Niet kan worden geoordeeld dat bankstel niet over eigenschappen beschikt die consument op grond van overeenkomst mocht verwachten.

  • Home >>
  • Wonen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Wonen    Categorie: Ondeugdelijke levering / (non-)conformiteit    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 74668

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 25 april 2012 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van twee driezitsbanken en een voetenbank [modelomschrijving] (hierna te noemen: het bankstel) tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 4.700,–. De levering heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2012.   De consument heeft een bedrag van € 200,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.   De consument heeft de klacht vanaf 21 augustus 2012 voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De poten van de poef staan anders dan de poten van de naast staande bank. Van het bankstel kloppen de zittingen niet, het was een rotzooitje qua grootte van de kussens, qua dikte, de rug- en zitkussens komen niet overeen, het zakt door. Ook verschillen de poten en staat het overdreven scheef.   De consument verlangt, zoals ter zitting toegelicht, levering van een nieuw bankstel.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Bij de verkoop is besproken dat het een soepel zitcomfort zou hebben, nonchalant gestoffeerd zou zijn en dat plooivorming mogelijk is. De consument wenste toen doorstoffering van de meubelen zonder koppelelementen. Na klachtmeldingen zijn in overleg met en tot tevredenheid van de consument aanpassingen uitgevoerd. De eis tot levering van een nieuwe het bankstel is onterecht.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Dit rapport betreft een bankstel, bestaand uit: 2-zitsbank met zijarm, 2-zitsbank en voetenbank. Nadere beschrijving: – een losse tweezitsbank zonder armleuningen staand op metalen poten; – een gekoppelde voetenbank staand op metalen poten; – een los staande tweezitsbank met links (voorstaand gezien) een armleuning. De meubelen staan in een hoekopstelling in een woonkamer op de begane grond van een woonhuis. Zon- en lichtinval zijn niet van belang met betrekking tot de klacht.   Korte omschrijving van de klacht(en) De klachten zijn als volgt verwoord door de consument: Poef: poef staat scheef naar rechts aflopend; Het zitvlak loopt niet gelijk met het zitvlak van de naast staande bank; De dikte van het kussen van de poef wijkt af t.o.v. de dikte van de kussens van de bank; De poten van de poef staan anders dan de poten van de naast staande bank; Richting van het kussens loopt anders dan dat van de naast geplaatste bank; Bank zonder armleuningen welke rechts is geplaatst: Het zitkussen steekt aan de linkerkant meer over dan aan de rechterkant; De naad van het zitkussen correspondeert niet met de naad van de rugkussens; Bank met armleuning links welke links is geplaatst: Zitplek links zakt door; Zitkussen steekt links over t.o.v. de basis; Voorzijde van het zitkussens zakt door en is niet recht;   Mijn bevindingen en vaktechnisch oordeel over de oorzaak van de klacht(en):   De oorzaak van de meeste klachten zijn terug te voeren door keuzes die de verkoper (ondernemer) heeft aangeboden om een model wat niet bedoeld is om als hoekopstelling te leveren, aan te passen tot een combinatie die als hoekopstelling verkocht is. Op de wens van de consument is ingegaan door aan te geven tijdens de verkoop dat de banken en poef aangepast zouden worden om als hoekopstelling te laten functioneren. De aanpassing zoals die zijn gedaan: De voetenbank als aansluitend deel te plaatsen aan de bank vast zonder armleuning – De voetenbank is bedoeld om als losstaand element een bank of zithoek te completeren. De poef is dan ook volledig vlak uitgevoerd en loopt niet af naar een bepaalde richting zoals de banken wel doen (naar achter). De richting waarop de voetenbank geplaatst dient te worden is los voor een bank in de breedte geplaats. De voetenbank is nu dwars geplaats vast tegen een bank aan. Dit heeft tot gevolg dat: – De poef niet doorloopt t.o.v. de naast staande bank; – De bovenzijde vlak staat en de bank afloopt naar achter; – Er andere maat poten onder poef zijn geplaatst waardoor deze poten nu niet gelijk zijn aan de poten welke onder de banken zitten; – De voorzijde –kussens en romp- niet exact doorlopen t.o.v. de naast staande bank.   De in het originele model doorstekende zitting van de links staande bank met arm is aan de linkerzijde ingekort. Het bovenkussen van deze bank steekt links en rechts niet hetzelfde over ten opzichte van het onderste deel (de romp). Links is er een oversteek van 1 à 2 cm en rechts is deze oversteek 0 cm. De tweezitsbank zonder armen: het bovenkussen steekt rechts niet over en links steekt het 1 à 2 cm over ten opzichte van het onderste deel (de romp). Hier is sprake van een effect wat is ontstaan doordat de bank niet op zichzelf straat maar is gekoppeld aan de voetenbank. De nu als voorpoten te classificeren poten van de poef zijn met behulp van verdikkingen onder de bevestigingsplaat verhoogd. Hierdoor komt de voetenbank aan de voorzijde iets omhoog te staan, maar de poten aan de voorkant van de voetenbank blijven verschillend t.o.v. de voorpoten van de naast staande bank.   Het doorzakken van de linker zitting van de links staande bank is het gevolg van gebruik. Schijnbaar wordt deze plek regelmatiger gebruikt dan de overige plekken van de banken en voetenbank. Gelet op de relatief korte duur (ongeveer 6 maanden) waarvan gebruik is gemaakt van de meubelen is deze inklinken opvallend te noemen. Door het gebruik is ook het leder op deze plek ruimer geworden. Het ontstaan van (de door mij als opvallend omschreven) plooivorming in leder is op zich een te verwachten gebruikerseffect. De plooi is op het moment van onderzoek nog acceptabel te noemen. Niet te zeggen is hoe deze zitplek zich over een aantal jaren zal manifesteren.   Herstel is technisch niet mogelijk. De banken en voetenbank zijn niet geschikt om als hoekbank met voor een deel vaste opstelling (voetenbank een kwartslag gedraaid) vastgezet aan een van de banken uit voeren. Herstel zal niet leiden tot het afnemen van de klachten.   Toelichting: Ondanks dat er met goede wil van de ondernemer getracht is aan de wensen van de consument te voldoen, is er door de ondernemer een keus gemaakt die kwalitatief niet voldoet aan de verwachtingen die de consument redelijkerwijs heeft verwacht. De aanpassing aan een bestaand model om te komen tot een ander model (lees opstelling) heeft niet het gewenste resultaat.   Beoordeling van het geschil   De commissie overweegt het volgende.   Voor zover de ondernemer (blijkens zijn brieven van 25 oktober en 16 november 2012) meent de klachten eerder te hebben verholpen en zijn verbazing uit omdat hij meende juist in overleg met de consument herstelwerkzaamheden te hebben uitgevoerd, maken de door de ondernemer bedoelde omstandigheden nog niet dat de consument rechten heeft verwerkt of de schijn daartoe heeft gewekt.   Zoals partijen ter zitting bevestigen, spitst het geschil zich toe op de door de deskundige omschreven klachten. Voor zover de deskundige blijkens zijn rapport uitgaat van feitelijkheden rond de totstandkoming van de koop en door (een van) partijen gewilde en/of gemaakte keuzes of aanpassingen, berust het echter niet op aan hem uit eigen deskundige waarneming bekende feiten en is het niet gebaseerd op zijn bijzondere (vak)kennis. Ditzelfde geldt voor zover hij rapporteert over de wensen en verwachtingen die de consument in dit concrete geval bij de koop en over de aanpassingen heeft gehad. Ook waar de deskundige aangeeft dat het bankstel niet geschikt en aan te passen is als hoekopstelling en dat het bankstel met alle uitgevoerde aanpassingen niet aan de overeenkomst beantwoordt, kan de commissie dit redelijkerwijs niet anders begrijpen dan dat de deskundige ook hier eigenlijk rapporteert over de wensen en verwachtingen die de consument in dit concrete geval bij de koop en over de aanpassingen heeft gehad. Ook in zoverre zal de commissie aan het rapport voorbijgaan. De commissie zal zich alleen baseren op door de deskundige gerapporteerde bevindingen of waarnemingen die berusten op zijn bijzondere deskundigheid of (vak)kennis, in het bijzonder waar hij heeft gerapporteerd dat het doorzakken en inklinken van zittingen, het ruimer worden en de plooivorming van het leer een normaal te verwachten gebruikerseffect is.   Op grond van met name de stukken die de ondernemer in reactie op het deskundigenrapport heeft ingestuurd, staat voor de commissie verder vast dat het gekochte bankstel als zodanig wel degelijk geschikt en bedoeld was als hoekopstelling. Ter zitting is gebleken dat de consument het bankstel in de showroom ook als hoekopstelling heeft gezien, maar dat hij het toen bewust zodanig heeft besproken en gekocht om juist niet als hoekbank te gebruiken. Verder staat voor de commissie vast dat de consument bij de koop is geïnformeerd over de normale eigenschappen van het standaardmodel, dat het bankstel is gekocht als samenstel van losse elementen en dat de consument zelf heeft gekozen voor de uitgevoerde aanpassingen op het standaardmodel. De consument bevestigt ter zitting bijvoorbeeld ook zelf dat hij het bankstel als losse elementen heeft gekocht en dat hij pas na aflevering bekend werd met een koppelingsmogelijkheid. Nu de commissie geen grond ziet om te oordelen dat de ondernemer had moeten waarschuwen voor (vak)technische tekortkomingen als gevolg van de door de consument gewenste aanpassingen, leidt het onjuiste verwachtingspatroon dat de consument heeft gehad, niet tot het door hem beoogde resultaat. Voor zover de consument bij de koop heeft gedwaald, blijkt niet dat dit te wijten was aan een inlichting van de ondernemer. Voor zover de consument heeft gedwaald over de eigenschappen van het bankstel na de uitgevoerde aanpassingen, behoort die dwaling als gevolg van de door hem zelf gemaakte keuzes voor rekening van de consument te blijven. Dat de consument achteraf is teleurgesteld over het eindresultaat, kan (de geldigheid van) de overeenkomst niet zonder meer aantasten.   Gelet op het voorgaande kan niet worden geoordeeld dat het afgeleverde bankstel niet de eigenschappen bezit die de consument op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten, althans had mogen verwachten, of dat de ondernemer anderszins is tekortgeschoten. Zo het bankstel met alle uitgevoerde aanpassingen al niet aan de overeenkomst beantwoordt, is de ondernemer daarvoor in ieder geval niet aansprakelijk omdat een daarmee samenhangende tekortkoming niet aan de ondernemer mag worden toegerekend en de ondernemer niet in deskundigheid of zorgvuldigheid tekort is geschoten. Dit leidt tot de slotsom dat de klacht ongegrond is.   De commissie zal bepalen dat het door de consument aan de ondernemer te betalen (rest)bedrag vanuit het depot rechtstreeks aan de ondernemer wordt uitbetaald.   De commissie beslist als volgt.   Beslissing   De commissie wijst het door de consument verlangde af.   De commissie bepaalt dat een bedrag van € 200,– vanuit het depot aan de ondernemer wordt uitbetaald.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Wonen op 4 juni 2013.