Makelaar had de identiteit van de huurder vast moeten stellen.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Makelaardij    Categorie: Overig    Jaartal: 2009
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: MAK07-0091

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil   Het geschil betreft het verwijt van de consument aan de ondernemer dat deze bij de uitvoering van de bemiddelingsovereenkomst bij de totstandkoming van een huurovereenkomst heeft verzuimd de identiteit van de huurder vast te stellen.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer heeft de identiteit van de huurder niet geverifieerd. De voorletter was onjuist en in de achternaam ontbrak het voorvoegsel “van”. Toen de huurder na enkele maanden stopte met betaling van de maandelijkse huurtermijnen heeft de ondernemer hem zonder resultaat aangeschreven. Ook op brieven van een door mij ingeschakeld incassobureau en de deurwaarder reageerde hij niet. Bij een poging de personalia te verifiëren in de gemeentelijke basisadministratie bleek dat hij niet was ingeschreven in het gehuurde. Volgens het incassobureau, de deurwaarder en de uiteindelijk door mij ingeschakelde advocaat was het onmogelijk een procedure tot ontbinding en ontruiming te voeren omdat dit tot problemen zou leiden bij de tenuitvoerlegging van het vonnis. Uiteindelijk heeft de huurder mij een kopie van zijn paspoort gegeven en is er een ontruimingsvonnis uitgesproken. Ik ben van mening dat de ondernemer de kosten van rechtsbijstand en de gemiste huurinkomsten tijdens de vertraging moet vergoeden.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer erkent dat het bij een behoorlijke dienstverlening op zijn weg ligt om als makelaar de identiteit van de huurder vast te stellen en hij betreurt dat hij dit in dit geval niet heeft gedaan. Niettemin geldt in zijn visie dat de huurder ook niet betaald zou hebben indien zijn identiteit wel van meet af aan duidelijk had vastgestaan. De vertraging heeft maximaal één maand belopen. Ik heb verschillende schikkingsvoorstellen gedaan waarbij ik als laatste € 2.500,– heb geboden. De claim van € 7.500,– is buitensporig hoog.   Beoordeling van het geschil   De commissie stelt vast dat van een toerekenbare tekortkoming sprake is nu de ondernemer heeft erkend dat hij de identiteit van de huurder vast had moeten stellen. De vraag is evenwel welke schade van de consument redelijkerwijs toe te rekenen is aan die fout. Vast staat dat niet de juiste voornaam of letter maar wel de juiste familienaam van de huurder bekend was, zij het dat aangenomen werd dat deze zonder het voorvoegsel “van” luidde. Ook staat vast dat deze huurder steeds woonachtig is geweest in het gehuurde en dat hij een min of meer regelmatig gedrag vertoonde. De consument heeft immers ter zitting toegelicht dat zij er relatief eenvoudig in slaagde de huurder op te wachten en aan te spreken waarna deze uiteindelijk zijn identiteit bekend maakte en bewees door afgifte van een kopie van zijn paspoort. In een dergelijke situatie is de mededeling van de rechtshulpverleners, dat geen dagvaardig mogelijk was c.q. dat er problemen bij de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis te verwachten waren, ongegrond. Van schending van het voorschrift van art. 45 lid 2 sub d van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zal immers geen sprake zijn indien buiten twijfel is voor wie het exploot dat ter inleiding van een rechtsgeding wordt uitgebracht, bestemd is ingeval dat kan worden gedaan aan de door de consument aangewezen huurder. Zulks was hier mogelijk geweest. Niettemin moet geoordeeld worden dat het verzuim van de ondernemer wel heeft bijgedragen aan de ontstane vertraging. In aanmerking nemend een huurprijs van € 1.150,– inclusief verbruik van gas, water en elektra acht de commissie een tegemoetkoming van € 1.250,– redelijk en billijk. De commissie zal dat bedrag toekennen. Nu de ondernemer een hoger bedrag heeft aangeboden voor het aanhangig maken van de zaak bij de commissie is er aanleiding de onderneming niet te belasten met vergoeding van het klachtengeld.   Beslissing   De commissie verklaart de klacht gegrond.   De ondernemer is een bedrag van € 1.250,– verschuldigd aan de consument. Dit bedrag dient binnen 14 dagen na verzending van het bindend advies te worden voldaan.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij op 7 november 2007.