Commissie: CommissieVoertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
707202/886623
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 26 februari 2024 een Ford Kuga met een 1.5 Ecoboost-motor. Binnen een jaar trad ernstige motorschade op door haarscheurtjes in de cilinderwanden, wat leidde tot koelvloeistoflekkage. Een deskundige bevestigde dat dit een bekend probleem is bij dit motortype en dat het defect waarschijnlijk al bij aankoop latent aanwezig was. De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat sprake was van non-conformiteit en dat de ondernemer ten onrechte weigerde herstel. De consument liet de motor zelf reviseren voor €6.173,19. De commissie verklaarde de klacht gegrond en verplicht de ondernemer tot terugbetaling van dit bedrag, plus €127,50 klachtengeld. Bij uitblijven van betaling is wettelijke rente verschuldigd.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Voertuigen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
In dit geschil heeft deze commissie (in dezelfde samenstelling) op 3 april 2025 (verzonden aan partijen op 9 april 2025) een tussenbeslissing gegeven waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.
Voor de weergave van het procesverloop moet eerst worden verwezen naar wat daarover staat vermeld in het tussenadvies.
De commissie heeft in die beslissing het volgende overwogen:
Er is alsnog een deskundigenonderzoek vereist alvorens de commissie op de klacht van de consument kan beslissen.
Van de deskundige wordt gevraagd om op basis van de inhoud van het gehele dossier alsmede op basis van de bevraging van partijen en van het door de consument in de arm genomen motorenrevisiebedrijf [naam] (gevestigd aan [plaats]), te rapporteren of – kort gezegd – al dan niet sprake is geweest van non-conformiteit ten tijde van de koop van deze Ford Kuga.
In het bijzonder wordt van de deskundige gevraagd om daarbij de volgende aandachtspunten te betrekken:
– welke motorschade is door [motorenrevisiebedrijf] vastgesteld? wat is de oorzaak c.q. zijn de oorzaken geweest van de door [motorenrevisiebedrijf] vastgestelde motorschade?
– wanneer en hoe moet de oorzaak van die schade voor het eerst kenbaar zijn geweest;
– is de motor al dan niet vastgelopen c.q. stukgelopen? Is daarbij vervolgschade veroorzaakt aan de motor? En zo ja, welke schade?
– wat was de oorzaak van dat vastlopen c.q. niet meer werken van de motor?
– wat kan het bedrijf dat deze motor heeft gereviseerd, daarover desgevraagd zeggen? – waar bleek die schade uit?
– welke oorzaak van die schade/van dat vastlopen heeft dat revisiebedrijf voor ogen?
– is vast te stellen of er op enig moment schade of storing aan de motor is ontstaan, waarna er direct reparatie noodzakelijk was, maar er desondanks is doorgereden met de auto, waardoor meer schade aan de motor is ontstaan dan wel dat dit de oorzaak was van het vastlopen c.q. stoppen van de motor?
– heeft het bovengenoemde motoronderhoud (“Basisbeurt”) door een derde enige invloed gehad op optreden van de motorschade?
– wat is nog meer van belang voor een goede oordeelsvorming van de commissie?
De commissie zal in afwachting van het resultaat van dit onderzoek elke nadere beslissing aanhouden. Daarom wordt als volgt beslist.
Het dictum van dat tussenadvies luidt als volgt:
De commissie:
Alvorens nader te beslissen:
Oordeelt voormeld deskundigenonderzoek noodzakelijk en draagt het secretariaat van de commissie op om het daarheen te leiden dat dat onderzoek plaatsvindt en dat de door het secretariaat van de commissie aan te wijzen deskundige over diens bevindingen en conclusies schriftelijk rapporteert.
Bepaalt dat partijen in de gelegenheid worden gesteld om nog schriftelijk te reageren op die rapportage van de deskundige.
Bepaalt dat daarna door de commissie op basis van het dan voorhanden zijnde dossier – en dus zonder dat een vervolgzitting wordt gehouden – een eindbeslissing zal worden gegeven. Dit tenzij een van partijen alsnog te kennen geeft dat een opvolgende mondelinge behandeling dient plaats te vinden, in welk geval een zitting wordt bepaald en partijen daarvoor worden opgeroepen.
Houdt in afwachting van een en ander elke nadere beslissing aan.
In navolging daarvan is op 14 april 2025 door de deskundige [naam] (na onderzoek bij [motorenrevisiebedrijf] op 14 april 2025) schriftelijk gerapporteerd (met bijlage). Dit rapport is op 1 mei 2025 verzonden aan partijen, waarbij is gemeld dat zij binnen 14 dagen daarop konden reageren.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid om nog schriftelijk te reageren op de inhoud van die rapportage.
Geen van partijen heeft te kennen gegeven dat een mondelinge behandeling is vereist.
De commissie heeft dan ook op basis van de nu voorhanden zijnde stukken te beslissen in vervolg op het gegeven tussenadvies.
De verdere beoordeling van het geschil
Ook hier moet eerst worden verwezen naar het in deze zaak tussen partijen gewezen tussenadvies, en wel in het bijzonder naar wat daarin is weergegeven (de standpunten van partijen) en is overwogen en beslist. De commissie volhardt daarbij en in vervolg daarop moet als volgt worden overwogen en beslist.
Door de deskundige [naam] is als volgt gerapporteerd:
De deskundige is door de commissie gevraagd antwoord te geven op de volgende vragen:
1. welke motorschade is door [motorenrevisiebedrijf] vastgesteld?
2. wat is de oorzaak c.q. zijn de oorzaken geweest van de door [motorenrevisiebedrijf] vastgestelde motorschade?
3. wanneer en hoe moet de oorzaak van die schade voor het eerst kenbaar zijn geweest?
4. is de motor al dan niet vastgelopen c.q. stukgelopen? Is daarbij vervolgschade veroorzaakt aan de motor? En zo ja, welke schade?
5. wat was de oorzaak van dat vastlopen c.q. niet meer werken van de motor?
6. wat kan het bedrijf dat deze motor heeft gereviseerd, daarover desgevraagd zeggen?
7. waar bleek die schade uit?
8. welke oorzaak van die schade/van dat vastlopen heeft dat revisiebedrijf voor ogen?
9. is vast te stellen of er op enig moment schade of storing aan de motor is ontstaan, waarna er direct reparatie noodzakelijk was, maar er desondanks is doorgereden met de auto, waardoor meer schade aan de motor is ontstaan dan wel dat dit de oorzaak was van het vastlopen c.q. stoppen van de motor?
10. Heeft het bovengenoemde motoronderhoud (“Basisbeurt”) door een derde enig invloed gehad op optreden van de motorschade?
11. Wat is nog meer van belang voor en goede oordeelsvorming van de commissie?
Onderzoek:
Op 14 april 2025 bezocht de deskundige [motorenrevisiebedrijf]. Bij dit bedrijf is de motor gereviseerd.
Antwoord op vraag 1 en 2:
Door [motorenrevisiebedrijf] is inwendige koelvloeistof lekkage in de motor vastgesteld. De oorzaak van de motorschade zijn haarscheurtjes in de cilinderwanden (foto 1; motorblok met haarscheurtjes). Door de haarscheurtjes lekt er koelvloeistof in de cilinders.
Antwoord op vraag 3:
Wanneer de oorzaak van de schade voor het eerst kenbaar is geweest kan de deskundige niet beantwoorden. Wanneer er koelvloeistof moet worden bijgevuld denkt men in eerste instantie aan een uitwendige lekkage, of een lekke koppakking. Nu er sprake is van een inwendige lekkage is dit moeilijk vast te stellen. Bij het afpersen van het koelsysteem is een dergelijke lekkage niet zichtbaar. Het is zelfs moeilijk zichtbaar wanneer het systeem onder druk wordt gezet en men met een endoscoop in de cilinders kijkt. Daarnaast wil de deskundige opmerken dat wanneer er korte ritten met de auto gemaakt worden van bijvoorbeeld 10 tot 15 kilometer en de motor niet op temperatuur komt, is er nagenoeg geen sprake van inwendige lekkage. Pas als de motor echt warm wordt, dus op bedrijfstemperatuur, en de haarscheurtjes verder scheuren is er sprake van koelvloeistof verlies. Wanneer er regelmatig koelvloeistof moet worden bijgevuld en er geen sprake is van uitwendige lekkage is daadwerkelijk iets defect in de motor.
Antwoord op vraag 4, 5, 6, 7 en 8:
De motor is volgens [motorenrevisiebedrijf] niet vastgelopen.
Antwoord op vraag 9:
Een defect aan de motor kan pas worden vastgesteld wanneer er sprake is van koelvloeistofverlies en er geen sprake is van een uitwendige lekkage. Indien er sprake is van een lekke koppakking zal er druk in het koelsysteem ontstaan en wordt de koelvloeistof eruit geperst.
Antwoord op vraag 10:
De ‘Basisbeurt’ heeft geen enkele invloed gehad op de motorschade.
Antwoord op vraag 11:
Het probleem van haarscheurtjes in de cilinderwand is bij de 1.5 Ecoboost motor geen onbekend probleem. Bij [motorenrevisiebedrijf] heeft de deskundige meerdere motorblokken gezien met scheurvorming in de cilinderwanden. De oorzaak is hoge bedrijfstemperaturen gecombineerd met geleidelijk verlies van koelvloeistof door scheurvorming in de cilinderwanden. Dit probleem kan soms al bij 60.000 kilometer optreden, maar meestal rond de 100.000 kilometer. Het is zeer aannemelijk dat dit defect bij aankoop al latent aanwezig was.
Als bijlage is door de deskundige nog de volgende diens rapport ondersteunende informatie geproduceerd:
Koelvloeistofverbruik en/of oververhitting Ford 1.5 Ecoboost
De 1.6 Ecoboost is een regelrechte probleemmotor waar het het koelprobleem betreft. Hoewel minder, is dit ook bij de 1.5. Ecoboost het geval. De oorzaak: hoge bedrijfstemperaturen gecombineerd met vaak geleidelijk verlies van koelmiddel en/of koolstofafzetting in de cilinders. De gevolgen zijn soms desastreus: ernstige motorschade waarbij we zelfs gesmolten zuigers en gescheurde onderblokken tegenkomen.
De commissie oordeelt thans als volgt.
De bevindingen en conclusies van de deskundige oordeelt de commissie als juist en zij maakt die tot de hare. Dit ook nu daartegen geen bedenkingen zijn ingebracht door partijen.
Mede op basis van deze rapportage is de commissie nu in staat een gefundeerde beslissing te geven in het geschil van partijen.
Naar het oordeel van de commissie is genoegzaam komen vast te staan dat de door de deskundige beschreven ernstige motorschade in de vorm van koelwater doorlatende cilinderwanden bij een motor op bedrijfstemperatuur, al intrinsiek aanwezig moet zijn geweest ten tijde van de koop van deze auto op 26 februari 2024. Het betreft hier kennelijk “een kwaal” die in zekere zin eigen is aan de hier aan de orde zijnde motor 1.5. Ecoboost, en die juist om die reden ook wel als een “probleemmotor” wordt aangeduid.
Bovendien is door de deskundige vastgesteld dat er geen andere de consument aan te rekenen oorzaken aanwijsbaar (kunnen) zijn voor het ontstaan en verergeren van voormelde autonoom optredende motorschade.
Sprake is hier van een Ford Kuga van bouwjaar 2017 met een km stand ten tijde van de verkoop van 99450. De auto had indachtig diens beperkte leeftijd van ruim 6 jaren ten tijde van de koop dus een relatief gering aantal kilometers gereden.
Indachtig het hiervoor overwogene is de commissie van oordeel dat er wel degelijk sprake is geweest van non-conformiteit ten tijde van de koop van deze auto. Deze Ford Kuga voldeed niet aan de overeenkomst, oftewel had niet de eigenschappen die de consument op grond van de overeenkomst daarvan mocht verwachten (zie artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek). Daarvoor was voormeld reeds toen bestaan gebrek te ernstig. Niet is gebleken dat de consument toen van dit gebrek op de hoogte was c.q. kon zijn.
Overigens moet thans ook worden vastgesteld dat de consument wordt geholpen door het bewijsvermoeden van non-conformiteit in artikel 7:18 Burgerlijk Wetboek, nu binnen 1 jaar na de aankoop van deze auto het gebrek zich heeft geopenbaard. De ondernemer heeft dan aan te tonen dat het gebrek niet ligt aan het geleverde voertuig, maar dat er een ander oorzaak is. De ondernemer is daarin niet geslaagd, zo moet thans worden geconcludeerd.
Het verweer van de ondernemer dat geen sprake is c.q. geen sprake kan zijn van non-conformiteit, wordt dus verworpen.
De commissie oordeelt de klacht van de consument dan ook gegrond. De ondernemer, daartoe in de gelegenheid gesteld door de consument (na ommekomst van de overeengekomen garantieperiode), heeft ten onrechte geweigerd de motorschade in eigen beheer te herstellen c.q. de kosten daarvan alsnog voor zijn rekening te nemen.
Daarop heeft de consument zelf voor adequaat herstel gezorgd en kosten daarvan (eerst) voor eigen rekening genomen: zie factuur van 26 november 2024 van [motorenrevisiebedrijf] ten bedrage van
€ 6.173,19 inclusief BTW. Die kosten komen de commissie redelijk voor; reden om de ondernemer te verplichten tot betaling van dat bedrag aan de consument.
Nu terecht is geklaagd is de ondernemer op basis van het reglement gehouden om het klachtengeld aan de consument te voldoen en om de bijdrage in de behandelingskosten te betalen aan het secretariaat van de commissie. Die bijdrage wordt de ondernemer separaat bij factuur in rekening gebracht.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt aan de consument voormeld bedrag van € 6.173,19.
Betaling daarvan dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.
Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan het secretariaat van de commissie de bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit
mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer C.J. Bosboom en de heer H.W. Zuur, leden, op 10 juni 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.