Ondernemer brengt onterecht abonnementsgelden in rekening tijdens verplichte sluiting sportschool

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Sport en Beweging    Categorie: Kosten    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 81129/109130

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De ondernemer heeft de abonnementsgelden voor de sportschool, in de periode dat de sportschool gesloten was vanwege de door de overheid opgelegde maatregelen in verband met de covid-19 pandemie, bij de consument in rekening gebracht. De consument is het hier niet mee eens. Hij heeft van 15 december 2020 tot en met 15 maart 2021 geen gebruik kunnen maken van de sportschool. De consument wil het in rekening gebrachte bedrag terug. Als compensatie heeft de ondernemer aangeboden de periode dat de sportschool gesloten was toe te voegen aan het einde van het abonnement. De consument wil dit niet. De commissie oordeelt dat gezien de ondernemer de overeengekomen dienst tijdens de lockdown niet heeft kunnen leveren, er sprake is van een tekortkoming die een gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, voor de duur van de sluiting, rechtvaardigt. Over deze periode is de consument dus geen abonnementsgelden verschuldigd. De door de ondernemer aangeboden compensatie is geen reële tegemoetkoming. De klacht is gegrond en de ondernemer moet het in rekening gebrachte bedrag terugbetalen.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de verschuldigdheid van abonnementsgelden voor een sportclub gedurende de Covid-19 lockdown.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een sportabonnement afgesloten bij de ondernemer. In de periode van 15 december 2020 tot en met 15 maart 2021 heeft de consument geen gebruik kunnen maken van de sportschool als gevolg van de maatregelen die de overheid heeft getroffen in het kader van de Covid-19 pandemie. Hoewel er dus geen trainingsmogelijkheid was in de sportschool, heeft de ondernemer wel de abonnementsgelden bij de consument geïncasseerd. Als compensatie heeft de ondernemer aangeboden de tijd dat de sportschool was gesloten toe te voegen aan het einde van het abonnement. De consument accepteert deze compensatie niet aangezien hij inmiddels een abonnement voor onbeperkte tijd heeft en geen behoefte heeft aan extra trainingsweken juist vanaf het moment dat hij het contract zou willen beëindigen. De consument wil daarom dat de bedragen die zijn geïncasseerd over de lockdown periode (totaal 3 maanden) worden gerestitueerd.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft geen verweer ingediend. Uit de correspondentie tussen de ondernemer en de consument blijkt dat de ondernemer bereid is het contract te beëindigen per 1 maart 2021 maar niet bereid is andere compensatie aan te bieden dan aan de consument is aangeboden.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Nu de ondernemer de overeengekomen dienst gedurende de lockdown niet heeft kunnen leveren, is er sprake van een tekortkoming die de gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, namelijk voor de duur van de sluiting van de sportschool, rechtvaardigt. De consument is dus geen abonnementsgelden verschuldigd over die periode.

De door de ondernemer aangeboden compensatie, is geen reële tegemoetkoming die maakt dat de consument in redelijkheid geen beroep kan doen op ontbinding. De ondernemer biedt aan de misgelopen tijd te compenseren aan het einde van het contract. Dat is wellicht interessant voor een klant die een contract voor bepaalde tijd heeft en die dat contract wil verlengen. Die heeft dan immers een aantal maanden gratis toegang tot de sportschool. Voor een klant met een abonnement voor onbepaalde tijd, is dit echter geen oplossing. Diens contract eindigt namelijk pas op het moment dat hij het opzegt en dus juist geen gebruik meer wenst te maken van de sportschool.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie bepaalt dat het abonnement van de consument gedurende de sluiting als gevolg van de Covid-19 pandemie tijdelijk is ontbonden, zodat de consument gedurende die periode geen abonnementsgelden verschuldigd is. Voor zover over die periode abonnementsgeld bij de consument is geïncasseerd, dient dat door de ondernemer te worden terugbetaald.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Sport en Beweging, bestaande uit de heer mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, de heer J.G. Boelens MSM, mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 15 oktober 2021.