Ondeugdelijkheid van de financiële administratie van de ondernemer is niet aannemelijk gemaakt. De consument is terecht aangesproken op onregelmatig betaalgedrag.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Sport en Beweging    Categorie: Zorgvuldigheid    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 118789

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een al enkele jaren geleden tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst, op grond waarvan de consument laatstelijk een dal-ochtendabonnement bij de ondernemer heeft en zich heeft verplicht om daarvoor een vierwekelijkse contributie te betalen van
€ 19,99.

De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het ter zitting toegelichte standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument sport al sinds 1994 om medische redenen en is dat blijven doen sinds de ondernemer de locatie waar zij pleegde te sporten, heeft overgenomen. Al jaren zijn er door de financiële administratie van de ondernemer betalingen gemist en wordt de consument daar vervolgens op aangesproken, via aanmaningen of heel vervelend bij de balie. In 2014 en 2015 was de conclusie dat de consument gelijk had en er niets meer openstond, maar vorig jaar begon het gedonder opnieuw. Omdat haar inkomsten vroeger op wisselende momenten binnenkwamen en de consument stornerende incasso’s wilde voorkomen, is destijds met de ondernemer afgesproken dat de consument het geld zelf zal overmaken en dat doet zij altijd rond de 20e van de maand. Om het een en ander vlotter te laten verlopen zou de consument voortaan via de pin betalen, wat zij nu dus doet. De manager zou de betalingen nalopen en wegboeken, zodat de consument niet telkens door de dames van de balie hoeft te worden aangesproken op openstaande maanden. Dit heeft hij dus niet gedaan. De consument wordt dus maandelijks corrigerend toegesproken en deze maand werd haar bijna de toegang ontzegd. De consument weet dat er dertienmaal per jaar een bedrag moet worden overgemaakt en betaalt daarom jaarlijks in één maand tweemaal.

De consument verlangt excuses van de ondernemer, de erkenning dat haar niets te verwijten valt, dat de ondernemer de kosten van dit geding moet betalen en dat de consument 8 maanden gratis mag sporten (hierna: de door de consument ingestelde eis)

Standpunt van de ondernemer

Het ter zitting toegelichte standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Een aantal keren zijn met de consument afspraken gemaakt om door haar ervaren moeilijkheden op te lossen, maar de consument pleegt die afspraken niet na te komen. Ook heeft de consument de neiging om zich op onaangename en luidruchtige wijze tegenover het baliepersoneel uit te laten. De ondernemer vindt die onverkwikkelijke uitwisselingen vervelend en andere leden houden er ook niet van om dergelijk ruziegedrag te moeten waarnemen: dat doet afbreuk aan de positieve ervaring waarop zij als sporters uit zijn.

De consument sport al meer dan vijf bij de ondernemer. De achtereenvolgende filaalmanagers en de medewerkers van de ledenadministratie hebben de consument steeds vriendelijk, correct en oplossingsgericht te woord gestaan. Zolang de huidige filiaalmanager zich kan herinneren zijn er moeilijkheden met de consument. Hoewel de ondernemer met al haar leden heeft afgesproken dat de abonnementsgelden via automatische afschrijving van hun bankrekening worden geïnd, blijken de automatische afschrijvingen vanaf de bankrekening van de consument steeds niet op de geplande datum te kunnen plaatsvinden, wegens te weinig saldo of om een andere reden. Als dat gebeurt, leidt dat ertoe dat het financiële administratiesysteem een signalering genereert en dat de baliemedewerkers van de ondernemer de consument daar op aanspraken. Dit aanspreken is beleid tegenover alle leden en vindt steeds plaats, omdat de ondernemer wil voorkomen dat achterstanden oplopen. De consument doet alsof zij ten onrechte is aangesproken, maar de ondernemer herkent zich daarin volstrekt niet. Na een aantal onverkwikkelijke uitwisselingen heeft de ondernemer aan de consument voorgesteld om op een andere manier te betalen en wel aan de balie, contant of met naar pinpas. De ervaring is dat ook deze oplossing niet bevredigend werkt omdat de consument de sportschool infrequent bezoekt: soms komt zij regelmatig en dan loopt de betaling goed, maar dan blijft zij weer een aantal weken weg en ontstaat er een nieuwe achterstand. Hoewel enkele malen nieuwe regelingen met de consument zijn afgesproken, blijven deze moeilijkheden terugkeren.
De kern van het probleem zit hem er bovendien in dat de ondernemer een afschrijvingsregime van vier weken hanteert, hetgeen betekent dat het abonnementsgeld niet iedere maand vervalt maar iedere vier weken. Met andere woorden: het abonnementsgeld is niet iedere maand op dezelfde datum verschuldigd. Dit principe geldt uiteraard voor automatisch afschrijvingen precies zoals voor betalingen aan de balie. Dit lijkt de consument niet duidelijk te maken te zijn en de consument blijft er van uitgaan dat zij iedere maand moet betalen en vaker niet. De ondernemer heeft al meermalen aangeboden jaarlijks een lijstje te verstrekken waarop de 13 data staan waarop het abonnementsgeld van de consument vervalt. Gedane betalingen worden verwerkt, maar het probleem is dat niet altijd betalingen tijdig worden gedaan. Als de consument gewoon 13 x per jaar haar abonnementsgeld voldoet, is zij er verder van gevrijwaard om te worden aangesproken. De financiële administratie van de ondernemer is er volledig op ingericht om gedane betalingen adequaat en correct te verwerken. De ondernemer valt niets te verwijten.

Als de consument bezwaren blijft houden tegen de wijze waarop de ondernemer het abonnementsgeld heft en in rekening brengt, staat het haar vrij om haar lidmaatschap te beëindigen en bij een andere sportschool te gaan sporten. Doet zij dit niet, dan wordt zij wel geacht zich aan de voorwaarden van haar abonnement te houden, zowel wat betreft de tijdige betaling van het abonnementsgeld als wat betreft het sporten op de binnen haat abonnement toegelaten tijden.

Beoordeling van het geschil

De commissie overweegt het volgende.

De consument verwijt de ondernemer in de kern dat haar financiële administratie niet deugt waardoor de consument met enige regelmaat ten onrechte wordt aangesproken op achterstallige betalingen. Daartegenover stelt de ondernemer dat haar financiële administratie deugdelijk is, maar dat zij de consument met enige regelmaat moet aanspreken omdat de consument regelmatig tekortschiet in haar verplichting om op de overeengekomen wijze het contractueel vierwekelijks verschuldigde abonnementsgeld te voldoen.

De commissie stelt vast dat de ondernemer geen (tegen)eis wegens onbetaald gebleven abonnementsgeld instelt. De voorliggende rechtsstrijd beperkt zich tot de door de consument ingestelde eis en haar daaraan ten grondslag gelegde stelling dat de financiële administratie van de ondernemer ondeugdelijk is, welke stelling de ondernemer echter weerspreekt. De ingebrachte stellingen en stukken zijn evenwel onvoldoende om de beweerde ondeugdelijkheid van de financiële administratie van de ondernemer aannemelijk te maken, zodat in rechte van de deugdelijkheid ervan moet worden uitgegaan en ook niet aannemelijk is geworden dat de ondernemer de consument onterecht pleegt aan te spreken op haar onregelmatige althans incorrecte betaalgedrag. Reeds hierom is de eis van de consument niet toewijsbaar. Voor zover in 2014 en 2015 verwarring heeft bestaan over door de consument betaalde termijnen en de ondernemer toen een administratieve vergissing heeft gemaakt, kan de consument daar nu geen rechten (meer) aan ontlenen en leidt dat de commissie met betrekking tot de nu voorliggende klacht niet tot een ander oordeel.

Nu de consument ook overigens niets aanvoert dat tot een ander oordeel leidt, kunnen andere twistpunten verder onbesproken blijven en concludeert de commissie dat de klacht ongegrond is. De commissie beslist daarom als volgt.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Sport en Beweging, bestaande uit mr. M.G.W.M. Stienissen, voorzitter, mr. P.B. Vos en N. El Ayachi, leden, op 13 maart 2019.