Niet-ontvankelijk. Klager dient zijn klacht eerst nog bij de klachtencommissie van het ziekenhuis neer te leggen

  • Home >>
  • Ziekenhuizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 118261

De uitspraak:

In het geschil tussen

[Klager], wonende te [plaats], gemachtigde: [naam], en Stichting Zuyderland Medisch Centrum, gevestigd te Sittard, (hierna te noemen: het ziekenhuis).

Behandeling van het geschil

Naar aanleiding van het door het ziekenhuis ingediende verweer heeft het secretariaat van De Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) de zaak geagendeerd op een zitting ter beoordeling van de vraag of klager ontvankelijk kan worden verklaard in zijn klacht.
Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen. De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2018. De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

Onderwerp van het geschil

Het onderwerp van het geschil heeft betrekking op de behandeling door het ziekenhuis van de echtgenote van klager, [naam echtgenote] die op 14 maart 2016 is overleden.

Met het vragenformulier van 20 juni 2018 heeft klager een geschil aanhangig gemaakt tegen het ziekenhuis. Klager wil een eerlijk/bevredigend antwoord van het ziekenhuis krijgen op vragen over de in de ogen van klager opeenstapeling van medische fouten met als gevolg het overlijden van de echtgenote van klager. Dit zal een positieve bijdrage leveren aan de verwerking van het overlijden, aldus klager.

Namens de commissie is het ziekenhuis verzocht schriftelijk verweer te voeren tegen de klacht van klager. Hierop heeft het ziekenhuis zich op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht.

Standpunt van klager

Bij brief van 30 september 2018 heeft klager gereageerd op het standpunt van het ziekenhuis dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht. Kort en zakelijk gezegd stelt klager zich op het standpunt dat hij ontvankelijk is in zijn klacht.

Klager erkent dat geen gebruik is gemaakt van de door het ziekenhuis genoemde ‘interne klachtencommissie’. De familie, waaronder klager, heeft twee gesprekken gevoerd met het medisch personeel van het ziekenhuis. Tijdens die gesprekken heeft de familie geen bevredigende antwoorden gekregen op voor de familie cruciale vragen over de gebeurtenissen die tot de dood van de echtgenote van klager hebben geleid. Klager is van mening dat de stap naar de interne klachtencommissie hier geen verandering in zal brengen; mede omdat klager van de klachtenfunctionaris heeft vernomen dat de deskundigen van de klachtencommissie indirect een relatie hebben of hadden met het ziekenhuis. Dat is voor klager de reden geweest om een onafhankelijke commissie in te schakelen.

Standpunt van het ziekenhuis

Bij brief van 13 september 2018 heeft het ziekenhuis zich op het standpunt gesteld dat klager met inachtneming van het bepaalde in artikel 6.1 sub a van het Reglement Geschillencommissie Ziekenhuizen (hierna: het reglement) niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

De familie, waaronder klager, heeft weliswaar op 22 maart 2016 “informeel” een klacht ingediend bij de klachtenfunctionaris van het ziekenhuis (verzoek om bemiddeling), maar vervolgens, toen bemiddeling niet succesvol bleek en hij ook niet tevreden was over de behandeling van zijn klacht bij de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd, geen oordeel gevraagd van de Raad van Bestuur van het ziekenhuis conform de klachtenregeling. Klager is diverse malen door het ziekenhuis op deze mogelijkheid gewezen. De klachtenfunctionaris heeft op 27 februari 2018 een concept klachtbrief opgesteld voor klagers, maar deze brief is kennelijk niet verstuurd en in ieder geval niet ontvangen door de Raad van Bestuur. Tot een afwikkeling van de klacht met een oordeel van de Raad van Bestuur is het dan ook niet gekomen. Inmiddels is meer dan twaalf maanden verstreken na aanvang van de bemiddelingsfase bij de klachtenfunctionaris.

Het staat klager nog steeds vrij om conform het klachtenreglement een verzoek tot een oordeel in de dienen bij de Raad van Bestuur van het ziekenhuis.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van het door partijen over en weer gestelde overweegt de commissie het volgende.

Alvorens tot een inhoudelijke beoordeling van de klacht over te gaan, dient de commissie eerst te beslissen op het beroep op niet-ontvankelijkheid van klager in zijn klacht.

In artikel 6 lid 1 onder a van het reglement is bepaald dat de commissie op verzoek van het ziekenhuis – gedaan bij eerste gelegenheid – klager niet-ontvankelijk verklaart in zijn klacht indien hij zijn klacht niet eerst overeenkomst de Wet of de op de geneeskundige behandelingsovereenkomst van toepassing zijnde voorwaarden bij het ziekenhuis heeft ingediend en klager zijn geschil vervolgens niet binnen 12 maanden na afhandeling van de klacht door het ziekenhuis bij de commissie aanhangig heeft gemaakt. Lid 2 van voornoemd artikel bepaalt dat in afwijking hiervan de commissie kan besluiten het geschil toch in behandeling te nemen, indien klager ter zake van de niet naleving van de voorwaarden naar het oordeel van de commissie redelijkerwijs geen verwijt treft.

Door klager is erkend dat hij zijn klacht niet eerst heeft neergelegd bij de klachtencommissie van het ziekenhuis. Er is dan ook sprake van een situatie als bedoeld in artikel 6 lid 1 onder a van het reglement. In hetgeen klager heeft gesteld – dat hij niet verwacht dat bevredigend antwoord zal worden gegeven op voor hem cruciale vragen en dat getwijfeld wordt aan de onafhankelijkheid van de klachtencommissie – ziet de commissie geen aanleiding om te oordelen dat klager geen verwijt treft.

Klager dient zijn klacht dus alsnog bij de klachtencommissie van het ziekenhuis neer te leggen, waarvoor hem, blijkens het verweerschrift, door het ziekenhuis ook de gelegenheid wordt geboden.

Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat klager op grond van artikel 6 lid 1 onder a van het reglement niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn klacht.

Derhalve beslist de commissie als volgt.

Beslissing

De commissie verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.

Aldus beslist op 9 oktober 2018 door de Geschillencommissie Ziekenhuizen.