van medische hulpmiddelen onder de Wkkgz vallen. De commissie is dan ook niet bevoegd het geschil te behandelen.

De uitspraak

In het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Mediq Nederland, gevestigd te Utrecht
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Samenvatting
De aanbieder heeft een slaapapneu-masker geleverd aan de cliënt. De cliënt stelt dat hij door dit masker gebitsproblemen heeft gekregen. De commissie beoordeelt of een leverancier van medische hulpmiddelen is aan te merken als zorgaanbieder in de zin van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).

Naar het oordeel van de commissie valt de leverancier van een apneu-slaapmasker niet onder de werkingssfeer van de Wkkgz en heeft de wetgever niet bedoeld dat aanbieders die zuiver en alleen optreden als leverancier van medische hulpmiddelen onder de Wkkgz vallen. De commissie is dan ook niet bevoegd het geschil te behandelen.

Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.

De Geschillencommissie Zorg Algemeen (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 21 februari 2024 te Den Haag.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling
Klacht van de cliënt
De cliënt gebruikt een slaapapneu masker (Resmed RM 20 ff) van de aanbieder met magneetsluitingen. De cliënt heeft door dit masker gebitschade opgelopen, waaronder blijvend opgetrokken tandvlees en tandvleesontstekingen. De cliënt heeft via internet ontdekt dat deze schade door de magneetsluitingen kan komen. De aanbieder heeft hiervoor niet gewaarschuwd.

Uit de correspondentie met de aanbieder is gebleken dat bij het aanbieden van een dergelijk masker een disclaimer over de magneetsluitingen moet worden gegeven. In het geval van de cliënt is dat niet gebeurd, zo heeft de aanbieder erkend.

Volgens de aanbieder kwam de casus van de cliënt echter niet in aanmerking voor een vergoeding. De cliënt moest bewijzen dat zijn schade door de magneetsluitingen komt.

De cliënt wenst een gepaste vergoeding voor de door hem geleden schade.

Reactie van de aanbieder
De aanbieder heeft aan de cliënt een Resmed RM 20 ff masker geleverd. Dit masker bevat magneten. In de bijbehorende actuele bijsluiter ten tijde van de levering (d.d. september 2022) wordt gewaarschuwd voor gebruik van dit masker in het geval een cliënt een actief implantaat, zoals een pacemaker of andere metalen onderdelen in het lichaam heeft. Daarnaast staat in de waarschuwing dat een masker (niet gespecificeerd) pijn aan tanden, tandvlees of kaak kan veroorzaken of dentale klachten kan verzwaren.

Deze bijsluiter was echter niet meegeleverd aan de cliënt, waarvoor de aanbieder excuses heeft aangeboden.

De cliënt stelt als gevolg van de magneten in het masker last gehad te hebben van ontstekingen in de mond. De aanbieder betwist dit. Volgens de aanbieder is bekend dat gebitsimplantaten voor ontstekingen kunnen zorgen en daarnaast had de cliënt laten weten dat hij al voor het gebruik van het masker veel gebitsproblemen had. De stelling van de cliënt dat zijn gebitsproblemen zijn ontstaan door het slaapapneu-masker acht de aanbieder niet bewezen.

Bevoegdheid van de commissie
De commissie heeft het volgende overwogen.

Allereerst dient de commissie in het kader van haar bevoegdheid te beoordelen of de aanbieder in het onderhavige geschil te kwalificeren is als een zorgaanbieder in de zin van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Op grond van artikel 19 lid 1 van de Wkkgz heeft de commissie namelijk tot taak geschillen over gedragingen van een zorgaanbieder jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening te beslechten.

Zorg is in de Wkkgz gedefinieerd als Wlz-zorg, Zvw-zorg en andere zorg. Onder “andere zorg” vallen handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, zoals beschreven in artikel 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en handelingen met een ander doel dan het bevorderen of bewaken van de gezondheid van de cliënt. Met het laatste wordt onder meer gedoeld op alternatieve en cosmetische zorg.

De aanbieder levert medische hulpmiddelen – in dit geval een slaapapneu-masker – aan de cliënt. Bij de commissie ligt de vraag voor of leveranciers van medische hulpmiddelen ook als zorgaanbieder in de zin van de Wkkgz zijn te kwalificeren.

De commissie is gebleken dat de aanbieder zich voor de behandeling van geschillen heeft geregistreerd bij de commissie. Naar het oordeel van de commissie berust deze registratie echter niet op een juridisch correcte interpretatie van de Wkkgz.

Wkkgz
Ter motivering van haar oordeel verwijst de commissie allereerst naar de Wkkgz.

Uit artikel 1 lid 3 van de Wkkgz volgt dat bij ministeriële regeling geregeld kan worden dat de wet niet van toepassing is op hulpmiddelenzorg. Deze uitzondering is als zodanig opgenomen in het Uitvoeringsbesluit Wkkgz, in artikel 2.1 onder b: “De wet is niet van toepassing op hulpmiddelenzorg als omschreven in artikel 2.9 van het Besluit zorgverzekering”.

In artikel 2.9 van het Besluit Zorgverzekering staat vervolgens dat dit functionerende hulpmiddelen en verbandmiddelen betreft, zoals bij ministeriële regeling aangewezen. De bedoelde ministeriële regeling betreft de Regeling Zorgverzekering, waarin in artikel 2.6 een lange lijst is opgenomen van uitgesloten hulpmiddelen.

In deze lijst van uitgesloten hulpmiddelen staan onder andere uitwendige hulpmiddelen voor het ademhalingsstelsel (onder b). De commissie is van oordeel dat een slaapapneu-masker onder deze definitie valt. Dit leidt tot de conclusie dat het hulpmiddel dat in het onderhavige geschil ter discussie staat onder de uitgesloten hulpmiddelen valt en dat de commissie daarom niet bevoegd is dit geschil te behandelen.

Wetshistorie
Op grond van de wetshistorie heeft de wetgever naar het oordeel van de commissie ook niet beoogd om leveranciers van medische hulpmiddelen onder de werking van de Wkkgz te laten vallen. De commissie verwijst hiervoor naar het Besluit van 13 november 2015, houdende vaststelling van nadere regels ter uitvoering van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Uitvoeringsbesluit Wkkgz), waar op pagina 48 het volgende staat:

“De wet is daarom niet van toepassing op de hulpmiddelenzorg die op grond van artikel 2.9 van het Besluit zorgverzekering onderdeel uitmaakt van de dekking van de zorgverzekering; in artikel 2.6 van de Regeling zorgverzekering zijn de hulpmiddelen en verbandmiddelen die het betreft, aangewezen, zoals gehoorhulpmiddelen, infuuspompen of schoenvoorzieningen etc.

Met de gekozen formulering is toepasselijkheid van de wet uitgesloten voor leveranciers en fabrikanten van hulpmiddelen die men zelf kan aanschaffen en voor leveranciers en fabrikanten van hulpmiddelen die uitsluitend door tussenkomst van een arts/zorgverlener kunnen worden verkregen; in dat laatste geval valt de arts/zorgverlener als zorgaanbieder al onder de werking van de wet. Als de cliënt een klacht heeft, kan hij of zij deze indienen bij de fabrikant of leverancier”.

Uit dit Besluit volgt dat voor dergelijke klachten de reguliere productaansprakelijkheid volstaat.

Conclusie
De commissie kan op grond van de wettekst en de wetshistorie niet anders concluderen dan dat aanbieders die zuiver en alleen optreden als leverancier van medische hulpmiddelen geen zorgaanbieder zijn in de zin van de Wkkgz.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer dr. J.W. Stenvers, de heer mr. S. Sierksma, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 21 februari 2024.