Ondernemer moet transportkosten vergoeden van stilstaande auto

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Commissie    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: deels gegrond   Referentiecode: 963777/1142278

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument bracht in april 2024 zijn Citroën BX 19 GTI uit 1986 naar een specialist met de opdracht de auto beter rijdend te maken. Na maanden zonder voortgang en gebrekkige communicatie beëindigde de ondernemer de opdracht eenzijdig. De auto stond ruim een jaar ongebruikt op het terrein van de ondernemer. De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat de ondernemer tekortgeschoten is in zijn verplichtingen en de opdracht niet zomaar mocht beëindigen. Hoewel de gevraagde schadevergoeding werd afgewezen, moet de ondernemer de auto kosteloos afleveren bij de consument of €350 betalen voor transport. Ook dient het klachtengeld van €127,50 te worden vergoed. De klacht werd deels gegrond verklaard.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 16 april 2024 tussen partijen gesloten overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van opgedragen werkzaamheden, tegen een nader door de consument te bepalen prijs.

De overeenkomst is tussentijds beëindigd.

De consument heeft de klacht op 22 augustus 2024 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In april 2024 heeft de consument zijn auto, een Citroën BX 19 GTI van bouwjaar 1986, bij de ondernemer gebracht, die zich profileert als specialist voor oude Citroëns. De auto reed niet optimaal en de opdracht was om de auto perfect rijdend te maken. De eerste 3 maanden ging de consument wekelijks langs bij de ondernemer voor een update. Hij kreeg steeds het antwoord: “we zijn ermee bezig.” Vanaf augustus 2024 hoorde de consument niets meer van de ondernemer. Naar nu blijkt rijdt de auto niet meer en zijn er diverse zaken thans stuk. De auto staat inmiddels meer dan een jaar buiten op het terrein van de ondernemer, is een jaar niet gebruikt en is minder waard geworden. De vaste laten zoals verzekering en wegenbelasting zijn door blijven lopen.

Het ging erom dat de ondernemer de auto goed lopend zou maken. De auto heeft een jaar stilgestaan voordat de consument erin is gaan rijden. De auto startte wel, maar niets ging vloeiend of zonder hobbels. De auto start pas na 10 seconden. De motor heeft weinig vermogen en loopt onrustig stationair. Er kan van alles zijn om te beginnen achterstallig onderhoud. De auto is steeds slechter gaan lopen. Het budget voor de onderhoudsreparatie van de consument is € 1.500, –. Het is een richtbedrag.

De consument verlangt dat de ondernemer in ieder geval het volgende doet:

– Grote beurt, bougies, evt. kabels, nieuwe distributieriem met spanrol, nieuwe waterpomp;
– Montage tankslot en dashboardslot;
– Nakijken veersysteem.

Het gaat om wat groter onderhoud en het beter gaan lopen van de motor. Het is geen probleem voor de consument als hij de auto wat langer kwijt is. Hij heeft genoeg vervoersalternatieven.

De auto bevindt zich vanaf april 2024 bij de ondernemer en is nog steeds niet gerepareerd. De ondernemer heeft niet of nauwelijks gecommuniceerd over de voortgang van de werkzaamheden en heeft de consument al die tijd slechts één keer gebeld, in augustus 2024. De auto is rijdend aangeboden met een geldige APK en heeft steeds op het terrein van de ondernemer gestaan. De consument heeft al die tijd de kosten voor de auto gehad. De auto staat buiten en wordt er niet beter op. Als gevolg van het gebrek aan handelen heeft de consument schade geleden. Ook heeft de consument een andere auto moeten kopen.

De consument houdt de ondernemer aansprakelijk voor de als gevolg van het nalaten van de ondernemer door hem geleden schade.

De consument verlangt dat de auto alsnog wordt gerepareerd en APK gekeurd wordt en de ondernemer aan hem een schadevergoeding van € 2.500, — betaalt. De consument kan er ook mee akkoord gaan dat de ondernemer de auto per ambulance transporteert naar een bedrijf dat de reparatie wel kan uitvoeren, de auto op kosten van de ondernemer APK keurt en de ondernemer aan hem een schadevergoeding van € 2.500, — betaalt.

De consument kan zich vinden in de bevindingen van de door de commissie ingeschakelde deskundige, maar heeft nog wel wat aanvullende opmerkingen.

Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.

Zijn schade bestaat met name uit de kosten van de verzekering en de wegenbelasting. Ook is sprake van een waardevermindering van de auto. De consument heeft geen factuur van de ondernemer voor de wel uitgevoerde werkzaamheden ontvangen. Er is dus niets betaald. Ook is sprake van indirecte kosten die verband houden met wat er kapot is gegaan. De auto is niet opgehaald omdat er geen goede afspraak met de ondernemer was te maken. Met de motor van de auto is niets mis volgens de deskundige. Het is onduidelijk wat er nog moet gebeuren om de auto weer rijdbaar te maken. De consument voelt er wel voor dat de auto naar [extern partij] wordt gebracht. Hij is echter niet bereid van zijn schadeclaim af te zien. Ook moet de auto na het herstel bij de Snoekfabriek weer bij de consument worden teruggebracht. Anders kost de consument dat een dag en dat kan hij zich niet veroorloven.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Alvorens de auto bij de ondernemer te brengen ontving de ondernemer op 14 april 2024 een bericht van de consument en is hij nadat de auto was gebracht volgens de instructies van de consument aan de slag gegaan.

De ondernemer heeft de auto onderzocht en heeft vervolgens een aanvang gemaakt met de reparatie. De kabelboom werd gecontroleerd, maar het lukte niet om deze te herstellen. Ook bleken de benzinepomp en de accu defect. In zijn poging om de auto te herstellen ondervond de ondernemer problemen met het verkrijgen van de benodigde onderdelen. De onderdelen bleken moeilijk of niet verkrijgbaar en de ondernemer ging zich afvragen of de auto überhaupt wel te repareren was. De consument is enige malen na de aflevering van de auto bij de ondernemer langsgegaan. Daarna heeft de ondernemer de consument lange tijd niet gezien. Op 18 januari 2025 liet de ondernemer aan de consument weten dat hij de auto niet gerepareerd kreeg en verzocht hij de consument om de auto op te halen. Dit weigerde de consument. Op februari 2025 informeerde de ondernemer de consument opnieuw over de stand van zaken en de technische en praktische complicaties die hij ondervond bij het uitvoeren van de opdracht. De ondernemer was bereid mee te denken over een oplossing en in dat kader verwees hij de consument naar een garage in het midden van het land, garage De Snoekfabriek te Ede, die in dit type Citroën is gespecialiseerd. De ondernemer was bereid te assisteren bij het transport van de auto naar die garage. Daarop ging de consument niet in.

Van een resultaatsverbintenis is geen sprake. Het bewijs daarvan is door de consument niet geleverd. Er is wel sprake van een inspanningsverbintenis. De uitkomst van de reparatie was bij aanvang van de opdracht onzeker. De ondernemer heeft geen toezegging op dat gebied gedaan. De auto verkeerde in een slechte staat. De motor stotterde.

Gelet op de geconstateerde gebreken was het voor de ondernemer niet mogelijk om het kennelijk door de consument verlangde eindresultaat te behalen. De opdracht hield in om zoveel mogelijk te herstellen tot een bedrag van € 1.500, — aan kosten. De consument heeft de ondernemer niet een fatale termijn gesteld om de werkzaamheden te voltooien. Van een schadevergoedingsverplichting van de ondernemer kan dan ook geen sprake zijn. De wegenbelasting zou de consument ook zijn verschuldigd als de ondernemer niet tekortgeschoten was. Van op geld waardeerbare schade wegens verminderde gebruiksmogelijkheden is niet gebleken.

Gelet op de werkzaamheden van de ondernemer is de consument aan hem een bedrag van € 1.500, –verschuldigd.

Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

De ondernemer is bereid geen kosten in rekening te brengen. De ondernemer is bereid de auto naar een door de consument aan te wijzen locatie te brengen. De ondernemer is niet bereid om de auto aldaar kosteloos op te halen. Bovendien is de auto dan rijdbaar als het goed is.

De opdracht was voor de ondernemer niet geheel duidelijk.

Deskundigenrapport

De deskundige heeft voor zover van belang het volgende vastgesteld.

Vaktechnisch oordeel
Gebruik makende van een starthulp probeerden wij de motor te starten. De motor klonk hierbij normaal en leek voldoende compressie te hebben. Omdat de motor niet wilde aanslaan, kon het hydropneumatische veersysteem het voertuig niet op een rijdbare rijhoogte zetten. Bij de ondernemer was daardoor geen mogelijkheid om het voertuig op de hefbrug te plaatsen. Er was geen smeerput aanwezig waarop een controle ook mogelijk zou zijn geweest. Wij hebben de voertuiginspectie daarna zo goed als mogelijk afgerond op de parkeerplaats.

Carrosserie buitenzijde
De carrosserie verkeerde gezien de leeftijd en kilometerstand in een vrij goede staat. De lak was plaatselijk verweerd en er waren kleine cosmetische herstelwerkzaamheden aan uitgevoerd. De toestand van de lak deed vermoeden dat er sprake was van de originele laklaag. Diverse kunststof delen waren verkleurd door weersinvloeden. Op enkele plaatsen was schade aanwezig met oxidatiesporen. Het linker achterportier vertoonde onder op de felsrand aanzienlijke sporen van oxidatie. De overige schades omschrijven wij als gebruikersschade.

Carrosserie en motorruimte onderzijde
Linksvoor vertoonde de dorpel schade. De felsrand en het onderste deel van de dorpel waren enigszins ingedrukt. Ongeveer midden onder de personenruimte was een uitlaatdemper aan de achterzijde, richting voorzijde fors opgedrukt. Deze schade moet gezien het schadebeeld ontstaan zijn bij het achteruitrijden van het voertuig waarbij een vast obstakel is geraakt. De zichtbare bodembeplating en delen van de wielophanging verkeerden in een nette staat. Rechtsachter bevond zich de brandstofpomp en een filter. Het filter oogde vrij nieuw. Aan de voorzijde waren delen van de wielophanging, het subframe en stuurinrichting vervuild met zweetachtige oliesporen.

Motor/Motorruimte
De motor en motorruimte verkeerden in een nette staat. De motor was aan de bovenzijde relatief schoon en lekkagevrij. Zichtbare reparatiesporen bestonden uit enkele vernieuwde slangen/slangklemmen, vernieuwde kabelschoentjes en vulkaniserende tape. De ondernemer verklaarde nog geen afgesproken onderhoudswerkzaamheden te hebben uitgevoerd, zoals, distributieriem, bougies en motorolie vervangen. Er was alleen getracht de motor goed functionerend te maken.

Ter hoogte van de luchtmassameterconnector en kabelboom waren sporen van recent herstel zichtbaar. De vulkaniserende tape bleek door de ondernemer te zijn aangebracht. Lagergelegen reparatiesporen met eenzelfde soort tape oogden eerder uitgevoerd.

In overleg met de consument en ondernemer verwijderden wij de tape bij de luchtmeterconnector. Er bleken geen herstelsporen aan de bekabeling zichtbaar. De ondernemer verklaarde de stekker van de kabelboom volledig gereinigd te hebben. De pennen van de stekker waren schoon en oxidatievrij.

Wij stelden via een losgenomen bougiekabel vast dat er sprake was van vonkvorming tijdens het starten. Een losgenomen bougie oogde in goede staat en bleek droog. Uitgaande van deze feiten en het vermoeden van een normale compressie lijkt er sprake van een gebrek aan brandstof in de verbrandingsruimte tijdens het starten.

Het motormanagement van het voertuig was niet voorzien van een EOBD-stekker waardoor wij dit niet konden uitlezen. De ondernemer verklaarde dat uitlezen alleen mogelijk was aan de hand van knippercodes. Hij beschikte niet over de apparatuur waarmee dit uitgevoerd kon worden.

Historie
Wij maakten onderstaand overzicht van de beschikbare onderhoudshistorie:

Datum Km stand Werkzaamheden
22-12-1986 10 1e registratie
01-04-2022 Onbekend Registratie in Nederland
16-03-2024 Onbekend Registratie op huidige eigenaar
15-03-2024 278.201 APK
16-03-2024 Onbekend Registratie op huidige eigenaar
18-03-2024 Onbekend Werkkaart aangemaakt bij ondernemer
Onbekend 278.700 Start werkzaamheden ondernemer/proefrit
23-07-2025 278.706 Onderzoek [onafhankelijke deskundige]

Bij de apk werden diverse reparaties uitgevoerd. Motorisch was alleen een uitlaatgaslekkage en ondeugdelijke bevestiging verholpen. Er was geen sprake van zogenaamde adviespunten. Er was wel een reparatie adviespunt RA6 aanwezig wat betrekking had op het ABS-systeem.

Beoordeling werkkaart ondernemer
De werkkaart van de ondernemer omschreef als opdracht: “Motorloop controleren, auto stottert”.

De ondernemer maakte een proefrit en merkte de stotterende motor op. Er waren bougies verwisseld zonder resultaat. Met het bewegen van bekabeling viel de motor uit, waarop diverse stekkers waren gedemonteerd en gereinigd. Ook de kabelboom bij de luchtmassameter was gecontroleerd en in orde bevonden. Tijdens een aansluitende proefrit was het voertuig stilgevallen en bleek er geen benzine aanwezig in de rail. Als conclusie was vermeld dat de benzine pomp niet werkt.

Aanvullende informatie van ondernemer en consument
De ondernemer gaf aan een uurloon te hanteren van € 75,00 per uur exclusief BTW en een benzinepomp besteld te hebben voor het voertuig. Deze pomp stond geruime tijd in backorder. Montage van een universelere brandstofpomp was volgens de ondernemer niet mogelijk vanwege specifieke brandstofdrukken.

De consument liet via een aantal prints zien een volgens gem geschikte brandstofpomp te kunnen leveren. Via de site www.mijngrossier.nl stelden wij vast dat er voor het type voertuig meerdere types pomp worden aangegeven met verschillende brandstofdrukken.

Herstel
Uitgaande van de klachten en onze bevindingen is het aannemelijk dat de brandstofpomp de klachten veroorzaakt.
Herstelkosten
Brandstofpomp € 162,00
Klein materiaal € 10,00
Montage € 75,00
Totaal exclusief BTW € 247,00
Totaal inclusief BTW € 298,8

Toelichting
Over de bedragen die de consument eist met betrekking tot geleden schade door stilstand en waardevermindering van het voertuig, taxatiekosten, enzovoorts kunnen wij niet oordelen. Deze laten wij ter uwer beoordeling. In ons dossier zijn een groot aantal foto’s aanwezig waarmee de staat van het voertuig is op te maken. Wij merkten tijdens het onderzoek op dat het voertuig niet de aandacht heeft gekregen die de consument heeft verwacht. Dit blijkt ook uit het geringe aantal reparatiesporen en de verslaglegging van de ondernemer. De ondernemer gaf hierover aan dat de consument duidelijk had aangegeven dat er geen haast bij was. Gezien het werkaanbod was de klus hierdoor vaak uitgesteld/afgebroken. Vanaf het moment dat de consument richting ondernemer begon te dreigen had hij een andere zienswijze over de zaak en had een andere houding aangenomen richting consument. De bestelling van de pomp was geannuleerd door de ondernemer.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak klaagt de consument over – kort gezegd – het beëindigen van de opdracht tot het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden om de auto beter rijdend te krijgen.

De consument is van mening dat de ondernemer niet goed met hem heeft gecommuniceerd over de voortgang van de werkzaamheden en de opdracht zonder goede gronden voortijdig heeft beëindigd. De consument heeft door deze gang van zaken schade geleden. Bovendien is de auto in rijdende staat gebracht en is daarvan nu geen sprake meer.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie volgt deels het standpunt van de consument.

Om te beginnen overweegt de commissie dat niet sprake is van een resultaatsverbintenis, nu niet blijkt dat een bepaald te behalen resultaat door de ondernemer aan de consument is toegezegd. Wel heeft de ondernemer toegezegd de opgedragen reparaties uit te zullen voeren, maar gaf hij de opdracht terug nadat hem was gebleken dat er onvoldoende tijd en middelen zijn om de auto grondig te onderzoeken. Naar het oordeel van de commissie stond het de ondernemer niet vrij, zeker niet nadat de auto al maanden bij hem “in reparatie” was de opdracht eenzijdig te beëindigen. De commissie wijst daartoe op het bepaalde in artikel 7: 408 van het Burgerlijk Wetboek.

In dit verband wijst de commissie ook op de opmerking van de deskundige dat de auto niet de aandacht heeft gekregen die de consument had verwacht. Een constatering waarbij de commissie zich aansluit en door haar wordt overgenomen.

Dit oordeel impliceert dat de ondernemer tekortgeschoten is in de nakoming van zijn uit de overeenkomst van opdracht voortvloeiende verplichtingen en om deze reden gehouden is de als gevolg daarvan door de consument geleden schade te vergoeden.

De door de consument genoemde schadeposten komen echter niet voor vergoeding in aanmerking nu de kosten van verzekering en wegenbelasting ook zouden zijn gemaakt als de ondernemer niet was tekortgeschoten. De schade door een verminderd gebruik is door de consument niet onderbouwd en bovendien heeft de consument ervoor gekozen de auto niet op te halen, maar op het terrein van de ondernemer te laten staan. De gestelde maar verder niet onderbouwde schade aan de carrosserie, die door de ondernemer zou zijn veroorzaakt, komt als zijnde niet onderbouwd evenmin voor vergoeding in aanmerking. Bovendien brengt de ondernemer geen kosten in rekening voor het door hem gedane onderzoek.

De consument dient kosten te maken om de auto bij de ondernemer op te halen. De commissie acht het redelijk dat deze kosten voor rekening van de ondernemer komen.

De commissie zal dan ook bepalen dat de ondernemer hetzij de auto kosteloos aflevert aan het adres van de consument hetzij – naar zijn keuze – daarvoor een bedrag van € 350,– aan de consument betaalt, zodat deze zelf op kosten van de ondernemer kan ophalen.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gedeeltelijk gegrond.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De ondernemer brengt de auto zonder daarvoor kosten in rekening te brengen, na een daartoe met de consument gemaakte afspraak, naar het adres van de consument, dan wel kiest ervoor om aan de consument een bedrag van € 350,– te betalen. De ondernemer maakt zijn keuze binnen 2 weken na de verzenddatum aan de consument bekend. Kiest de ondernemer ervoor om het vastgestelde bedrag van € 350,– aan de consument te voldoen dan dient betaling daarvan plaats te vinden binnen 4 weken na de verzenddatum. In dat geval dient de consument ervoor zorg te dragen dat de auto binnen 2 weken na ontvangst van de betaling bij de ondernemer wordt opgehaald,

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 127,50 aan haar te vergoeden en voorts zal aan de ondernemer in overeenstemming met het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. A. van Aldijk en K. Doorten, leden, op 9 oktober 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF