Commissie: Elektro
Categorie: Herroepingsrecht
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
999318/1086768
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument herroepte tijdig de koop van een Technics-draaitafel van € 1.599,20 wegens uitblijvende levering, maar kreeg zijn geld niet terug. De ondernemer reageerde niet op ingebrekestellingen en voerde geen verweer. De Geschillencommissie Elektro oordeelde dat de ondernemer zijn wettelijke vergoedingsplicht heeft geschonden. De klacht werd gegrond verklaard. De ondernemer moet € 1.889,15 vergoeden (inclusief buitengerechtelijke kosten), vermeerderd met wettelijke rente, plus € 112,49 klachtengeld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Dit geschil vloeit voort uit de op 18 oktober 2024 gesloten overeenkomst, waarbij de ondernemer een Technics-draaitafel aan de consument heeft verkocht tegen een door de consument betaalde koopprijs van € 1.599,20.
Deze zaak betreft de aan de ondernemer verweten niet-nakoming van de vergoedingsverplichting na herroeping van de koopovereenkomst.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Zoals sinds 2 januari 2025 bij de ondernemer is gemeld, heeft de consument voor de via de webshop gekochte draaitafel gebruik gemaakt van zijn herroepingsrecht omdat tijdige levering uitbleef. Omdat de consument zijn geld niet terugkreeg, heeft zijn (rechtsbijstands)gemachtigde op 17 januari 2025 nogmaals de koopsom teruggevorderd, met aanzegging van buitengerechtelijke kosten. Omdat betaling uitbleef en geen antwoord volgde, wordt dit geschil voorgelegd.
De consument eist (terug)betaling van € 1.599,20, te vermeerderen met € 290,15 voor buitengerechtelijke kosten.
Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid om een verweerschrift in te sturen.
Beoordeling van het geschil
Dat de ondernemer geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om een verweerschrift of stukken in te dienen en ook niet op zitting is verschenen, komt voor risico van de ondernemer zelf. De commissie overweegt verder als volgt. De consument eist met name terugbetaling van de betaalde koopsom met een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. De consument legt hieraan in de kern ten grondslag dat de ondernemer tekort is geschoten in de nakoming van de vergoedingsverplichting na herroeping van de koopovereenkomst.
Artikel 4 van de toepasselijke Algemene Voorwaarden bepaalt dat de consument het recht heeft om binnen 14 dagen een online aankoop te ontbinden door middel van het herroepingsrecht. Dat is het herroepingsrecht van artikel 6:230o lid 1 onder b sub 1 BW. Voor zover relevant bepaalt dat wetsartikel dat de consument een consumentenkoop zonder opgave van redenen kan ontbinden tot een termijn van veertien dagen is verstreken, na de dag waarop de consument de zaak heeft ontvangen. De ondernemer heeft niet betwist dat de consument de online gekochte draaitafel niet heeft ontvangen en dat de consument het hem toekomende herroepingsrecht tijdig – zelfs nog vóór de ontvangst van de draaitafel – heeft uitgeoefend.
Voor zover relevant bepaalt artikel 6:230r lid 1 BW dat de handelaar na ontbinding van de overeenkomst door gebruikmaking van het herroepingsrecht, onverwijld alle van de consument ontvangen betalingen moet vergoeden. De ondernemer heeft niet betwist dat de consument ondanks het uitgeoefende wettelijk herroepingsrecht de betaalde koopsom van € 1.599,20 nog niet heeft terugontvangen. Omdat niet tijdig aan deze vergoedingsverplichting is voldaan, zal de wettelijke rente hierover worden toegekend met ingang van veertien dag na de schriftelijke ingebrekestelling van 7 januari 2025, zijnde 21 januari 2025.
Voor zover relevant bepaalt artikel 6:96 lid 2 onder c BW dat mede voor vergoeding in aanmerking komen redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. De consument heeft op deze grond aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. De ondernemer betwist niet het hiervoor gevorderde bedrag van € 290,15 en nu de ondernemer op 17 januari 2025 ook voor deze kosten schriftelijk is gesommeerd, zal de wettelijke rente hierover worden toegekend met ingang van veertien dag na 17 januari 2025, zijnde 31 januari 2025.
De commissie zal bepalen dat de ondernemer (€ 1.599,20 + € 290,15 =) € 1.889,15 moet vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.599,20 vanaf 21 januari 2025 en over € 290,15 vanaf 31 januari 2025 tot de dag van betaling. De commissie oordeelt dat ter beëindiging van dit geschil ook redelijk en billijk.
De commissie concludeert dat de klacht van de consument gegrond is. Overeenkomstig het Reglement dient de ondernemer het betaalde klachtengeld aan de consument te vergoeden en aan de commissie behandelingskosten te betalen.
De commissie beslist nu als volgt.
Beslissing
De commissie bepaalt dat de ondernemer aan de consument € 1.889,15 moet vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.599,20 vanaf 21 januari 2025 tot de dag van volledige betaling en met de wettelijke rente over € 290,15 vanaf 31 januari 2025 tot de dag van volledige betaling.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 112,49 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
De commissie wijst het meer of anders door de consument verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektro, bestaande uit de heer mr. M.G.W.M. Stienissen, voorzitter, de heer J.T.A.M. van Schooten, mevrouw mr. M.J. Boon, leden, op 13 juni 2025.