Ondernemer heeft openstaande schuld kwijtgescholden

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Sport en Beweging    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 132256/160194

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

Tijdens de sluiting van de sportschool wegens overheidsmaatregelen omtrent Covid-19 kon er geen gebruik worden gemaakt van het abonnement. De ondernemer heeft geen verweer gevoerd bij De Geschillencommissie, maar heeft naar aanleiding van de procedure per mail laten weten de openstaande schuld kwijt te schelden. De commissie overweegt dat de klacht niet is weersproken en daarmee vaststaat. De commissie bepaalt nogmaals dat de consument geen geldbedragen aan de ondernemer is verschuldigd. Tevens bepaalt de commissie dat de klacht gegrond is, zodat de ondernemer het klachtengeld aan de consument dient te vergoeden. De klacht is gegrond.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 28 oktober 2020 tussen partijen tot stand gekomen Sportschoolabonnement.

De consument heeft op 3 mei 2021 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Ik ben al ruim een jaar lid bij de ondernemer. Tijdens de sluitingsperiode door COVID-19 heb ik doorbetaald. Daarbij werd aangegeven dat ik hiermee een saldo zou opsparen dat ingezet kon worden zodra de sportschool weer openging. Deze ging echter niet volledig open en er werden wel bedragen bij mij afgeschreven zonder een uitleg. Tot op de dag van vandaag heb ik hier geen antwoord op. Zie de mail in de bijlage voor een uitleg, want ik heb sinds mei niet meer betaald omdat ik eerst een uitleg wil hebben. Echter word ik niet gehoord op locatie en is het onmogelijk in contact te komen met de ondernemer. Mijn begeleider helpt mij hierbij. Wij lopen er tegenaan dat de ondernemer geen uitleg geeft maar wel afschrijvingen wil laten plaatsvinden. Ik heb hier meer dan genoeg bewijzen van, zoals mijn bankafschriften.

Naar zeggen van de ondernemer staat er € 99,96 open.

Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunt aan de commissie kenbaar te maken.

Wel blijkt dat standpunt uit het emailbericht van de ondernemer aan de consument van 11 mei 2022:

Bedankt voor je bericht via de Geschillencommissie en excuses voor de late reactie. Tijdens de tweede lockdown hebben we inderdaad gewoon geïncasseerd en hebben we leden compensatie gegeven in de vorm van een sporttegoed (voucher, 26 weken in 2022, 30 weken in 2023). Ik heb naar jouw situatie gekeken. Je had bij ons een contract voor de periode 3 januari 2020 tot 16 november 2021. Op dit moment staat er nog een schuld open van € 149,94. Tijdens lockdown twee hebben we op 10 juni 2021 compensatie tegoed in het systeem gezet van € 99,96. Echter zie ik dat er twee periodes hiervan alsnog geïncasseerd zijn, waardoor compensatie voor jou toen 49,98 was. Aangezien je tijdens lockdown twee totaal € 138,34 betaald had, hebben we van de totale schuld 88,36 euro vanaf gehaald (138,34 – 49,98 = 88,36 euro. Daardoor staat er nog een schuld open van € 61,58 open. In overleg met mijn leidinggevende hebben we deze schuld uit coulance kwijtgescholden, zodat er op dit moment geen openstaande kosten meer zijn. Ik hoop je hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en als er nog vragen zijn dan horen we het graag van je.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Van de zijde van de ondernemer is geen enkele reactie ontvangen, ook niet op het verzoek van de zijde van het secretariaat van de commissie om opgave te doen welk bedrag aan contributie nog openstaat.

Dat is reden voor de commissie om geen voorbeslissing over de hoogte van het vereiste depotbedrag te nemen, en het geschil inhoudelijk af te doen.

De klacht is niet weersproken, zodat deze vaststaat.

Daarbij komt dat door de ondernemer inmiddels is erkend tegenover de consument dat zij geen betalingen (meer) is verschuldigd te doen op basis van de (beëindigende) overeenkomst van partijen.

Het gevorderde zal dan ook worden toegewezen op na te melden wijze.

De commissie acht de klacht daarom gegrond.

Op basis van het reglement van de commissie is de ondernemer – nu terecht is geklaagd – ook gehouden om het klachtengeld te voldoen aan de consument, alsmede om de behandelingskosten te betalen aan het secretariaat van de commissie. Die behandelingskosten worden de ondernemer separaat in rekening gebracht.

Beslissing
Stelt vast dat de consument op basis van bovengenoemde overeenkomst geen geldbedragen (meer) is verschuldigd te betalen aan de ondernemer.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie de bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Sport en Beweging, bestaande uit mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, drs. P.C. Hoogeveen – de Klerk en de heer J.G. Boelens, leden, op 8 juni 2022.