Oordopjes van de zorgaanbieder tijdens een MRI-scan voldoen ook zonder headset

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: Zorgvuldigheid    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 64247/84978

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

Volgens de cliënte heeft zij alleen slechte oordopjes en geen headset gekregen voor tijdens haar MRI-scan. De cliënte is bang dat ze door het lawaai niet stil genoeg heeft gelegen en dat daardoor de scan moeilijk te beoordelen is. Ze eist een nieuwe beoordeling van de scan en het kwijtschelden van de factuur. De zorgaanbieder stelt dat de cliënte oordopjes heeft gekregen die meer geluid dempen dan dat minimaal vereist is en dat zij daarnaast ook nog een headset heeft gehad. Volgens de radioloog van de zorgaanbieder is er op de scan wel te zien dat de cliënte niet helemaal stil lag, maar is deze wel nog steeds goed te beoordelen. De commissie oordeelt dat het niet te bepalen is of de cliënte wel of niet een headset heeft gekregen, maar dat de oordopjes ook zonder headset de juiste demping bieden. Daarmee is de geluidsnorm niet overschreden. Daarom wordt de klacht ongegrond verklaard. Daarnaast kan de commissie niet beslissen over verder beoordeling van de scan en daarom wordt deze eis afgewezen.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen

[Cliënte], wonende te [woonplaats]

en

Radiologie Centra Nederland B.V., gevestigd te Amsterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 16 september 2021 te Den Haag.

De commissie heeft de behandeling van het geschil op basis van de stukken, zonder mondelinge behandeling, afgedaan.

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft ernstige geluidsoverlast tijdens een MRI-scan.

Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Tijdens de MRI ontving de cliënte voor gehoorbescherming alleen twee niet deugdelijke oordopjes. Deze werden ingebracht toen de cliënte klaarlag voor de borstscan. De cliënte vertrouwde erop dat het om degelijk materiaal ging.

Vanwege de ontstellende hoeveelheid lawaai heeft de cliënte in de alarmbol geknepen en luid om hulp geroepen. Hierop werd traag gereageerd. De cliënte werd toen medegedeeld dat het alarm bedoeld was voor noodgevallen. De scan is daarop vervolgd zonder betere gehoorbescherming. De cliënte wist niet wat de gevolgen zouden zijn van het infuus in haar arm als zij niet met de scan was doorgegaan.

Ten onrechte hebben de medewerkers beweerd dat de cliënte nauwelijks meer had gehoord dan 60dB. Zij kreeg geen antwoord op haar vraag waarom zij geen headset had gekregen.

Op haar klachtbrief aan de directie ontving de cliënte geen reactie. De cliënte heeft een uitgebreid telefoongesprek gehad met de klachtenfunctionaris, zij ontkende de gebeurtenis en verdraaide de feiten. De cliënte is tijdens de scan blootgesteld geweest aan meer dan 100 dB.

De cliënte heeft eerder borstscans gehad maar nooit eerder een nare ervaring gehad.

De cliënte wil voorkomen dat anderen eenzelfde ervaring opdoen en wil dat de werkwijze van de zorgaanbieder wordt gecontroleerd. Ook dient de scan te worden beoordeeld door een onafhankelijke deskundige. De cliënte heeft door het afschuwelijke lawaai dat zich met korte pauzes bleef herhalen, niet steeds stil kunnen liggen. Hierdoor twijfelt zij of de scan wel een accuraat beeld gegeven heeft.

De cliënte gaat akkoord met het definitief uitblijven van een factuur.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

MRI-apparaten maken veel geluid. Daarom is er regelgeving om patiënten te beschermen tegen dit geluid. Deze regels hebben als doel gehoorbeschadiging te voorkomen, maar kunnen niet geluidsoverlast voorkomen. De geldende regelgeving wordt door de zorgaanbieder nageleefd en de zorgaanbieder wordt jaarlijks geauditeerd op het naleven van wet- en regelgeving.

In de gebruikershandleiding van het MRI-apparaat dat gebruikt is voor het onderzoek van de cliënte staat: “voorzie de patiënt van juiste gehoorbescherming die het geluid tot minstens 99 decibel vermindert”. Uit de toelichting van de fabrikant volgt dat indien de patiënt gehoorbescherming met een demping van minimaal 19 dB ontvangt, de eisen worden nageleefd.

De oordoppen die de patiënten krijgen zijn van het merk 3M E-A-R Classic. Deze oordoppen hebben een SNR van 28. Dat betekent dat ze een demping hebben van 28 decibel. Dit is ruim binnen de norm.

De laboranten van dienst geven aan dat de cliënte wel degelijk ook een headset heeft gekregen naast de oordoppen. De oordoppen zijn bovendien op verzoek van de cliënte twee keer opnieuw ingebracht. De headset zit aan de tafel van de MR scanner vast en als een patiënt die niet op heeft dan valt dat meteen op. Bovendien is het opzetten van een headset een standaard procedure en daarmee de vaste routine van de laboranten. Het is daarmee een automatisme dat onwaarschijnlijk wordt vergeten. Het kan voorkomen dat een patiënt geen headset krijgt. Hier zijn verschillende redenen voor, zoals de ligging van de patiënt of de haardracht. Ook in deze gevallen wordt er aan alle regelgeving voldaan en voldoende gehoorbescherming geboden bij enkel het gebruik van oordoppen. Het geluid van de MRI gaat niet weg door oordoppen en/of een headset, maar ze zorgen wel voor voldoende demping. Dit is een objectieve norm. Helaas kan het per persoon, subjectief, als onvoldoende ervaren worden.

Het onderzoek van de cliënte is verslagen door een van de radiologen van de zorgaanbieder. De radioloog heeft niet verzocht om het onderzoek of bepaalde delen hiervan over te doen omdat de beeldkwaliteit onvoldoende was om te beoordelen. De radioloog heeft dus beoordeeld dat de kwaliteit van de beelden goed genoeg was om een verslag te kunnen opstellen. Aan een andere radioloog van de zorgaanbieder is gevraagd om de beelden te beoordelen. Deze radioloog geeft aan dat de beelden inderdaad minder goed zijn dan normaal; er is beweging te zien. Maar de beelden zijn ook volgens deze radioloog goed genoeg om een verslag te kunnen opstellen. Het staat de cliënte vrij om zelf een second opinion aan te vragen buiten de zorgaanbieder.

De zorgaanbieder vindt het spijtig om te horen dat de cliënte een onprettige ervaring heeft gehad bij de zorgaanbieder. Desalniettemin is de zorgaanbieder van mening dat zij de cliënte voldoende heeft beschermd tegen het geluid van de MR, dat blijkt ook uit het feit dat zij geen gehoorschade heeft opgelopen. Haar klacht heeft de zorgaanbieder serieus behandeld door verschillende mensen in de organisatie te benaderen en te vragen naar hun werkwijze en dit is zowel telefonisch als schriftelijk met de cliënte gedeeld.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder vereist is dat voldoende aannemelijk is dat de zorgaanbieder tekort is geschoten in de uitvoering van de zorgovereen¬komst. De aanwezigheid van een fout of nalaten is een vereiste voor aansprakelijkheid van de zorgaanbieder. De tekortkoming moet aan de zorgaanbieder kunnen worden verweten en cliënte dient daarvan nadeel te hebben ondervonden.

De klacht komt er in de kern op neer dat de cliënte geluidsoverlast heeft ervaren tijdens de MRI-scan bij de zorgaanbieder. De cliënte heeft daarnaast om verdere beoordeling van de scan gevraagd maar de commissie kan een dergelijke beslissing niet nemen.

De zorgaanbieder heeft de klacht gemotiveerd betwist. De cliënte heeft tijdens de MRI-scan oordoppen gedragen die een demping hebben van 28 decibel. Daarmee is voldaan aan de in de gebruikershandleiding van het MRI-apparaat genoemde gehoorbescherming. Het geluid dient door middel van gehoorbescherming tot minstens 99 decibel te worden verminderd. Uit de toelichting van de fabrikant volgt dat indien gehoorbescherming wordt aangeboden met een demping van minimaal 19 dB, aan de eisen wordt voldaan. De cliënte is dan ook niet buiten de norm blootgesteld aan geluid.

Partijen verschillen van mening over de vraag of de cliënte naast de oordoppen ook een headset op had. Ook als dat niet het geval was, is aan het protocol voldaan, nu de oordoppen reeds voldoende bescherming boden.

De commissie is van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Het voorgaande neemt niet weg dat de cliënte het geluid als zeer luid en onprettig heeft ervaren.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

Verklaart de klacht van de cliënte ongegrond.

Het door de cliënte verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer drs. R.L.V.M. Barnasconi, de heer mr. S. Sierksma, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. L. Kramer, secretaris, op 16 september 2021.