Commissie: Tuchtcommissie NIVRE
Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Uitspraak
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
366246/447362
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De klacht betreft een zaak waarin de commissie moest beoordelen of zij bevoegd was om de klacht in behandeling te nemen en of de klager ontvankelijk was in zijn klacht. De klager had verzuimd om de klacht eerst aan de beklaagde toe te zenden, wat in strijd is met het reglement van de commissie. De commissie benadrukt dat de klacht nadere concretisering en onderbouwing behoeft, aangezien de overgelegde correspondentie een duidelijke context mist.
De commissie oordeelt dat de klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht, omdat hij niet heeft voldaan aan de vereisten van het reglement, waaronder het eerst voorleggen van de klacht aan de Vertrouwenscommissie. De commissie ziet geen aanleiding om van het reglement af te wijken, ondanks de positie van de klager als voorzitter van het branchebestuur Personenschade. De commissie besluit dat de klager zijn klacht niet-ontvankelijk is en dat de klacht niet inhoudelijk behandeld zal worden.
Volledige uitspraak:
Beoordeling van de klacht
Alvorens de commissie over kan gaan tot de inhoudelijke behandeling van de klacht, dient zij zich te vergewissen van haar bevoegdheid en daarnaast dient zij te toetsen of klager kan worden ontvangen in zijn klacht. De ontvankelijkheidstoets kan ingegeven zijn op het verzoek van beklaagde bij eerste gelegenheid, maar ook op een ambtshalve toets. Dit laatste is hier ook aan de orde.
Voor de inhoud van de klacht verwijst de commissie – om het kort te houden – naar de door klager en beklaagde overgelegde stukken, dit in verband met de aard van deze beslissing, waarin niet de inhoud van de klacht aan de orde is, maar slechts de voorvraag of klager al dan niet kan worden ontvangen in zijn klacht. Daarbij wil de commissie vooraf opmerken dat de klacht van de zijde van klager nadere concretisering en onderbouwing behoeft, anders dan het overleggen van enige correspondentie waarbij een duidelijke context ontbreekt.
Beklaagde heeft in haar verweer aangegeven dat klager verzuimd heeft om haar in het kader van de tuchtprocedure eerst de klacht toe te zenden, hetgeen in strijd is met het reglement van de commissie.
De commissie overweegt als volgt. In artikel 5 lid 1, 4, 5 en 6 van het reglement van de commissie is het volgende bepaald:
1. Voordat klager zich tot de commissie wendt, moet hij binnen 3 jaar na de datum van het (schade)voorval naar aanleiding waarvan beklaagde is ingeschakeld zijn ongenoegen schriftelijk aan de beklaagde kenbaar maken. (…)
4. a. Is de klacht bij het Klachtenloket NIVRE ingediend door een NIVRE-geregistreerde en/of Kamerbureau tegen een andere NIVRE-geregistreerde en/of Kamerbureau, dan verwijst het Klachtenloket NIVRE de klager naar de Vertrouwenscommissie. Wanneer de Vertrouwenscommissie de behandeling van klacht heeft beëindigd, maar dit niet tot een door klager aanvaarde oplossing heeft geleid, kan de klager binnen uiterlijk 3 maanden, nadat de Vertrouwenscommissie de behandeling van de klacht heeft beëindigd, de commissie verzoeken de klacht alsnog in behandeling te nemen. (…)
5.a. De commissie verklaart klager ambtshalve niet ontvankelijk indien de klager zijn klacht niet eerst aan de Vertrouwenscommissie heeft voorgelegd, indien lid 4 sub a van toepassing is.
5.b. De commissie verklaart op verzoek van de beklaagde – gedaan bij eerste gelegenheid – klager niet ontvankelijk in zijn klacht indien – voor zover van toepassing – niet is voldaan aan de eisen gesteld in lid 1, 3, 4 sub a laatste zin en/of 4 sub b van deze bepaling, tenzij van klager in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden een klacht bij de beklaagde en/of Klachtenloket NIVRE indient en/of klager ter zake van het niet naleven van bedoelde eisen naar het oordeel van de commissie redelijkerwijs geen verwijt treft.
6. Het bestuur van het NIVRE kan ten allen tijde een klacht tegen een beklaagde indienen bij de commissie. Lid 1 t/m 5 zijn in dat geval niet van toepassing.
De commissie oordeelt op grond van de stukken dat artikel 5 lid 5 sub a van haar reglement op onjuiste gronden is gepasseerd. De Vertrouwenscommissie is gepasseerd vanwege de positie van klager, voorzitter van het branchebestuur Personenschade. Bemiddeling door de Vertrouwenscommissie zou volgens het NIVRE Bureau in deze kwestie om die reden niet wenselijk zijn. Naar het oordeel van de commissie is hier strikte naleving van het reglement aangewezen en ziet zij geen aanleiding om van haar eigen reglement af te wijken, temeer nu klager in het kader van zijn eigen persoonlijke lidmaatschap een klacht indient. Bovendien bestaat voor klager op grond van artikel 5 lid 4 sub a van het reglement altijd nog de mogelijkheid binnen drie maanden, nadat de Vertrouwenscommissie de behandeling van de klacht heeft beëindigd, de commissie te verzoeken de klacht inhoudelijk te behandelen.
Ten overvloede wil de commissie nog het volgende opmerken.
Naar het oordeel van de commissie had het hier in de rede gelegen dat klager op grond van artikel 5 lid 1 van het reglement, alvorens tot het indienen van een klacht over te gaan, beklaagde in kennis had gesteld van dit voornemen en haar daarop de gelegenheid had gegeven te reageren.
Tenslotte is het de commissie niet gebleken dat hier zich een situatie voordoet, zoals omschreven in artikel 5 lid 6 van het reglement, in welk geval de Vertrouwenscommissie de klacht niet hoeft te behandelen.
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, beslist de commissie als volgt.
Beslissing
De commissie verklaart de klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.
Aldus beslist door de Tuchtcommissie NIVRE, bestaande de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. E.R. Verhoeven, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter-Bijsterveld, secretaris, op 20 januari 2025.