Niet is gebleken dat het de ondernemer was verboden te onderhandelen over een mogelijke verkoop aan een koper die wellicht erin zou slagen grond van de buren aan te kopen.

  • Home >>
  • Makelaardij >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Makelaardij    Categorie: Conformiteit    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: MAK07-0126

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil   Het geschil betreft volgens opgave van de consument in het vragenformulier: Niet nakomen van afspraken. Mondelinge overeenkomst afsluiten zonder mijn medeweten. Niet reageren op email en brieven. Niet serieus nemen van klachten. Circa drie weken afwezig in juli zonder waarnemer, terwijl problemen bekend waren bij de directeur.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer heeft volgens de consument, zakelijk weergegeven, tegen de wens van de consument de kopers in contact gebracht met de buren met wie zij een geschil had. Het was de ondernemer bekend dat de consument niet wilde dat grond van haar perceel zou worden verkocht aan de buren maar niettemin heeft de ondernemer de aspirant kopers in contact gebracht met die buren waarna toch grond werd verkocht.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer heeft – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de klachten onterecht zijn. Volgens de ondernemer is er in overleg met de consument contact gelegd met de buren – de zus van de consument en haar echtgenoot – met wie de consument in onmin leefde vanwege een geschil over het verloop van de erfgrens en een venster dat uitzicht gaf op haar perceel. De transactie met de aanvankelijk kandidaat-koper met wie in feite al overeenstemming was bereikt werd door de consument niet gestand gedaan vanwege het feit dat die kandidaat – ter beslechting van het grensgeschil – met de buren overeenstemming had bereikt over de aankoop van een strook ter hoogte van de perceelsgrens. De ondernemer heeft hierop de consument geadviseerd advies in te winnen bij een advocaat vanwege de precontractuele gebondenheid waarvoor gevreesd moest worden. Uiteindelijk heeft deze advocaat de juridisch aspecten rond het verkooptraject gedomineerd en de bepalingen waaronder, na het afhaken door de eerste gegadigde, verkocht kon worden aan een opvolgend kandidaat, gedicteerd. De ondernemer heeft op het verdere verloop geen invloed kunnen uitoefenen maar meent wel aanspraak te kunnen maken op betaling van de overeengekomen courtage.   Beoordeling van het geschil   De commissie stelt vast dat de ondernemer niet tekort is geschoten. Dat het de ondernemer verboden was door de consument te onderhandelen over een mogelijke verkoop aan een koper die wellicht erin zou slagen grond van de buren aan te kopen is niet gebleken. Een dergelijke restrictie is ook feitelijk nauwelijks realistisch te noemen. In het algemeen geldt immers dat handhaving van een contractueel bedongen gebondenheid zonder aanwezigheid van een rechtens te respecteren belang op juridische belemmeringen stuit. Evenzeer als het, in dit licht bezien, terecht is geweest dat de notaris – zoals ter zitting door beide partijen is toegelicht – druk heeft uitgeoefend op de consument om afstand te doen van het ten opzichte van de uiteindelijk kopers bedongen kettingbeding waarin zij zich verplicht hadden geen grond te zullen verkopen aan de buren, zo heeft de ondernemer op goede gronden besloten de eerste gegadigde in contact te brengen met die buren teneinde een minnelijke regeling van de geschillen te beproeven. De commissie stelt vast dat deze klacht daarom ongegrond is. De overige klachten zijn alle afgeleid van deze kernkwestie en treffen om die reden hetzelfde lot. Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij op 8 februari 2008.